Werknemer zegt arbeidsovereenkomst op voor aanvang proeftijd

maandag, 1 januari 2001

Het Hof 's-Hertogenbosch heeft op 9 november 2010 uitspraak gedaan in een zaak waarin een werknemer nog voor zijn eerste werkdag was aangevangen, zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst zijn partijen een proeftijd van 2 maanden overeengekomen. Werkgever is van oordeel dat werknemer met het vroegtijdig opzeggen van de arbeidsovereenkomst niet aan de opzegtermijn heeft voldaan.

De feiten

Werkgever en werknemer hebben op 12 februari 2008 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten, welke zou ingaan op 1 april 2008. Partijen zijn in de arbeidsovereenkomst een proeftijd van 2 maanden overeengekomen, waardoor zij derhalve bevoegd zijn gedurende deze twee maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst, de overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen.

Werknemer heeft op 7 maart 2008 medegedeeld dat hij van de arbeidsovereenkomst afzag. De raadsman van werkgever heeft hem hierop laten weten dat hij de arbeidsovereenkomst op onregelmatige wijze heeft opgezegd, daar hij geen opzegtermijn van een maand in acht had genomen en vordert schadevergoeding. Werknemer stelt daarentegen dat hij juist gebruik heeft gemaakt van het proeftijdbeding en niet schadeplichtig is. Werkgever is op 23 december 2008 failliet verklaard, waarna de curator de procedure heeft waargenomen.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat werknemer zich niet op het proeftijdbeding kon beroepen, aangezien de overeenkomst feitelijk nog niet was aangevangen. Daarmee werd de werkgever in het gelijk gesteld.

Oordeel Hof 's-Hertogenbosch

In artikel 7:676 lid 1 BW is de volgende bepaling opgenomen: "Indien een proeftijd is bedongen, is ieder der partijen, zolang die tijd niet is verstreken, bevoegd de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen". Het hof oordeelt dat de woorden 'zolang die tijd niet is verstreken' door de wetgever zijn opgenomen om aan te geven dat de opzeggingsbevoegdheid ook geldig is ten aanzien van nog niet aangevangen arbeidsovereenkomsten.

Aangezien niet valt op te maken dat partijen bij de overeenkomst hadden willen afwijken van artikel 7:676 lid 1 BW, heeft werknemer de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig opgezegd. Het proeftijdbeding sluit evenmin een opzegging middels artikel 7:676 lid 1 niet uit.

Kortom, het hof concludeert dat het vonnis vernietigd dient te worden en wijst de vordering van werkgever af.

www.rechtspraak.nl, LJN: BO4338

 

Auteur