Sodexo komt na "cruciale rekenfout" met de schrik vrij

vrijdag, 4 april 2014

In 2013 heeft Sodexo ingeschreven op een opdracht ten behoeve van een Kerndepartement van het Ministerie van Economische Zaken, alsmede op een opdracht voor restauratieve voorzieningen ten behoeve van de Rechtspraak. In eerstgenoemde aanbestedingsprocedure is de opdracht gegund aan Sodexo. Drie maanden na de gunning en slechts vier weken voorafgaand aan de uitvoering van deze opdracht liet Sodexo aan de aanbestedende dienst (hierna: ‘de Staat’) weten dat zij een cruciale rekenfout in haar inschrijving had ontdekt, waardoor zij jaarlijks een verlies van € 250.000 op de opdracht zou lijden. Sodexo gaf aan vanwege de rekenfout in alle redelijkheid niet te kunnen voldoen aan haar inschrijving. De Staat was ‘not amused’ en liet zijn tanden zien door de overeenkomst met EZ per direct te ontbinden en Sodexho aansprakelijk te stellen voor de schade. Verder werd Sodexo – op grond van een ernstige beroepsfout (art. 2.87, eerste lid, sub c Aanbestedingswet) – uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure ten behoeve van restauratieve voorzieningen voor de Rechtspraak.

Bij uitspraak d.d. 18 februari 2014 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag zich uitgesproken over de rechtmatigheid van de ontbinding van de overeenkomst alsmede over de uitsluiting van Sodexo wegens een ernstige beroepsfout. De onderbouwing van de Staat komt er kort en zakelijk op neer dat de handelwijze van Sodexo zijn professionele geloofwaardigheid heeft aangetast. In de woorden van de Staat: “Het moet voor iedere weldenkende marktpartij voldoende duidelijk zijn dat het op deze wijze in de kou laten staan van een opdrachtgever van zodanige ernst en omvang is, dat dit heeft te gelden als een ‘ernstige fout’ met consequenties voor toekomstige opdrachten”

De voorzieningenrechter concludeert dat het de Staat vrij stond de overeenkomst ten behoeve van EZ te ontbinden, omdat de Staat ervan uit mocht gaan dat de overeenkomst – ook in de visie van Sodexo – in ieder geval op korte termijn zou worden ontbonden. De Staat kon er namelijk niet meer op vertrouwen dat Sodexo de overeenkomst zou (kunnen) nakomen.

Hetgeen is voorgevallen in de eerste aanbestedingsprocedure kan volgens de voorzieningenrechter echter niet worden aangemerkt als een ‘ernstige beroepsfout’, op grond waarvan Sodexo in de tweede aanbestedingsprocedure kan worden uitgesloten. De voorzieningenrechter acht in dat verband de volgende omstandigheden van belang:

1. de niet-nakoming van de overeenkomst is niet het gevolg van een weloverwogen beslissing aan de zijde van Sodexo;
2. het is niet aannemelijk dat de beroepsfout het gevolg is van opzet dan wel van ernstige nalatigheid;
3. Sodexo heeft de Staat niet doelbewust willen misleiden.

Uitsluiting voor de Rechtspraak aanbesteding is onder die omstandigheden volgens de voorzieningenrechter in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en tevens disproportioneel. De slotsom is dat de inschrijving van Sodexo alsnog moet worden meegenomen in het kader van de (her)beoordeling van deze aanbestedingsprocedure voor de Rechtspraak.