Verdubbeling van boetes bij werken zonder certificaat

donderdag, 26 januari 2012

Op vrijdag 20 januari jl. is het besluit van de Staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in werking getreden dat strekt tot wijziging van beleidsregel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet (boeteoplegging van de beleidsregels Arbeidsomstandighedenwetgeving). In deze beleidsregel wordt een onderscheid aangebracht tussen overtredingen waarvoor direct een boete kan worden opgelegd, overtredingen die als ernstig worden aangemerkt (waarbij ook direct een boete wordt opgelegd) en overige overtredingen. Dit onderscheid brengt met zich mee dat naarmate het gevaar voor de veiligheid en gezondheid voor werknemers groter wordt, overtredingen zwaarder zullen worden bestraft. In dit besluit wordt een aantal overtredingen op het terrein van asbestverwijdering door niet-gecertificeerde asbestbedrijven uit de risicoklasse II en III, die ondergebracht waren in de lijst van overtreding waarvoor direct een boete kon worden opgelegd, overgeheveld naar de lijst van ernstige overtredingen. Hierdoor kan aan niet-gecertificeerde asbestbedrijven in vergelijking tot voor de invoering van dit besluit verdubbeling van de boete worden opgelegd voor de in dit besluit vermelde overtredingen.

In de Memorie van Toelichting bij dit besluit wordt een drietal redenen aan deze wijziging ten grondslag gelegd. Ten eerste het feit dat asbest voor een grote groep mensen ernstig gevaar oplevert. Ten tweede wordt met de wijziging het belang en de rol van de certificaten benadrukt. Ten derde sluit de voorgestelde handhaving op certificaten beter aan op het strikter hanteren van de certificatieschema’s. Wat dat laatste voor u kan betekenen, hebben wij in de laatste twee nieuwsbrieven (november en december 2011) reeds uitgelegd.

Aan de lijst van ernstige overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven (bijlage 2 van de beleidsregel) worden drie omschrijvingen van de overtreding ingevoegd:

  • het verrichten van handelingen, bedoeld in artikel 4.54d eerste lid Arbobesluit, door een bedrijf dat niet in het bezit is van een certificaat voor asbestverwijdering;
  • het verrichten van de werkzaamheden bedoeld in artikel 4.54d eerste lid Arbobesluit, zonder voortdurend toezicht van (of niet door) een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid voor het toezicht houden op het werken met asbest;
  • het mede verrichten van handelingen, bedoeld in artikel 4.54d eerste lid Arbobesluit, door een persoon die niet in het bezit is een certificaat voor vakbekwaamheid voor het verwijderen van asbest.


Deze drie artikelen worden dus van bijlage 3 uit de beleidsregel 33 overgeheveld naar bijlage 2 van deze beleidsregel. Door deze overheveling worden deze overtredingen niet meer aangemerkt als overtredingen waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven, maar als ernstige overtreding. Het kwalificeren van deze overtreding als ernstige overtredingen maakt het mogelijk dat voor het niet-naleven van deze artikelen een hogere boete wordt opgelegd. Volgens beleidsregel 33, vierde lid, onder a wordt bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete in geval van ernstige overtredingen het boetenormbedrag zoals vermeld in bijlage I van beleidsregel 33, verdubbeld.

Daarnaast wordt in artikel 4.50 eerste lid Arbobesluit aangegeven dat de werkzaamheden eerst mogen aanvangen nadat een werkgever van een gecertificeerd asbestbedrijf een werkplan heeft opgesteld dat doeltreffende maatregelen bevat ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de betrokken werknemers. Een nadere uitwerking van dit basisartikel wordt gegeven in het vierde lid van artikel 4.50 Arbobesluit. Het niet-naleven van artikel 4:50, eerste lid Arbobesluit is een overtreding waarvoor direct een boete wordt gegeven, terwijl voor niet-naleven van artikel 4.50 vierde lid a tot en met d (de invulling van het eerste lid), eerst een waarschuwing wordt gegeven. Door opname van artikel 4.50 vierde lid a tot en met d in de lijst van overtredingen waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven zoals opgenomen in bijlage 3 van beleidsregel 33 van de Arbowet, gaat voor dit artikel hetzelfde handhavingsregime gelden als voor artikel 4.50 eerste lid Arbobesluit.

Met deze wijziging wordt de rol van het certificaat dus nog groter. Daarbij worden dan met name de risico’s groter voor bedrijven die feitelijk met asbest werken maar niet beschikken over een certificaat. Immers, een niet-gecertificeerd bouwbedrijf dat asbest tegenkomt bij de werkzaamheden en doorwerkt, werkt met asbest. Ook op dit bedrijf zijn de asbestbepalingen van het Arbobesluit van toepassing. Dit betekent dat ook dit bedrijf de hoge boete krijgt voor het werken met asbest zonder over de verplichte certificaten te beschikken. Doordat een dergelijk niet-gecertificeerd bedrijf het risico van een hoge boete niet zal willen nemen, ligt het in de rede dat zij direct een gecertificeerd bedrijf inschakelen als er toch asbest aanwezig blijkt te zijn. De toegenomen waarde van een certificaat sluit tevens aan op het strikter hanteren van de certificatieschema’s. Het is immers de bedoeling van het sanctiestelsel in deze schema’s dat een bedrijf dat zich niet aan de regels houdt, de werkzaamheden niet meer mag en zal verrichten. Om dit doel te bereiken is het nodig dat er veelvuldig en streng via een lik-op-stukbeleid wordt gehandhaafd op het verrichten van asbestwerkzaamheden zonder certificaat. Een hoge beboeting maakt de sanctie van het intrekken van het certificaat nog doeltreffender. Dit alles dient er toe te leiden dat de malafide bedrijven zullen verdwijnen.

 

Auteur