Uitbesteden bedrijfsactiviteiten minder rendabel na uitspraak Europees Hof van Justitie

donderdag, 28 oktober 2010

Het Europees Hof van Justitie heeft op 21 oktober jl. uitspraak gedaan over de vraag of de regels van Richtlijn 2001/23 betreffende de bescherming van werknemers van toepassing zijn, indien permanent gedetacheerde werknemers binnen concernverband mee overgaan bij het overdragen van een activiteit naar een andere onderneming.

De feiten

De werknemer in kwestie was tot 1 maart 2005 in dienst van Heineken Nederlands Beheer B.V.. Samen met ongeveer zeventig andere werknemers was werknemer gedetacheerd bij Heineken Nederland B.V.. Heineken Nederland verzorgde op verschillende locaties de catering voor het personeel van het Heineken-concern. Echter, deze cateringactiviteiten zijn per 1 maart 2005 overgedragen aan Albron, waarbij werknemer nadien ook in dienst is getreden.

Werknemer is lid van FNV Bondgenoten. Volgens FNV zou werknemer veel minder verdienen bij Albron, dan eerder bij Heineken Beheer. Werknemer heeft vervolgens bij de kantonrechter het behoud van zijn arbeidsvoorwaarden gevorderd. De kantonrechter heeft werknemer in het gelijk gesteld, waarop Albron in hoger beroep is gegaan. Het Hof heeft de behandeling van de zaak geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie.

Beantwoording prejudiciële vragen

In geding is de regel van overgang van onderneming, welke voorschrijft dat personeel bij verkoop van zijn bedrijfsonderdeel zijn oude arbeidsvoorwaarden behoudt. Heineken en Albron hebben betoogd dat deze regel thans niet opgaat, nu haar personeel in dienst was van Heineken Beheer. Nu het personeel niet in dienst was van Heineken Nederland, maar van Heineken Beheer, stellen Heineken en Albron dat bij de verkoop van het bedrijfsonderdeel van Heineken aan Albron de oude arbeidsvoorwaarden van de werknemer niet automatisch mee zijn overgegaan.

Het Europees Hof deelt de mening van Heineken en Albron niet en heeft geoordeeld dat er wél sprake is van een overgang van onderneming en dat de overgestapte werknemers de arbeidsvoorwaarden van Heineken moeten behouden.

Gevolgen uitspraak Hof

Tegenwoordig werken er veel bedrijven met een zogenaamde payroll-constructie. Bij deze constructie wordt het werkgeverschap voor uitbestede activiteiten, zoals administratie of juridische zaken overgenomen door een ander. Deze constructie lijkt veel op de constructie die door Heineken werd gehanteerd. Het arrest van het Hof zou dan ook voor deze sector grote gevolgen kunnen hebben.

FNV heeft reeds aangegeven te onderzoeken of meer bedrijven op dezelfde manier als Heineken activiteiten hebben uitbesteed aan derden, waarbij de nieuwe werkgever de arbeidsvoorwaarden van het overgenomen personeel heeft versoberd.

Anneloes de Graaf-Ardts, LL.B