Koopovereenkomst ontbonden op grond van misbruik van omstandigheden

maandag, 1 januari 2001

In onderhavige zaak draait het primair om de vraag of de koopovereenkomsten waarbij [eiser] een aantal panden aan X heeft verkocht, vernietigd dienen te worden op grond van artikel 3:34 BW dan wel omdat er sprake is van bedrog dan wel misbruik van omstandigheden als bedoeld in artikel 3:44 lid 1 BW. In een eerder tussenvonnis in deze zaak van 9 december 2009 heeft de rechtbank als vaststaand aangenomen dat de geestesvermogens van [eiser] blijvend of tijdelijk waren gestoord op het moment van het aangaan van de koopovereenkomsten.

De Rechtbank Rotterdam diende zich nu uit te spreken over de vraag of [eiser] door het aangaan van de betreffende koopovereenkomsten is benadeeld. De rechtbank constateert dat deze overeenkomsten in zeer korte tijd en onder dezelfde omstandigheden zijn afgesloten en dat alle panden uiteindelijk op hetzelfde moment zijn geleverd. Zij zal daarom bij haar beoordeling telkens slechts de gezamenlijke waarde van deze panden betrekken als ware het één transactie. [eiser] heeft voor deze panden in totaal een koopsom van € 815.000,00 ontvangen. De deskundige heeft de gezamenlijke waarde van de panden getaxeerd op een bedrag ad € 944.000,00. [eiser] heeft derhalve voor de panden een bedrag ad € 129.000,00 minder ontvangen dan wat deze panden op dat moment waard waren. De rechtbank acht dit bedrag dermate substantieel (ca 16% van de totale koopsom) dat geoordeeld kan worden dat [eiser] door het aangaan van de koopovereenkomsten is benadeeld.

 

Het voorgaande betekent dat ingevolge artikel 3:34 lid 1 BW wordt vermoed dat de koopovereenkomsten tot stand zijn gekomen onder invloed van de gestoorde geestesvermogens van [eiser]. Dit kan slechts anders zijn indien dit nadeel op het tijdstip van het aangaan van de koopovereenkomsten redelijkerwijze niet was te voorzien, doch dat is hier niet aan de orde. Het is vervolgens aan [gedaagden] om tegenbewijs te leveren. Zij zullen hiertoe echter niet worden toegelaten, aangezien uit hetgeen hierna wordt overwogen blijkt dat de rechtbank van oordeel is dat er sprake is van misbruik van omstandigheden, zodat de koopovereenkomsten reeds op die grond vernietigd dienen te worden.

Vast staat dat [eiser] een alleenstaande vrouw op leeftijd is, die ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomsten 72 jaar oud was.Voorts staat vast dat [eiser] bij het aangaan van onderhavige koopovereenkomsten niet werd bijgestaan door een deskundige. Hier staat als onbetwist tegenover dat [gedaagde1] wel een professioneel handelaar is, zodat hij in staat moet worden geacht de re?le waarde van een pand op juiste wijze in te kunnen schatten. Op basis hiervan is de rechtbank van oordeel dat hij geweten moet hebben dat hij de panden tegen een aanzienlijk lagere prijs aankocht dan deze in werkelijkheid waard waren. Op grond van deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van misbruik van omstandigheden.

Uit het voorgaande volgt dat [eiser] terecht de vernietigingsgrond ex artikel 3:44 BW heeft ingeroepen. De vordering van eiser wordt toegewezen en gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.

(Bron: LJN:[NBSP]BP6554,[NBSP]Rechtbank Rotterdam , 239264 / HA ZA 05-1544)