Publicaties

Verborgen camera’s op de werkvloer: een update

Geplaatst op | Publicatie

Het inzetten van verborgen camera’s op de werkvloer is in beginsel niet toegestaan. Recent heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (“EHRM”) dit nogmaals bevestigd. Toch is heimelijk cameratoezicht in sommige gevallen gewenst, bijvoorbeeld omdat het vermoeden bestaat dat op de werkvloer sprake is van diefstal of fraude. In deze blog wordt stilgestaan bij de uitspraak van het EHRM. Daarnaast worden aandachtspunten genoemd voor het gebruik van verborgen camera’s in de praktijk.

Casus

Werkgever is in dit geval een supermarkt in Spanje. Op enig moment wordt door de bedrijfsleider geconstateerd dat er verschillen zijn tussen de voorraden en de dagelijkse verkopen. Werkgever besluit hierop zichtbare en onzichtbare camera’s te installeren. De zichtbare camera’s worden opgehangen bij de in- en uitgang van de supermarkt, zodat eventuele dieven via de beelden kunnen worden achterhaald. De onzichtbare camera’s hangen bij de kassa’s en worden gebruikt om het personeel te controleren.

Over de inzet van de zichtbare camera’s worden de werknemers geïnformeerd. Dat geldt echter niet voor het gebruik van de onzichtbare camera’s.

Uit opnamen van de onzichtbare camera’s blijkt dat een vijftal werknemers (kassamedewerkers) klanten en collega’s hebben geholpen met het stelen van producten. Ook hebben deze werknemers zelf producten meegenomen. Voor werkgever is dit aanleiding om de werknemers te ontslaan.

In de daaropvolgende procedure heeft de Spaanse rechter zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de camerabeelden geaccepteerd als bewijs. De betrokken werknemers hebben vervolgens hierover een klacht ingediend bij het EHRM.

Oordeel EHRM

Het EHRM is van oordeel dat de Spaanse overheid in strijd heeft gehandeld met artikel 8 EVRM, en aldus sprake is van een privacy-inbreuk. Naar Spaans recht hadden de werknemers geïnformeerd moeten worden over het opslaan en bewerken van persoonlijke data. De werknemers zijn echter niet vooraf gewaarschuwd dat er verborgen camera’s zouden worden ingezet.

Het oordeel van de Spaanse rechter, dat werkgever geen andere mogelijkheid had om de diefstal te bewijzen en daarom tot inzet van de camera’s mocht overgaan, volgt het EHRM niet. De inzet is niet proportioneel geweest. Werkgever heeft alle werknemers wekenlang gefilmd, gedurende de volledige werktijd. In die situatie hadden de werknemers minimaal algemene informatie moeten krijgen over het heimelijk cameratoezicht, hetgeen niet is gebeurd. De werknemers hebben vanwege de privacy-inbreuk recht op een schadevergoeding (ter hoogte van €4.000,–) van de Spaanse overheid, aldus het EHRM.

Ondanks de privacy-inbreuk, worden de ontslagen van de werknemers wel rechtsgeldig geacht.  Reden daarvoor is dat de ontslagen niet enkel gebaseerd zijn op de video-opnamen, maar ook op verklaringen van getuigen en op bekentenissen van drie van de vijf werknemers.

Cameratoezicht naar Nederlands recht

Ook in Nederland moet beoordeeld moet worden of de inzet van (verborgen) camera’s noodzakelijk is, of het nagestreefde doel ook op een minder ingrijpende manier kan worden bereikt en of het bedrijfsbelang opweegt tegen het privacybelang van de werknemers.

Aandachtspunten voor de praktijk

Collega Suzan Wolters schreef reeds een blog over de inzet van camera’s onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens (“Wbp”). De strenge eisen die daarin worden genoemd, zullen (grotendeels) ook van toepassing zijn als de Algemene Verordening Gegevensbescherming (“AVG”) zal gelden.

Kort gezegd is het volgende van belang:

  1. er dient sprake te zijn van een uitzonderlijke situatie. Er is bijvoorbeeld een redelijk vermoeden van diefstal en eerdere genomen maatregelen hebben daaraan geen einde kunnen maken;
  2. de inzet van verborgen camera’s mag slechts tijdelijk zijn en er worden niet meer personen en/of plaatsen in beeld gebracht dan noodzakelijk is voor het doel;
  3. de betrokken werknemers dienen er vooraf op te worden gewezen dat verborgen cameratoezicht in bepaalde situaties (zoals diefstal) mogelijk is. Dat kan bijvoorbeeld via een personeelsreglement of protocol;
  4. de betrokken werknemers dienen ook achteraf geïnformeerd te worden over het gebruik van verborgen camera’s;
  5. als een ondernemingsraad is ingesteld, moet deze vooraf hebben ingestemd met de (mogelijke) inzet van verborgen camera’s.

Op grond van de Wbp dient voor heimelijk cameratoezicht een melding te worden gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Ook dient een voorafgaand onderzoek bij deze instantie te worden aangevraagd. Deze verplichtingen zullen met de komst van de AVG komen te vervallen.

Het wordt aanbevolen om een protocol op te stellen voor zowel zichtbaar als heimelijk cameratoezicht, zodat werknemers vooraf bekend zijn met de (mogelijke) inzet van camera’s en de voorwaarden waaronder wordt gefilmd. Een dergelijk protocol moet onder andere informatie bevatten over het doel waarvoor de camera’s worden ingezet en voor hoe lang de camerabeelden worden bewaard.

Tot slot

Heeft u vragen over de inzet van (verborgen) camera’s op de werkvloer? Neemt u dan contact op met Karen Knook (k.knook@banning.nl / +31 73 800 09 36) of een van de andere leden van de Praktijkgroep Privacy.

(*) Bron: EHRM 9 januari 2018, nr. 1874/13.