Renteswap; strop voor banken of voor klanten?

dinsdag, 1 juli 2014

Recent behandelden wij reeds een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant waarin de rechtbank zich heeft uitgelaten over “renteswaps”. In die zaak had Rabobank – kort gezegd - haar klant onvoldoende duidelijk gemaakt wat de risico’s waren van de door haar geadviseerde financieringsconstructie en de daarvan deel uitmakende renteswap. Hierdoor schond zij haar bijzondere zorgplicht jegens de klant en moest zij de schade vergoeden die haar klant daardoor leed. Sinds deze uitspraak zijn enkele andere uitspraken gepubliceerd waarin rechters zich hebben uitgelaten over (onder meer) renteswaps en de informatieplicht die voortvloeit uit de bijzondere zorgplicht van de bank.

Zorgplicht bank; informatieplicht

Op de bank rust een bijzondere zorgplicht om de klant in niet mis te verstande bewoordingen te informeren (en te waarschuwen) voor de aan (bijvoorbeeld) een renteswap verbonden risico’s, zoals het risico van een negatieve marktwaarde bij voortijdige beëindiging van de daaraan ten grondslag liggende overeenkomst. De inhoud van deze zorgplicht wordt enerzijds ingevuld door de bepalingen van de Wet financieel toezicht en anderzijds door de eisen van redelijkheid en billijkheid, ingegeven door de aard van de adviesrelatie en gestoeld op de maatschappelijke functie van de bank. De precieze omvang van de zorgplicht van de bank hangt af van alle omstandigheden van het specifieke geval, waaronder begrepen de deskundigheid en relevante ervaring van de klant, de ingewikkeldheid van het product en de aan het product verbonden risico’s.

Onderzoeksplicht klant

In de meest recent gepubliceerde uitspraken overwogen de rechtbanken hierover onder meer dat van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtig en oplettend handelende klant mag worden verwacht dat hij de door de bank aan hem gestuurde adviezen en stukken zorgvuldig doorleest en, indien hij die niet begrijpt of daarover aanvullende vragen heeft, zich tot de bank wendt om zich nader te laten informeren. Deze onderzoeksplicht houdt dus in dat de klant – binnen redelijke grenzen – pogingen moet doen om, zo daar behoefte aan is, duidelijkheid te krijgen. Indien de klant deze pogingen niet heeft ondernomen en dit wel van hem verwacht mocht worden, kan een beroep op schending van de zorgplicht mogelijk worden gepareerd door de bank.

Conclusie

Voorgaande impliceert dan ook dat een klant zich niet te lijdelijk mag opstellen tegenover de bank. Indien een klant zicht met recht op de zorgplicht van de bank wil beroepen, moet de klant zich deugdelijk laten informeren door de bank voordat hij of zij (bijvoorbeeld) een renteswapovereenkomst met de bank aangaat. Tevens dient de klant er voor te zorgen dat alle van de bank gekregen stukken zorgvuldig worden doorgelezen en indien deze op bepaalde punten niet geheel duidelijk zijn, hierover opheldering bij de bank wordt gevraagd. In dit kader verdient het aanbeveling dat de klant zich tijdig laat bijstaan door deskundige adviseurs.