Nieuwe regels ACM als gevolg van Stroomlijningswet

dinsdag, 5 augustus 2014

Sinds 1 april 2013 is de Autoriteit Consument en Markt (‘ACM’) actief. De Instellingswet regelde het opgaan van de NMa, OPTA en de Consumentenautoriteit in één nieuwe markttoezichthouder: de ACM. Naast de Instellingswet liep er nog een wetgevingstraject om de samenvoeging van de verschillende toezichthouders optimaal effect te geven. Dit traject staat bekend onder de naam Stroomlijningswet die in werking is getreden op 1 augustus 2014. De Stroomlijningswet voorziet hoofdzakelijk in een vereenvoudiging en stroomlijning van procedures en instrumenten binnen de ACM met als doel een uniforme werkwijze binnen de ACM. Naast genoemde uniformering brengt de Stroomlijningswet ook enkele (ingrijpende) materiële wijzigingen met zich. De belangrijkste zetten wij voor u op een rij:

  • Zwijgrecht niet langer van toepassing voor ex-werknemers:  één van de wijzigingen die voor ondernemingen in de praktijk erg ingrijpend kan zijn, is de beperking dat het zwijgrecht niet langer geldt voor ex-werknemers. De wet wijkt hier af van eerdere rechtspraak van het hoogste bestuurlijke rechtscollege CBb dat in 2012 nog oordeelde dat ook ex-werknemers een beroep konden doen op het zwijgrecht. Dit laatste met uitzondering voor ex-werknemers die mogelijk ook als feitelijk leidinggevende kunnen worden aangemerkt (en zelfstandig door de ACM beboet kunnen worden). Zij kunnen wel een beroep op het zwijgrecht doen. Als rechtvaardiging voor deze inperking noemt de Minister in de Memorie van Antwoord van 11 april 2014: “Daarnaast zou ACM-breed de balans teveel doorslaan ten gunste van marktorganisaties en ten nadele van een effectieve handhaving door de ACM.”
  • Verhoging van de fusiedrempels: voor concentraties, zoals fusies, gaat de wereldwijde omzetdrempel omhoog naar EUR 150 miljoen. Dit bedrag wordt aangepast aan de inflatie en was bij de inwerkingtreding van de Mededingingswet in 1998 EUR 113.450.000 (250 miljoen gulden). Het tweede criterium, de eis dat ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder ten minste EUR 30 miljoen omzet in Nederland behaald moeten hebben, blijft ongewijzigd, evenals de verlaagde drempels voor concentraties van zorginstellingen.
  • Verruiming Legal privilege: in de Stroomlijningswet is nu uitdrukkelijk bepaald dat Legal privilege betrekking heeft op alle geschriften tussen marktorganisatie en advocaat. De beperking, zoals eerder opgenomen in artikel 51 Mededingingswet, dat de correspondentie betrekking moest hebben op mededingingsrechtelijke onderwerpen, komt hiermee te vervallen. Een verruiming derhalve.
  • Openbaarmaking van boetebesluiten: uitgangspunt ten aanzien besluiten die de ACM neemt is openbaarmaking (met uitzondering van die gegevens die zich reeds ingevolgde de Wet Openbaarheid Bestuur niet lenen voor bekendmaking). De termijn om via een voorlopige voorziening openbaarmaking tegen te houden is verruimd naar 10 dagen (was 5 dagen).
  • Vervallen van de Bezwaaradviescommissie (BAC): Bij sancties op grond van de Mededingingswet is het niet langer verplicht om een bezwaaradviescommissie in te stellen. De bezwaarfase blijft echter bestaan met uitzondering voor (i) gevallen van geschilbeslechting waarvoor de ACM bevoegd is, en (ii) zogenaamde ‘moederbesluiten’ in de tarieven en voorwaardensfeer. Ten aanzien van deze categorie besluiten staat beroep in eerste en enige aanleg open bij het CBb.
  • Fixeren schorsende werking bezwaarprocedure: in de Awb is de hoofdregel opgenomen dat het instellen van bezwaar tegen een besluit geen schorsende werking heeft. De Mededingingswet kende een uitzondering op deze regel. In de Stroomlijningswet is nu bepaald dat de schorsende werking tegen een boetebesluit van de ACM maximaal 24 weken bedraagt (dus niet langer gedurende de hele periode van bezwaar). Achtergrond van de fixerende werking is een wettelijke prikkel de bezwaarprocedure zoveel mogelijk te bespoedigen.
  • Kosten ACM voor de markt: ook op deze regel gelden enkele uitzonderingen. Zo heeft de wetgever uitdrukkelijk bepaald dat onderzoeken van de ACM gericht op het vaststellen van een overtreding niet door de betreffende ondernemingen betaald hoeft te worden.