Successen bij Hoge Raad

Recente succesvol ingestelde cassatieberoepen

  •  
HR 24 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:931 Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. 
  •  
HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:627 Vermogensrecht. Verjaring van rechtsvordering tot vergoeding van schade. Aanvang korte verjaringstermijn.
  •  
HR 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:481 Procesrecht. Personen- en familierecht. Niet-tijdige betekening verzoek tot echtscheiding (art. 816 lid 1 Rv). Verzoek niet-ontvankelijk? Overeenkomstige toepassing art. 120-121 Rv.
  •  
HR 29 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:153 Huur bedrijfsruimte. Aansprakelijkheid verhuurder voor asbest. Beroep op exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? 
  •  
HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1787 Faillissement. Aansprakelijkheid curatoren i.v.m. termijnstelling uitoefening pandrecht art. 58 Fw. Causaal verband. Ingangsdatum wettelijke rente.
  •  
HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1307 Ontbinding arbeidsovereenkomst. Geen transitievergoeding wegens ernstige verwijtbaarheid werknemer?
  •  
HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:748 Ingangsdatum wijziging partneralimentatie. Behoedzaamheid bij wijziging met terugwerkende kracht.
  •  
HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:571 Comparitie ten overstaan van raadsheer-commissaris, terwijl eindarrest is gewezen door meervoudige kamer. Geen afstand van recht om bij comparitie stellingen toe te lichten ten overstaan van meervoudige kamer die de beslissing zou nemen.
  •  
HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:569 Comparitie ten overstaan van raadsheer-commissaris, terwijl eindarrest is gewezen door meervoudige kamer. Geen afstand van recht om bij comparitie stellingen toe te lichten ten overstaan van meervoudige kamer die de beslissing zou nemen.
  •  
HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:567 Comparitie ten overstaan van raadsheer-commissaris, terwijl eindarrest is gewezen door meervoudige kamer. Geen afstand van recht om bij comparitie stellingen toe te lichten ten overstaan van meervoudige kamer die de beslissing zou nemen.
  •  
HR 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:273 Verdeling huwelijksgemeenschap. Verknochtheid van aanspraak op ontslagvergoeding voor zover deze strekt tot vervanging van inkomen na ontbinding huwelijksgemeenschap.

Recente succesvolle verweren in cassatie

  •  
HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1332 Procesrecht. Arbitrage. Bedrog door achterhouden stukken.
  •  
HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:731 Geldlening voor afbouw van woning. Vaststelling hoogte openstaande schuld. Terugvordering volledige openstaande schuld door bank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
  •  
HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1967 Incidenteel verzoek tot tussenkomst of voeging (art. 217 Rv) of om als belanghebbende te worden toegelaten in cassatiegeding over beperking aansprakelijkheid en vormen van fonds. Toepasselijkheid art. 7 lid 4 Fondsverdrag 1992 of commuun burgerlijk procesrecht?
  •  
HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:462 Insolventierecht. Gemotiveerde kostenveroordeling. Verzoek failliet o.g.v. art. 69 Fw om inzage in urenverantwoordingen van curator.
  •  
HR 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:275 Partneralimentatieverplichting in samenlevingsovereenkomst. Vaststellingsovereenkomst over partneralimentatie. Kan wijziging worden gevraagd op grond van art. 1:401 BW?
  •  
HR 4 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1950 Faillissementsrecht. Termijnstelling art. 58 Fw.
  •  
HR 16 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1635 Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW. Frustratie betaling en verhaal. Persoonlijk ernstig verwijt.
  •  
HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:284 Ontbinding arbeidsovereenkomst. Beoordeling ontbindingsverzoek aan de hand van feiten ten tijde van verzoek (ex tunc) of ten tijde van behandeling hoger beroep (ex nunc)?
  •  
HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:308 Overeenkomst van geldlening. Verrekening.
  •  
HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1840 Veroordeling tot medewerking aan verkoop en levering van woning, met bepaling dat vonnis in plaats van de akte kan komen. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat rechtsmiddel niet tijdig is ingeschreven in rechtsmiddelenregister? Art. 3:300 lid 2 en 3:301 lid 2 BW. Uitleg veroordelend vonnis.

Recente prejudiciële vragen

  •  
HR 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2021:1228 Prejudiciële vragen over regels in procesreglementen van de hoven over maximale omvang van processtukken in hoger beroep. Is de rechter bevoegd om deze beperkingen te stellen en mag zo’n beperking in procesreglement worden gesteld? Mag in procesreglement worden bepaald dat bij overschrijding van het maximale aantal bladzijden het processtuk wordt geweigerd? Is die weigering een schending van recht op hoor en wederhoor of recht op toegang tot de rechter? Biedt de regeling voldoende rechtsbescherming?
  •  
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 Moet de rechter bij een op afstand of buiten verkoopruimte gesloten overeenkomst, ambtshalve onderzoeken of is voldaan aan de informatieplichten van art. 6:230m en 6:230v BW? Ambtshalve aan schending van die informatieplichten te verbinden sancties. Komt gehele of gedeeltelijke vernietiging als sanctie in aanmerking? Eisen die in dit verband worden gesteld aan stelplicht van de eisende partij. Moet art. 6:230u BW ambtshalve worden toegepast?
  •  
HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1731 Consumentenrecht. Arbitragebeding in algemene voorwaarden. Ambtshalve beoordeling door voorzieningenrechter van eerlijkheid (arbitraal) beding? Ambtshalve beoordeling door voorzieningenrechter of art. 6:96 lid 6 BW (veertiendagenbrief) is toegepast?
  •  
HR 1 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1689 Kinderalimentatie. Is een niet-wijzigingsbeding nietig? Maakt het daarvoor uit of ten voordele of ten nadele van de onderhoudsgerechtigde is afgeweken van de wettelijke maatstaven? Is art. 1:159 lid 3 BW van toepassing voor zover aan een niet-wijzigingsbeding rechtsgevolg toekomt?
  •  
HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1052 Kan en moet de deurwaarder een exploot dat is bestemd voor een natuurlijk persoon, uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres, in plaats van openbaar te betekenen op de voet van art. 54 Rv?