Over de uitbreiding van vakantiedagenopbouw tijdens ziekte en het voorkomen van verlofstuwmeren

dinsdag, 29 juni 2010

Voor het aanbreken van de vakantieperiode wil ik u wijzen op de mogelijke (ingrijpende) wijziging in de vakantiedagenwetgeving die in het verschiet ligt.

In de huidige Nederlandse wetgeving is de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte beperkt. Langdurig (volledig) arbeidsongeschikten bouwen -kortgezegd- slechts over het laatste half jaar van hun ziekteperiode vakantiedagen op. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten bouwen vakantiedagen op naar evenredigheid van de gewerkte tijd.

In januari 2009 oordeelde het Europese Hof van Justitie in een gemengde Duits/Engelse zaak (zgn. Schultz-arrest), dat het recht op het minimum aan jaarlijkse vakantie met behoud van loon ook toekomt aan werknemers die wegens ziekte langdurig niet hebben kunnen werken. Volgens de uitleg van het Hof past het niet binnen de Europese Richtlijn 2003/88/EG[1], dat er tijdens ziekte geen vakantiedagen-opbouw zou plaatsvinden. Een zieke werknemer moet, volgens het Hof, die vakantie op een later tijdstip alsnog kunnen genieten, of als dat niet mogelijk zou zijn, bij het einde van het dienstverband worden gecompenseerd voor de niet-genoten vakantiedagen.

In navolging op dit arrest is ook in Nederland een discussie ontstaan of onze wetgeving wel aan de Europese richtlijn voldoet. Het oordeel van de Nederlandse rechters is dat de huidige wettelijke beperking van opbouw tijdens ziekte strijdig is met de richtlijn. In ieder geval voor wat betreft het door de richtlijn genoemde minimum van 20 vakantiedagen (4 weken)  per jaar. In een eerder bulletin wezen wij u bijv. op de uitspraak van het Hof Amsterdam (12 december 2009) waarin het Amsterdamse Hof de Schultz-uitspraak bevestigde, en de wetgever zelfs opriep om de wetgeving op dit punt te veranderen. De wetgever heeft aan dat verzoek gehoor gegeven.

Op 18 juni jl. heeft de ministerraad, op voorstel van de ministers van SZW en Justitie, ingestemd met een wetsvoorstel om de regeling voor vakantie en verlof aan te passen. Volgens dat voorstel krijgen werknemers die langdurig ziek zijn voortaan recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als niet-zieke werknemers (bron: persbericht SZW d.d. 18-6-2010)

Als dit voorstel zou worden aangenomen dan zou dat kunnen betekenen dat de zgn. ‘verlof-stuwmeren’, die in de loop der tijd zijn ontstaan (o.a. door een eerdere verruiming van de mogelijkheden voor werknemers om dagen ‘op te sparen’ en de langere verjaringstermijn) nog groter zouden worden. Met die ontwikkeling wordt in het wetsvoorstel echter ook rekening gehouden.

Het wetsvoorstel beoogt namelijk te regelen dat werknemers in de toekomst hun wettelijke vakantiedagen (d.w.z. het in de wet genoemde minimum van 20 dagen per jaar bij een fulltime dienstverband) binnen anderhalf jaar moeten opnemen. De achterliggende gedachte is dat het te lang uitstellen (‘opsparen’) van vakantie de veiligheid en gezondheid in gevaar kan brengen. De nadruk zou dan dus weer meer komen te liggen op de zgn. recuperatiefunctie van vakantiedagen. De extra (‘bovenwettelijke’) vakantiedagen zouden buiten de nieuwe regeling vallen, en de termijn (1,5 jaar) zou niet gelden voor werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest vakantie op te nemen.

Zoals gezegd zijn deze plannen nog in de voorstelfase, en is de precieze tekst van het wetsvoorstel nog niet bekend. Het voorstel is voor advies aan de Raad van State gezonden. De tekst van het wetsvoorstel, en het advies van de Raad van State, worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Uiteraard houden wij u van eventuele ontwikkelingen op dit gebied op de hoogte, en staat onze sectie arbeidsrecht ook tijdens de komende vakantieperiode voor u paraat om uw vragen met betrekking tot vakantiedagenwetgeving en verlofregelingen, waarin u (nadere) regels met betrekking tot de opbouw en opname van vakantie kunt vastleggen, te beantwoorden.

[1] die lidstaten verplicht erop toe te zien dat werknemers recht hebben op minstens vier weken per jaar vakantie

Auteur