Hof van Justitie handhaaft boete van EUR 38 miljoen voor verbreken zegel

donderdag, 29 november 2012

Het Hof van Justitie (‘Hof’) heeft de boete van EUR 38 miljoen die was opgelegd aan E.On vanwege het verbreken van een zegel gehandhaafd.

Achtergrond
In 2006 heeft de Europese Commissie (‘Commissie’) onderzoek verricht naar mededingingsbeprekend gedrag bij het Duitse energiebedrijf E.On. De Commissie had destijds onvoldoende tijd om een inspectie bij E.On in München in één dag af te ronden. De niet onderzochte dossiers werden in een aparte kamer bewaard. De deur van deze kamer werd verzegeld. De volgende dag bleek dat de zegel was verbroken. In januari 2008 legde de Commissie aan E.On een boete van EUR 38 miljoen op voor het verbreken van de zegel. Het ingestelde beroep door E.On werd verworpen door het Gerecht. Het Gerecht stelde zich op het standpunt dat de boete niet onevenredig was gelet op de ernst van de overtreding, de omvang van de onderneming en de noodzaak van de afschrikkende werking die van de boete moet uitgaan. E.On stelde wederom beroep in bij het Hof. I

In juni 2012 heeft Advocaat-Generaal Bot geconcludeerd dat het Gerecht de evenredigheid van de boete niet voldoende heeft onderzocht, terwijl aan het Gerecht wel de bevoegdheid een dergelijke boete volledig te toetsen. Daarnaast zou het Gerecht te weinig rekening houden met het feit dat sprake is van een inbreuk uit onachtzaamheid.

Oordeel Hof
In afwijking van de zienswijze van AG Bot handhaaft het Hof de boete van EUR 38 miljoen. Het Hof is van mening dat het in dergelijke gevallen aan de onderneming is om aan te tonen dat haar niets kan worden verweten. Dit geldt ook in het geval de zegel ‘over de datum’ was, zoals E.On stelde. Indien geen tegenbewijs wordt aangedragen, kan een dergelijk verweer niet slagen. Dit zou namelijk er namelijk toe leiden dat de Commissie wordt beroofd van haar bevoegdheid ruimtes te verzegelen. Daarbij komt dat het Gerecht de bewijsmiddelen dient te beoordelen en dat bij het Hof enkel rechtsvragen worden beantwoord.

Het Hof acht daarnaast de hoogte van de opgelegde boete niet disproportioneel of onevenredig. Het Gerecht heeft het evenredigheidsbeginsel niet geschonden, omdat het verbreken van een zegel op zichzelf een ernstige overtreding is. Daarbij komt dat de Commissie voor een dergelijke overtreding een boete zou kunnen opleggen van 1% van de jaaromzet. In onderhavig geval bedraagt de boete ‘slechts’ 0.14% van de jaaromzet.

Belang voor praktijk
Uit voorgaande volgt dat het Hof het verbreken van een zegel die wordt aangebracht door een mededingingsautoriteit bij een inval, ziet als een ernstige overtreding. Wanneer een onderneming van mening is dat niet met de zegel is gerommeld, maar hiervoor een andere reden is aan te wijzen, dan dient de onderneming dit in een vroegtijdig stadium aan te geven bij de mededingingsautoriteit en hiervoor afdoende bewijs leveren. Wanneer de onderneming hier niet in slaag, zal de mededingingsautoriteit er – logischerwijs – vanuit gaan dat de zegel is verbroken teneinde bewijsmateriaal te verduisteren.