Methode Bol bij onenigheid niet toegepast

maandag, 21 mei 2012

De wijze waarop de kosten van de kinderen na echtscheiding over beide ouders dienen te worden verdeeld, houdt de gemoederen onverminderd bezig. Vorig jaar is door de PvdA en de VVD een nota bij (inmiddels demissionair) staatssecretaris Teeven ingediend ter vereenvoudiging van de berekening van de kinderalimentatie. De achterliggende gedachte van deze nota was om de berekeningen inzichtelijker te maken om zo betalingsproblemen te voorkomen. In de nota wordt o.a. een andere wijze van verdeling van de kindgebonden kosten bepleit. Dit is in lijn met en vloeit in zekere zin voort uit de door mr. J.P.M. Bol ontwikkelde ‘Methode Bol’. Het brede draagvlak in de politiek en de samenleving voor een andere wijze van verdeling van de kosten van de kinderen dan volgens de Werkgroep Alimentatienormen ontwikkelde Tremanormen, vindt vooralsnog geen erkenning in de rechtspraak.

Zo wees de rechtbank Dordrecht zeer recentelijk op 21 maart 2012 (LJN BV9624) nog de toepassing van de door de man verzochte Methode Bol af. De man wilde in die zaak voorkomen dat de kinderalimentatie op grond van de gebruikelijke Tremanormen werden vastgesteld. De Tremanormen zouden volgens hem immers geen recht doen aan het tussen partijen bestaande co-ouderschap en de wijze waarop de Tremanormen (geen) rekening houden met de reeds door hem betaalde kosten voor de minderjarige o.a. in de vorm van levensonderhoud op de dagen dat de minderjarige bij hem verblijft. De vrouw betwistte dat sprake was van co-ouderschap, maar de rechtbank schoof dat verweer terzijde. Op grond van de zorgregeling verbleef de minderjarige 46 % van de tijd bij zijn vader en die situatie vertoont een zodanige gelijkenis met de term ‘co-ouderschap’ dat moet worden uitgegaan van het bestaan van ‘co-ouderschap’. Daarbij benadrukte de rechtbank overigens dat ‘co-ouderschap’ geen wettelijke term is. Toch werden de door de man verzochte berekeningsmethoden, waarvan de Methode Bol er één was, afgewezen met de volgende argumentatie:

“(...) dat voor beide methoden samenwerking en overleg tussen partijen met betrekking tot de verdeling tot de kosten noodzakelijk is. Nu is gebleken dat de vrouw daar geen medewerking meer aan wenst te verlenen, zal de berekeningsmethode worden gevolgd zoals deze is opgenomen in de Tremanormen.”

De Methode Bol heeft zijn nut al vele malen bewezen, met name in die gevallen waar er sprake is van ‘co-ouderschap’. De Methode Bol kan echter in alle voorkomende varianten van verdeling van zorg en kosten worden toegepast. In deze zaak erkent de rechter zelfs het bestaan van ‘co-ouderschap’, maar weigert hij vervolgens de methode toe te passen. Daarvoor zou samenwerking en overleg tussen partijen over de kosten noodzakelijk zijn. Dit argument wordt vaak gebezigd om de methode af te wijzen, maar voor toepassing ervan is feitelijk slechts een specificatie van de kindgebonden kosten van beide ouders en informatie over de feitelijke verdeling van de dagelijkse zorg nodig. Dan kunnen immers aan beide zijden de voor de methode benodigde besteedbare budgetten en de uitgaven per maand worden vastgesteld. Het vervolgens te berekenen bedrag van de kinderalimentatie zal dan beter aan kunnen sluiten bij de realiteit, waarin is verdisconteerd dat de alimentatieplichtige ouder al een deel van de kosten van de kinderen voor zijn rekening neemt.

De uitspraak van de rechtbank Dordrecht is zeker niet uniek. De Methode Bol is immers al vele malen ook door andere rechtbanken en hoven afgewezen, als over de toepassing ervan geen overeenstemming bestaat tussen beide ex-echtelieden. Wel is de uitspraak typerend voor de terughoudendheid waarmee rechters een andere wijze van verdeling van de kosten van de kinderen toepassen. Dat is opmerkelijk aangezien rechters de Tremanormen niet hoeven toe te passen, omdat de Tremanormen richtlijnen zijn en geen recht in de zin van art 79 RO. Door van de Tremanormen af te wijken en een andere berekeningswijze van de kinderalimentatie te hanteren, gaan ze dus niet op de verboden stoel van de wetgever zitten. De terughoudendheid kan hier dus niet in gelegen zijn. Mits de verzoekende partij dit goed onderbouwt, kan er voor de rechter dus voldoende aanleiding zijn om de Tremanormen niet toe te passen. Echter, in de praktijk blijkt dit voor verzoeker meestal een utopie, zoals deze uitspraak illustreert.

Overigens is de rechter in enkele uitspraken (waaronder enkele niet-gepubliceerde uitspraken in eigen zaken) wel bereid gebleken de Methode Bol op enkele onderdelen toe te passen. Echter, de Methode Bol in zijn geheel toepassen, gaat de rechters ook dan één brug te ver.