Tekst wetsvoorstel wijziging WMCO bekend, een update

donderdag, 23 juni 2011

In februari 2011 berichtten wij u dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) wil wijzigen (artikel 28 februari 2011 Uitbreiding werking Wet Melding Collectief Ontslag op komst?). Inmiddels is de tekst van het wetsvoorstel en de inhoud van de zogeheten Memorie van Toelichting bekend. Kortom: tijd voor een update.

Huidige vereisten voor meldingsplicht

Op basis van de huidige WMCO geldt de zogeheten meldingsplicht van het voornemen tot een collectief ontslag aan het UWV Werkbedrijf en de belanghebbende werknemersverenigingen, indien (artikel 3 WMCO):

  1. het voornemen ten minste 20 werknemers betreft die werkzaam zijn binnen één werkgebied (‘getalscriterium’);
  2. de arbeidsovereenkomsten met deze werknemers binnen een tijdvak van 3 maanden eindigen;
  3. de werkgever deze arbeidsovereenkomsten wil doen eindigen door middel van een:

-

UWV Werkbedrijfprocedure

-

Ontbindingsprocedure bij de kantonrechter ex artikel 7:685 BW, mits het minimaal 5 ontbindingsverzoeken betreft en deze geen betrekking hebben op de persoon van de werknemer.

Belangrijkste voorgenomen wijzigingen

Beëindigingsovereenkomst onder reikwijdte WMCO
In het wetsvoorstel is de beëindigingsovereenkomst onder de reikwijdte van de WMCO gebracht (zie artikel 2 en 3 van het wetsvoorstel). Na inwerkingtreding van de wetswijziging, geldt de meldingsplicht dus ongeacht de te kiezen ontslagroute. Opzegging, ontbinding of een beëindigingsovereenkomst: zodra het ten minste 20 werknemers betreft in één werkgebied en binnen een tijdvak van 3 maanden, moet de werkgever zijn voornemen tot ontslag melden aan de vakbonden en het UWV Werkbedrijf. Op die manier wil de wetgever voorkomen dat werkgevers de ontslagregels bij collectief ontslag kunnen omzeilen door gebruik te maken van beëindigingovereenkomsten. De belangrijkste reden voor deze wijziging is volgens de wetgever echter, dat de beëindigingsovereenkomst ‘steeds meer in zwang raakt’ (mede door de versoepelde verwijtbaarheidstoets in het kader van de Werkloosheidswet).  

Andere voorgenomen wijzigingen
Enkele belangrijke voorgenomen wijzigingen zijn daarnaast:

-

verval van het vereiste dat het minimaal vijf ontbindingsverzoeken moet betreffen voordat deze verzoeken meetellen in de berekening van het getalscriterium (huidig artikel 3 lid 2 WMCO komt te vervallen);

-

toevoeging van een vernietigingsgrond waarop de werknemer zich kan beroepen binnen zes maanden na de opzegging of het aangaan van een beëindigingsovereenkomst, indien de werkgever de verplichtingen uit de WMCO niet heeft nageleefd (waaronder: meldingsplicht, plicht tot raadpleging vakbonden, zie artikel 7 wetsvoorstel);

-

toevoeging van een ‘vergewisbepaling’: de eis dat de kantonrechter in beginsel pas kan ontbinden op grond van bedrijfseconomische redenen nadat hij zich ervan heeft vergewist of de WMCO van toepassing is, en of aan de vereisten daarvan is voldaan (zie artikel 7 van het wetsvoorstel, waarin in lid 2 een uitzondering is opgenomen)

In het wetsvoorstel zijn voorts wijzigingen opgenomen ten aanzien van de ‘wachttijd’. De wetgever beoogt met artikel 5a van het wetsvoorstel een wachttijd voor de werkgever op te nemen, in die zin dat deze in beginsel pas één maand na de melding van het voornemen de arbeidsovereenkomst mag opzeggen, deze op verzoek van werkgever door de kantonrechter mag laten ontbinden of de arbeidsovereenkomst door een op zijn initiatief opgestelde beëindigingsovereenkomst mag laten eindigen. Het UWV Werkbedrijf zal een verzoek om toestemming tot het doen eindigen van de arbeidsovereenkomst in beginsel pas in behandeling mogen nemen nadat de werkgever aan de meldingsplicht heeft voldaan en uit een schriftelijke verklaring van de werkgever blijkt dat de belanghebbende verenigingen van werknemers en de Ondernemingsraad zijn geraadpleegd. Zie artikel 6 wetsvoorstel; daarmee komt te vervallen dat het UWV Werkbedrijf het verzoek pas één maand na de melding in behandeling neemt, zoals in het huidige art. 6 WMCO is bepaald. De Ondernemingsraad lijkt dus expliciet een rol toegewezen te krijgen tijdens de fase van raadpleging (6 lid 1 sub b van het wetsvoorstel).

Voor een volledig overzicht van alle voorgenomen wijzigingen en een toelichting daarop, verwijzen wij u naar de volgende documenten:

Korte conclusie

Al met al beoogt de wetgever een aantal, vrij ingrijpende, wijzigingen van het collectief ontslagrecht. Antwoord op praktische vragen, bijvoorbeeld hoe een werkgever op voorhand kan bepalen of hij bij het gebruik van beëindigingovereenkomsten meldingsplichtig is in het kader van de WMCO – het exacte aantal werknemers dat daarmee instemt hangt immers af van de uitkomst van de onderhandelingen – heeft de wetgever vooralsnog niet gegeven. Indien dit voorstel tot wet wordt, doet u er als ondernemer er verstandig aan zich goed van de nieuwe regelgeving op de hoogte te (laten) stellen.

En nu?

Het wetsvoorstel wordt momenteel behandeld in de Tweede Kamer. Vervolgens zal het nog moeten worden goedgekeurd door de Eerste Kamer, alvorens de wijzigingen in werking kunnen treden. Tot die tijd – inwerkingtreding – gelden de huidige vereisten uit de WMCO onverkort en blijft alles bij het oude en vertrouwde.