Waar mogen kartelslachtoffers hun schadeclaim indienen?

donderdag, 21 mei 2015

Kartelslachtoffers die hun schade willen verhalen, staan voor allerlei procedurele complicaties. Bijvoorbeeld bij welke rechter ze moeten zijn. Dit speelt met name als het kartel verspreid is over meerdere jurisdicties. Het Hof van Justitie van de EU komt hen vandaag tegemoet. Kartelslachtoffers mogen hun gehele schadeclaim centreren bij de rechter die bevoegd is ten aanzien van (tenminste) één van de karteldeelnemers.

De hoofdregel is dat een eiser een gedaagde dagvaardt in het land waar de gedaagde woonachtig of gevestigd is (Brussel I Verordening, oud en nieuw). Deze hoofdregel geldt binnen de EU in principe ook voor kartelclaims op grond van onrechtmatige daad. Indien er meerdere gedaagden zijn verspreid over de EU lidstaten, zoals bij kartels wel vaker het geval is, kan de hoofdregel uitzondering lijden. Onder omstandigheden kan de schadeclaim gecentreerd worden bij één rechter, mits er voldoende samenhang bestaat tussen de verschillende 'deelzaken'. Dit vermindert het risico op uiteenlopende rechtspraak.

Oordeel Europese rechter

In HvJEU 21 mei 2015, zaak C‑352/13 (CDC/Akzo Nobel c.s.), welk arrest samenhangt met het waterstofperoxide-kartel, wilde het Belgische claimvehikel CDC namens een achterban van kartelslachtoffers schade verhalen op zes karteldeelnemers, die in diverse EU lidstaten waren gevestigd. De gedaagden waren in 2006 reeds door de Europese Commissie beboet wegens deelname aan dit illegale kartel.

CDC bracht de schadeclaim gecentreerd aan bij de rechter in Dortmund, omdat één van de karteldeelnemers aldaar gevestigd was. Echter nadien troffen CDC en deze Duitse karteldeelnemer een schikking, waarna de procedure tegen deze partij werd geroyeerd. De overige gedaagden wezen op contractuele afspraken, die bepaalden dat niet de Duitse rechter, maar andere rechters bevoegd waren. De Duitse rechter twijfelde aan zijn bevoegdheid en diende daarom een prejudiciële verwijzing bij het Hof van Justitie van de EU, teneinde meer duidelijkheid te verkrijgen. Die oordeelt als volgt:

- Schikking geen impact op bevoegdheid Het Hof wijst allereerst op de bovenstaande uitzondering en de ratio daarvoor. Specifiek voor kartels geldt dat karteldeelnemers erop bedacht moeten zijn dat zij gedagvaard kunnen worden in de EU lidstaat waar één van hen is gevestigd. Het enkele feit dat de enige karteldeelnemer die gevestigd is in de EU lidstaat van dagvaarding, vervolgens wegvalt wegens een schikking, heeft in beginsel geen effect op de bevoegdheid van de rechter aldaar, behoudens misbruik. Van misbruik kan sprake zijn, indien CDC en de schikkingspartij bewust hun schikking zouden hebben vertraagd, enkel met als doelstelling de Duitse rechter zich bevoegd te laten verklaren.

- Andere mogelijke fora Alternatief mag een kartelslachtoffer een zaak aanbrengen daar waar het kartel werd afgesproken, of daar waar een (uitvoerings)afspraak werd gemaakt die het bestaan van een kartel impliceert, of daar waar de kartelschade werd opgelopen. Normaal gesproken is dat de vestigingsplaats van het individuele kartelslachtoffer, aldus het Hof. In het geval van een claimvehikel als CDC kan dit erop neerkomen dat zij namens elke vertegenwoordigde ergens anders een zaak moet aanbrengen.

- Contractuele afwijking mogelijk? Ten slotte is het juist dat een rechter in beginsel acht moet slaan op contractuele afspraken over welke rechter bevoegd is, ingeval van geschillen. Echter het Hof maakt duidelijk dat voor kartels een dergelijke contractuele afspraak enkel mogelijk is, indien het kartelslachtoffer daar uitdrukkelijk mee heeft ingestemd.