NPCF geen consumentenorganisatie in de zin van de Mededingingswet

dinsdag, 14 april 2015

De Rechtbank Rotterdam verklaarde de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) op 9 april 2015 niet-ontvankelijk in haar beroep tegen een vergunningsbesluit van de ACM. Het besluit verleende een vergunning voor de fusie tussen twee Brabantse ziekenhuizen.

Met de vergunning op zak zijn het Lievensberg ziekenhuis in Bergen op Zoom en het Sint. Franciscus ziekenhuis in Roosendaal gefuseerd en verder gegaan onder de naam Bravis. NPCF stelde beroep in bij de Rechtbank Rotterdam tegen het verlenen van de fusievergunning door de ACM omdat de concentratie tussen de twee ziekenhuizen volgens haar op mededingingsbezwaren zou stuiten.

Begrip belanghebbende

Onder de Mededingingswet  worden consumentenorganisaties aangemerkt als belanghebbende bij besluiten die op grond van de Mededingingswet worden genomen. De betekenis van het zijn van belanghebbende ligt in het feit dat slechts belanghebbenden een besluit kunnen. Ook kunnen belanghebbenden voorafgaand aan een concentratiebesluit zienswijzen indienen bij de ACM omtrent de te verwachten effecten van de voorgenomen concentratie.

Een consumentenorganisatie is in de Mededingingswet gedefinieerd als een stichting of vereniging die krachtens haar statuten tot taak heeft het behartigen van de collectieve belangen van consumenten. De rechtbank stelt voorop dat patiënten zijn aan te merken als consumenten in de zorgmarkt zodat een patiëntenorganisatie in zoverre gelijkgesteld kan worden met een consumentenorganisatie.

Belangen: patiënten vs. patiëntenorganisaties

Volgens de rechtbank behartigt NPCF niet de collectieve belangen van patiënten, maar behartigt zij blijkens haar statuten de gemeenschappelijke belangen van patiënten-consumentenorganisaties. Het behartigen van de collectieve belangen van patiënten wordt niet uitdrukkelijk als doelstelling in de statuten genoemd.

De NPCF doet een beroep op een andere bepaling in haar statuten waarin is vermeld dat onder het behartigen van gemeenschappelijke belangen ook valt het voeren van procedures over besluiten die de mededinging kunnen beperken en het in rechte optreden in het belang van patiënten en consumenten.

De rechtbank acht echter niet aannemelijk dat NPCF voor de belangen van haar leden of (groepen van) individuele patiënten en/of consumenten optreedt. Dit geldt te meer nu het ledenbestand van NPCF bestaat uit landelijke en regionale patiëntenorganisaties, waaronder Zorgbelang Brabant die eerder had aangegeven juist geen bezwaar tegen de concentratie te hebben. NPCF lijkt dus op te komen voor een belang dat tegenstrijdig is aan het belang van haar leden.

Algemeen belang

NPCF stelde zich daarnaast op het standpunt dat zij beroep had ingesteld om te waarborgen dat concentraties in de zorgsector zoals die tussen het Lievensberg ziekenhuis en het Sint. Franciscus ziekenhuis, zorgvuldig en volgens het juiste toetsingskader worden beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat het behartigen van een dergelijk algemeen belang niet valt onder de definitie zoals bedoeld in de Mededingingswet.

Niet-ontvankelijk

Aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep komt de rechtbank in zijn geheel niet toe, omdat NPCF geen consumentenorganisatie is in de zin van de Mededingingswet en daardoor niet als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het besluit. De rechtbank verklaart NPCF daarom niet-ontvankelijk in haar beroep.

Betekenis uitspraak

De uitspraak bevestigt dat de lat voor consumentenorganisaties om als belanghebbende aangemerkt te worden, hoog ligt. Een consumentenorganisatie moet een concreet (proces)belang aantonen. Het doel van de wetswijziging in 2007 om consumentenorganisaties expliciet als belanghebbende aan te merken onder de Mededingingswet en zo de positie van consumentenorganisatie en consumenten te versterken, wordt daardoor voorbijgeschoten.

In de woorden van NPCF-directeur Wilna Wind (in een artikel van 11 april 2015 in het NRC Handelsblad): “De consument staat niet als eerste op het netvlies van de ACM. Wel de zorgverzekeraars en zorgverleners.”  Wind uit in hetzelfde artikel haar verbazing over het feit dat de NPCF veel moeite moest doen om door ACM gehoord te worden over drie ziekenhuisfusies, terwijl dergelijke fusies wel gevolgen hebben voor patiënten. In het licht van deze kritiek is het  betreurenswaardig dat de rechtbank in deze zaak niet aan een inhoudelijk oordeel toekomt.