Inhoud aanvraag bepaalt bevoegd gezag

zondag, 7 november 2010

In de uitspraak van 8 september jl. spitste het geschil zich toe op de vraag of B&W dan wel GS bevoegd was om te beslissen op de aanvraag om een revisievergunning te verlenen. Voor de beantwoording van deze vraag is bepalend of de opslagcapaciteit minder dan 1.000 m³ is en de maximale doorzet minder dan 15.000 ton per jaar. In dat geval is B&W het bevoegd gezag en anders GS. Niet ter discussie stond dat de hoeveelheid van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen waarvoor vergunning is aangevraagd 1.000 ³ of meer bedroeg. Dit zou betekenen dat het College van GS het bevoegd gezag is ten aanzien van de inrichting.

Het College van B&W dacht daar anders over en verleende de verzochte vergunning, doch met het voorschrift dat de hoeveelheid afvalstoffen minder dan 1.000 m³ mocht bedragen. Wat er ook zij van dit voorschrift, volgens de Afdeling kon het College van B&W, indien zij gelet op de aanvraag niet bevoegd is om op de aanvraag te beslissen, door een beperking in de vergunning aan te brengen niet bewerkstelligen dat B&W wel bevoegd wordt. Kort en goed, de aanvraag bepaalt wie bevoegd gezag is en niet B&W. De door het College van B&W verleende revisievergunning werd dan ook vernietigd door de Afdeling.