Wijzigingen Beleidsregels Ontslagtaak UWV 2012

woensdag, 29 augustus 2012

UWV WERKbedrijf hanteert bij de uitvoering van de ontslagtaak een beleid, vastgelegd in de “Beleidsregels Ontslagtaak UWV 2012”. UWV heeft geïnventariseerd welke aanvullingen en/of wijzigingen in de hoofdstukken van de beleidsregels ontslagtaak UWV wenselijk zijn. UWV heeft daarbij geput uit ervaringen en signalen uit de praktijk. Dit heeft geleid tot aanpassing van een aantal hoofdstukken. Het gaat met name om de verduidelijking van de tekst en een nadere uitleg van het beleid. Verwijzingen naar jurisprudentie zijn geactualiseerd en verouderde teksten verwijderd. De nieuwe beleidsregels zijn met ingang van 1 september 2012 van toepassing. Een aantal belangrijke wijzigingen wordt hierna kort toegelicht.

Hoofdstuk 2. Procedurele aspecten

De volgende wijzigingen worden doorgevoerd:

  • Digitale ontslagaanvraag:
    Momenteel kan enkel schriftelijk worden geprocedeerd. UWV wil het mogelijk maken om digitaal een ontslagaanvraag in te dienen. UWV werkt aan een digitaal aanvraagformulier.
  • Hernieuwde aanvraag:
    UWV wordt regelmatig geconfronteerd met de situatie dat een werkgever kort na de weigering van een ontslagvergunning, opnieuw een aanvraag voor dezelfde werknemer indient. In beginsel wordt die herhaalde aanvraag niet in behandeling genomen. UWV zal in de aangepaste beleidsregels een nieuw toetsingskader toevoegen, waarmee UWV kan beoordelen of een herhaalde aanvraag wel of niet in behandeling genomen wordt.
  • Aanvullende stukken:
    Verder geldt als nieuw beleid dat UWV niet langer verplicht is nagekomen informatie bij de beoordeling van de ontslagaanvraag te betrekken. Een te laat ingediende reactie of nagekomen informatie zal UWV voortaan buiten beschouwen laten, bij het nemen van de beslissing op de ontslagaanvraag, behoudens bijzondere omstandigheden.

Hoofdstuk 10. Afspiegelingsbeginsel

Het afspiegelingsbeginsel is het verplichte selectiecriterium om bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen te bepalen welke werknemer voor ontslag moet worden voorgedragen. In de Beleidsregels wordt een nieuwe, vereenvoudigde berekeningsmethodiek opgenomen, die niet leidt tot een andere uitkomst. Ook wordt in de Beleidsregels opgenomen dat indien twee werknemers met dezelfde, uitwisselbare functie, zijn ingedeeld in dezelfde leeftijdsgroep en op dezelfde datum in dienst zijn getreden, de werkgever een keuze mag maken wie hij voor ontslag voordraagt.

Hoofdstuk 11. Bedrijfsvestiging

In dit hoofdstuk worden aanvullende handvatten gegeven om te bepalen welke eenheid binnen een onderneming als bedrijfsvestiging moet worden aangemerkt. UWV is van mening dat meerdere rechtspersonen samen één bedrijfsvestiging kunnen vormen. Van belang is onder meer of de twee rechtspersonen (bijvoorbeeld moeder en dochter) feitelijk één organisatorische eenheid vormen en de zeggenschap over het personeel in één hand ligt.

Hoofdstuk 15. Ontslagen in de uitzendsector

In bijlage B bij het Ontslagbesluit is bepaald dat een uitzendbureau zich 1, 3 of 4 maanden moet inspannen om een uitzendkracht van wie de inleenopdracht is beëindigd, te herplaatsen. Indien de uitzendkracht ziek is, start de herplaatsingstermijn pas na het herstel van de werknemer.

Hoofdstuk 20. Herplaatsing

Indien meerdere kandidaten opteren voor herplaatsing in een andere, passende functie geldt dat een interne kandidaat in beginsel voorgaat op een externe kandidaat. Er wordt geen ontslagvergunning verleend als de herplaatsingsmogelijkheden worden betwist en een uitspraak van de (interne) bezwarencommissie bepalend is voor de vraag of een werknemer terecht voor ontslag is voorgedragen.

Hoofdstuk 23. Collectief ontslag

Indien de werkgever het voornemen heeft om binnen een (toekomstig) tijdvak van drie maanden om bedrijfseconomische redenen 20 of meer arbeidsovereenkomsten te beëindigen, dient hij dit te melden aan de vakbonden en aan UWV. Onder beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt in dit verband verstaan:

  • de datum waarop de ontslagvergunning zal worden aangevraagd;
  • de datum waarop de arbeidsovereenkomst zal worden opgezegd als geen ontslagvergunning is vereist of niet is aangevraagd;
  • de datum waarop het ontbindingsverzoek zal worden ingediend;
  • de datum waarop de beëindigingsovereenkomst zal worden gesloten.

Hoofdstuk 27. Verstoorde arbeidsrelatie

Indien de werkgever verzoekt toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, omdat de arbeidsrelatie met een werknemer ernstig en duurzaam is verstoord, geldt de schuldvraag niet als toetsingscriterium. Het is niet aan UWV om bij de beslissing te betrekken of bijvoorbeeld de werkgever in overwegende mate schuld heeft aan het ontstaan of in stand houden van de ernstig verstoorde arbeidsrelatie.

Hoofdstuk 28. Langdurige arbeidsongeschiktheid

Indien de werkgever een ontslagaanvraag indient vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid, wordt aan de werkgever overgelaten zelf de stukken te selecteren, die relevant zijn om de aanvraag te onderbouwen. Deze stukken dienen adequate en actuele informatie te bevatten over de arbeidsongeschiktheid, de herstelprognose en de herplaatsingsinspanningen en
-mogelijkheden. 

Hoofdstuk 32. Ontslag en leeftijd

UWV wordt met enige regelmaat geconfronteerd met ontslagaanvragen, waaruit blijkt dat de werkgever en de AOW-gerechtigde werknemer hebben afgesproken dat zij na verlening van de ontslagvergunning en aansluitend aan de opzegtermijn een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zullen aangaan. In een dergelijke situatie wordt geen ruimte gemaakt voor arbeidsparticipatie van een jongere op de arbeidsmarkt. UWV zal geen ontslagvergunning meer verlenen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, als de betreffende oude werknemer geen ruimte maakt voor arbeidsparticipatie van een jongere op de arbeidsmarkt.

Hoofdstuk 33. Deskundigenadvies

Als een werkgever een ontslagaanvraag indient, heeft UWV de bevoegdheid om in voorkomende gevallen een deskundigenadvies bij de besluitvorming te betrekken. Advies wordt in beginsel gevraagd na ontvangst van het eerste verweer. De proceduretijd kan daarmee worden verkort.