Uitspraak Mazda: Merkgebruik na einde dealerschap onder voorwaarden toegestaan

maandag, 6 november 2017

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam deed recent uitspraak over het gebruik van beeld- en woordmerk ‘Mazda’ door een voormalig erkend Mazda dealer. Het gebruik van het Mazda woordmerk is volgens de rechter toegestaan, mits het wordt gebruikt in een andere kleur lettertype dan gebruikelijk binnen de Mazda-organisatie en gepaard gaat met bijvoorbeeld de woorden ‘reparatie’ en/of ‘occasion’ en/of ‘specialist in Mazda’, waarbij die woorden duidelijk zichtbaar moeten zijn. Dit om te voorkomen dat er een bijzondere of commerciële band met Mazda wordt gesuggereerd. 

Feiten

Mazda had in dit geval de dealerovereenkomst en erkend reparateursovereenkomst opgezegd. Het gebruik van de merken van Mazda diende volgens de afspraken na afloop van de dealerovereenkomst en erkend reparateursovereenkomst te worden gestaakt. De dealer diende zich tevens te onthouden van (rechts)handelingen die erop kunnen duiden dat de dealer nog een erkend Mazdadealer of erkend Mazdareparateur is.

Vervolgens bood de dealer nog steeds nieuwe Mazda voertuigen te koop aan en gebruikte de dealer Mazda identificatiematerialen. Dit wekte de indruk dat zij nog steeds behoorde tot het erkende distributienetwerk van Mazda.

In de procedure bij de Rechtbank Amsterdam vordert Mazda onder andere staking van het gebruik van het Mazda beeld- en woordmerk.

Oordeel

De voormalig Mazdadealer wekte volgens de rechter in deze zaak ten onrechte de indruk nog steeds onderdeel uit te maken van het Mazda dealer- en servicenetwerk door gebruik te maken van het Mazda beeldmerk (logo) in de showroom, op de buitenkant van het pand, alsmede op raamstickers, visitekaartjes, smeerkaarten, orderbevestigingen en briefpapier etc. De voormalig Mazdadealer wordt door de rechter veroordeeld om het gebruik van het beeldmerk (logo) van Mazda te staken en gestaakt te houden.

Mazda vorderde in deze procedure tevens een verbod van het gebruik van het woordmerk Mazda, tenzij dit gebeurt op een wijze die geen bijzondere of commerciële band met Mazda suggereert. Dit betekent volgens de rechter dat het woordmerk niet mag worden gebruikt in hetzelfde lettertype als in het beeldmerk. Ook mag de voormalig Mazdadealer het woordmerk niet in een ander lettertype gebruiken indien dat niet geschiedt in combinatie met bijvoorbeeld de woorden ‘reparatie’ en/of ‘occasion’ en/of ‘specialist in Mazda’, waarbij die woorden duidelijk zichtbaar moeten zijn.

Het gebruik van het woordmerk werd vastgesteld op de gevel van de showroom en de vlaggen op het buitenterrein, waarbij weliswaar het woord ‘occassion’ was toegevoegd maar waarop het woord Mazda substantieel groter was.  Dit wekte volgens de rechter ten onterechte de indruk dat de voormalig Mazdadealer (nog steeds) behoorde tot het erkende distributienetwerk van Mazda.

Wat mag wel?

Een merkhouder mag gebruikmaking van haar merk verbieden indien het merk zo wordt gebruikt dat de indruk kan worden gewekt dat er een commerciële band tussen bijvoorbeeld een dealer en de merkhouder bestaat, en met name dat de dealer tot het distributienet van de merkhouder behoort of dat een bijzondere relatie tussen de twee ondernemingen bestaat.

Gebruik van het merk van een autoproducent door een voormalig erkend dealer is wel toegestaan om bij het publiek aan te kondigen dat de dealer:

  1. de reparatie en het onderhoud van waren voorzien van dit merk verricht; of
  2. gespecialiseerd is in de verkoop of de reparatie en het onderhoud van die waren.

Dit volgt uit een eerdere uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Mazda-uitspraak bevestigt dat gebruik van het woordmerk in een ander lettertype met het toevoegen van de woorden ‘reparatie’ en/of ‘occasion’ en/of ‘specialist in Mazda’ die tevens duidelijk zichtbaar zijn, in beginsel is toegestaan.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op met mr. Minos van Joolingen of mr. Esra van der Wolk.