Tegemoetkoming fiscus in de schenk- en erfbelasting voor aanstaande en ex-echtgenoten/partners

woensdag, 21 juli 2010

Minister De Jager van Financiën heeft een nieuw besluit over schenk-en erfbelasting gepubliceerd (Staatscourant nr. 10783 van 13 juli 2010) . In het besluit is nieuw beleid opgenomen voor aanstaande en ex-echtgenoten en partners. Ook is het beleid over schenkingen tussen echtgenoten bij wijziging van hun huwelijksgoederenregime verduidelijkt. Met dit besluit is nu duidelijkheid geboden welke richting wordt gevolgd onder de herziene Successiewet.

Verkrijging door aanstaande of voormalige echtgenoot/partner

Tarieven

Iemand die een schenking of making verkrijgt van een aanstaande of ex-echtgenoot of partner kan hierover schenk- of erfbelasting zijn verschuldigd. De hoogte van de verschuldigde belasting is afhankelijk van de geldende vrijstelling en het geldende tarief. Hierbij wordt aangesloten bij de (familierechtelijke) relatie op het moment van schenking of overlijden. Als gevolg hiervan wordt een verkrijging door een aanstaande of een ex-echtgenoot belast naar tariefgroep II (artikel 24, eerste lid, van de Successiewet). In een aantal situaties acht de Minister dit onbillijk. Om deze onbillijkheid op te heffen verstrekt de Minister tegemoetkomingen (verlaging naar tariefgroep I) aan de volgende categorieën van personen:

-      

Aanstaande echtgenoten (alleen als de huwelijksvoorbereidingen objectief gezien in vergevorderd stadium verkeerden)

-

Ex-echtgenoten (als de schenking is gedaan ter uitvoering van een door de echtgenoten overeengekomen convenant)

-

Aanstaande partners  

-

Voormalig ongehuwde partners (voor zover de schenking is gedaan ter uitvoering van een door de voormalige partners overeengekomen verdeling)

De tegemoetkoming houdt in dat de verschuldigde schenk- of erfbelasting wordt gematigd. De belasting wordt dan berekend naar het tarief (tariefgroep I) dat geldt voor een verkrijging door een partner als bedoeld in artikel 1a van de Successiewet. De Minister benadrukt wel dat de tegemoetkoming alleen geldt voor het tarief, er wordt geen tegemoetkoming verleend voor de vrijstelling.

Wijziging huwelijksgoederenregime

Wijziging van huwelijkse voorwaarden kan een schenking inhouden. Dit is afhankelijk van feiten en omstandigheden.

Wijziging in een wettelijke gemeenschap van goederen

De onder de oude Successiewet 1956 gewezen arresten van de Hoge Raad uit 1959 en 1971 bepaalden al dat er geen sprake is van een schenking tussen echtgenoten bij een wijziging van huwelijks voorwaarden naar een wettelijke gemeenschap van goederen. Tot dit besluit van de Minister was het onduidelijk of deze regel ook gold onder de herziene Successiewet die op 1 januari 2010 in werking trad. Nu weten we dat ook onder de herziene Successiewet er geen sprake is van schenking bij een wijziging van huwelijkse voorwaarden in een algehele gemeenschap van goederen. Tot het tijdstip van de wijziging ontvangen erfenissen of schenkingen en het op het tijdstip van de wijziging aanwezig privévermogen van de echtgenoten (bijvoorbeeld ondernemingsvermogen) mogen daarbij uitgezonderd blijven van de wettelijke gemeenschap van goederen. Dit geldt ook bij een overgang naar een wederkerig finaal verrekenbeding alsof de echtgenoten in algehele wettelijke gemeenschap van goederen zijn gehuwd.

Wijziging in een beperkte gemeenschap

Bij wijzigingen in het huwelijksgoederenregime door een overgang naar een beperkte gemeenschap of naar een beperkt finaal verrekenbeding kan een vermogensverschuiving plaatsvinden. Bij deze overgang kan dan sprake zijn van een schenking, nu de arresten van de Hoge Raad hier niet analoog van toepassing zijn. Mocht er sprake zijn van een schenking, dan kan men een vrijstelling vanschenkbelasting verkrijgen indien men aantoont dat aan een natuurlijke verbintenis is voldaan. De beoordeling of er een schenking is en of met die schenking is voldaan aan een natuurlijke verbintenis, is feitelijk. Een concrete casus kan aan de inspecteur worden voorgelegd voor zekerheid vooraf over de gevolgen voor de schenkbelasting.

Van wettelijke gemeenschap van goederen naar huwelijksvoorwaarden

Als echtgenoten hun wettelijke gemeenschap van goederen alsnog omzetten in huwelijkse voorwaarden, wijzigt hun vermogenspositie. Een vermogensverschuiving door deze overgang kan een schenking zijn. De minister keurt goed dat op verzoek geen schenkbelasting wordt geheven als de in wettelijke gemeenschap gehuwden alsnog huwelijkse voorwaarden opmaken. De goedkeuring geldt in de volgende twee situaties:

  1. Er moet aannemelijk zijn gemaakt dat die wijziging verband houdt met het herstel van aanspraken van kinderen uit een eerder huwelijk op het vermogen van hun ouder. Bovendien moeten die aanspraken als gevolg van een huwelijk in wettelijke gemeenschap van goederen onbedoeld verloren zijn gegaan.
  2. Er moet aannemelijk zijn gemaakt dat door een misverstand voorafgaand aan het huwelijk geen huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt. Als binnen drie jaar na het sluiten van het huwelijk alsnog huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt en op dat moment geen sprake is van duurzaam gescheiden leven of echtscheiding, wordt een misverstand verondersteld.


Extra voorwaarden

De goedkeuring voor beide situaties geldt als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

-   

De huwelijkse voorwaarden worden gemaakt op de voet van Titel 8, afdeling 1 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

-

Iedere gemeenschap wordt uitgesloten.

-

Na de verdeling zijn de echtgenoten ieder gerechtigd tot hetzelfde vermogen als waartoe zij gerechtigd zouden zijn geweest, indien zij al bij het aangaan van het huwelijk iedere gemeenschap hadden uitgesloten. Het gaat om de gerechtigdheid tot het vermogen, en dus niet om de gerechtigdheid tot de goederen zelf. Door tijdsverloop zal het niet mogelijk zijn of gewenst zijn om elk goed precies toe te delen aan degene die het goed had voor het huwelijk. Ook zullen er nieuwe goederen zijn verworven. Dat vormt geen inbreuk op de goedkeuring. De uiteindelijke uitkomst in vermogenspositie is bepalend.

De huwelijkse voorwaarden en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn afgewikkeld binnen zes maanden na de dagtekening van de goedkeurende beschikking van de Belastingdienst.