Taken en aansprakelijkheid bewindvoerder

woensdag, 14 juli 2010

Gedurende een faillissement wordt een onderneming soms voortgezet, bijvoorbeeld in het kader van het realiseren van een doorstart. Van een curator worden dan vele kwaliteiten verondersteld. Tijdens een surseance wordt de onderneming per definitie voor kortere of langere periode voortgezet. De vraag is wat van een bewindvoerder tijdens de voortzetting mag worden gevraagd en hoe hij zijn toezicht moet uitoefenen.

Vooral in het begin van een surseance komt veel op de bewindvoerder af. Hij moet zich in een korte periode een beeld vormen over de financiële positie, de aard van de onderneming, de (meest urgente) problemen waarin de onderneming verkeert en dergelijke. Er moet ook binnen korte termijn overlegd worden met belangrijke spelers zoals de bank, belangrijke crediteuren, de fiscus en de accountant. Door de hoeveelheid van zaken waar een bewindvoerder mee wordt geconfronteerd moet hij van vele markten thuis zijn. Derhalve moet hij, waar nodig, specialisten inschakelen. Hij lijkt (vaak) op een soort crisismanager. Daarin moet doortastend worden opgetreden en moet er bereidheid bestaan om beslissingen te nemen, uiteraard wel goed voorbereid.

Klik hier om het gehele artikel te lezen.

Dit artikel werd tevens gepubliceerd in het tijdschrift Financiering, Zekerheden en Insolventierechtpraktijk, juli 2010.