Is het plaatsen van een (embedded) hyperlink een auteursrechtinbreuk?

maandag, 18 februari 2013

Door drie recente uitspraken is de discussie weer opgelaaid over de mogelijke juridische gevolgen van het gebruik van (embedded) hyperlinks. In de rechtspraak blijkt geen overeenstemming te bestaan over het antwoord op de vraag of het plaatsen van een link wel of niet moet worden beschouwd als een openbaarmaking in auteursrechtelijke zin.

Op 12 september 2012 heeft de rechtbank Amsterdam in een zaak van Sanoma/Playboy tegen GeenStijl (zie: vonnis 12 september 2012) geoordeeld over het plaatsen van een hyperlink naar uitgelekte foto’s van een Playboy fotoreportage op de website van GeenStijl.

Het begrip ‘openbaarmaking’ moet volgens de rechtbank worden uitgelegd in overeenstemming met het Europese begrip ‘mededeling aan het publiek’. De rechtbank overweegt dat het plaatsen van een hyperlink in beginsel geen zelfstandige openbaarmaking is, omdat de feitelijke terbeschikkingstelling aan het publiek plaats vindt op de website waar de hyperlink naar verwijst. In dit geval is er echter sprake van een uitzondering. Omdat GeenStijl met de hyperlink verwijst naar een voor het publiek ‘onvindbare file’ is het, naar het oordeel van de rechtbank, niet de file waarnaar de hyperlink verwijst, maar juist de plaatsing van deze hyperlink op GeenStijl.nl die ervoor heeft gezorgd dat het publiek kennis kon nemen van de fotoreportage van Playboy. De rechtbank concludeert dat er sprake is van een bewuste interventie door GeenStijl waarmee een nieuw publiek wordt bereikt en die vanuit een winstoogmerk heeft plaatsgevonden, waardoor GeenStijl de fotoreportage heeft openbaar gemaakt en inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van de rechthebbende. GeenStijl is inmiddels in hoger beroep gegaan van deze uitspraak.

Op 19 december 2012 heeft de rechtbank ’s-Gravenhage vonnis gewezen in een zaak tussen Buma/Stemra en de exploitant van nederland.fm (en andere websites,zie: vonnis 19 december 2012) over het plaatsen van embedded links naar radiostreams van Nederlandse radiostations.

Bij een embedded link is de inhoud van de link die zich op de website van een derde bevindt geïntegreerd in de website waarop de link staat. Bij nederland.fm zijn de links verwerkt in afbeeldingen van de logo’s van de desbetreffende radiostations. Hierdoor lijkt het voor de bezoeker alsof de radiostream op nederland.fm zelf wordt afgespeeld. De rechtbank stelt daarom voorop dat de betrokkenheid van de exploitant van nederland.fm verder gaat dan de beschikbaarstelling van faciliteiten om een openbaarmaking mogelijk te maken. Volgens de rechtbank wordt door het gebruik van embedded links de in de radiostreams opgenomen muziekwerken toegankelijk voor een ander publiek dan het publiek dat Buma/Stemra voor ogen had toen zij toestemming verleende voor het gebruik van de muziekwerken door de radiostations. Bovendien blijven de advertenties op Nederland.fm zichtbaar tijdens het afspelen van de radiostreams, waardoor de mogelijkheid wordt geschapen om daaruit profijt te trekken. Het oordeel van de rechtbank luidt daarom dat de exploitant van Nederland.fm inbreuk heeft gemaakt op de rechten van de auteursrechthebbenden die zijn aangesloten bij Buma.

Op 15 januari 2013 heeft het hof Amsterdam in een zaak tussen een wiskundeleraar en Noordhoff uitgevers/ThiemeMeulenhoff B.V. (zie: arrest 15 januari 2013) geoordeeld over het plaatsen van een hyperlink naar antwoordboeken van diverse schoolboeken.

Op de website van de wiskundeleraar waren onder meer hyperlinks geplaatst via welke pdf-bestanden konden worden bereikt met daarop de uitwerkingen van de opgaven van onder meer Noordhoff. Het hof oordeelt dat het ‘wijzen van de weg’ naar deze (illegaal op internet geplaatste) uitwerkingen door een eenvoudige hyperlink niet kan worden aangemerkt als een openbaarmaking in auteursrechtelijke zin. Wel acht het hof het plaatsen van deze hyperlinks in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betracht moet worden. In dit geval is er dus geen sprake van auteursrechtinbreuk, maar wel van onrechtmatig handelen door de wiskundeleraar. Daarbij speelt een rol dat kan worden aangenomen dat Noordhoff c.s. door het bereikbaar maken van de uitwerkingen minder uitwerkingenboeken zal verkopen en dus inkomsten zal derven.

Het is nog afwachten wat het hof Amsterdam zal oordelen in het hoger beroep van GeenStijl, maar uit deze uitspraken volgt wel dat er voorzichtig moet worden omgegaan met het plaatsen van hyperlinks naar bestanden die niet (makkelijk) door het publiek te vinden zijn of het gebruiken van embedded links waardoor auteursrechtelijk beschermde werken toegankelijk worden gemaakt.