Implementatie Wetsvoorstel Aanvullende documentatieverplichtingen verrekenprijzen (*1)

woensdag, 9 december 2015

In het Wetsvoorstel ‘Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2016)’,zijn nieuwe gestandaardiseerde documentatieverplichtingen opgenomen voor multinationale groepen ten aanzien van de verrekenprijzen die binnen het concern worden gehanteerd. De nieuwe verplichtingen omvatten een groepsdossier (‘master file’), een lokaal dossier (‘local file’) en een landenrapport (‘country-by-country report’) .

Met deze nieuwe documentatieverplichtingen implementeert Nederland voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016 (d.w.z. dat een eerste landenrapport uiterlijk 31 december 2017 dient te worden aangeleverd bij de Belastingdienst), de uitkomst van actiepunt 13 van het OESO-project ‘Base Erosion and Profit Shifting’ in opdracht van de G20, alsmede de regels uit het nieuwe hoofdstuk 5 van de OESO Transfer Pricing Guidelines.

De gedachte achter de regelgeving is dat belastingautoriteiten middels deze informatie efficiënter een risicoselectie voor verrekenprijzen kunnen uitvoeren. Blijkt bij een zekere belastingplichtige een verhoogd risico op winstverschuiving (hetgeen in het licht van internationale fiscale regelgeving ongewenst is), dan kan de betrokken belastingautoriteit eventueel op basis van opgevraagde informatie, de kwestie nader onderzoeken. De door de belastingplichtigen aangeleverde dossiers, dienen ter onderbouwing van de gehanteerde verrekenprijzen.

De nieuwe documentatieverplichting bestaat uit de volgende type documenten:

  • Het landenrapport (‘country-by-country report’)

Dit rapport dient opgesteld te worden door een (voor fiscale doeleinden) Nederlandse (top)holding van een internationale groep waarvan de geconsolideerde jaaromzet minimaal EUR 750 mln. bedraagt. In het rapport wordt informatie opgenomen per land waarin activiteiten worden ontplooid, o.a. over de omvang van de inkomsten, de winst vóór (winst)belasting (omvat ook bronbelasting), de betaalde (winst)belasting, de in de jaarrekening opgenomen (winst)belasting, het gestorte kapitaal, de gecumuleerde winst alsmede het aantal werknemers.

Het landenrapport dient binnen 12 maanden na de laatste dag van het boekjaar aangeboden te worden aan de belastinginspecteur. Nadere regels worden gesteld in ministeriële regeling wat betreft de vorm en de inhoud van het landenrapport. Het landenrapport dient in het Nederlands of Engels te worden opgesteld. Wordt niet aan deze verplichting voldaan, dan dreigen geldboetes of gevangenisstraffen (hoogte c.q. duur afhankelijk van al dan niet opzet).

  • Groeps- en het lokale dossier

Deze documenten moeten worden opgesteld door Nederlandse ondernemingen met een omzet vanaf EUR 50 mln. per jaar en bevat informatie en documentatie over de gehanteerde verrekenprijzen en voorts informatie over de organisatiestructuur, bedrijfsactiviteiten, immateriële zaken, financieringsactiviteiten in de groep, onderbouwing van het voldoen aan art. 8b Wet Vpb 1969, informatie over allocatie aan vaste inrichtingen, vergelijkbaarheidsanalyses, etc.

De dossiers dienen te worden opgesteld binnen de gestelde termijn voor het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting. Ook voor deze documenten geldt dat ze in het Nederlands of Engels dienen te worden opgesteld en dat wat betreft vorm en inhoud nadere regels zullen worden gesteld in een ministeriële regeling. Naleving van deze documentatieverplichting wordt afgedwongen middels de sancties opgenomen in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (o.a. boetes, gevangenisstraf waarbij hoogte en duur afhankelijk is van de ernst van de overtreding).

Voor meer vragen en assistentie, kunt u uiteraard altijd contact met ons opnemen.

(*1) Ten tijde van het schrijven van deze bijdrage is het wetsvoorstel waar deze nieuwe regelgeving deel van uitmaakt nog niet goedgekeurd door de Eerste Kamer. De behandeling vindt op 14 december 2015 plaats.