Heeft werknemer het concurrentiebeding geschonden?

woensdag, 21 december 2011

Het hof Amsterdam heeft onlangs geoordeeld over de vraag of werknemer jegens zijn voormalig werkgever het concurrentiebeding heeft geschonden. En zo ja, of de gevorderde boete van werkgever van circa € 187.500,- dient te worden gematigd.

De feiten

Werknemer is op 1 juli 2004 bij zijn voormalig werkgever in dienst getreden als servicemonteur. Zijn contract voor bepaalde tijd is mondeling omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zijn een concurrentie- en relatiebeding opgenomen.

Op 22 september 2008 is werknemer in dienst getreden bij zijn huidige werkgever, waar hij dezelfde werkzaamheden verricht als voor zijn voormalig werkgever. Op 10 december 2008 heeft werknemer een brief van zijn voormalig werkgever ontvangen met het bericht dat hij het concurrentiebeding geschonden zou hebben. Hierop is de werkgever een procedure gestart wegens schending van het concurrentiebeding in de periode van 1 juli 2008 tot 1 juli 2009 een boete van totaal € 187.500,- vordert.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat het concurrentiebeding weliswaar is geschonden, maar dat de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de verschuldigde boete dient te worden gematigd tot nihil.

Voormalig werkgever is van oordeel dat het relatiebeding van toepassing is, omdat de huidige werkgever van werknemer niet alleen een concurrent is, maar tevens een klant. Deze grief faalt, aangezien niet is gebleken dat de huidige werkgever van werknemer een klant is.

Werknemer is over het concurrentiebeding van oordeel dat deze niet van toepassing is, omdat hij van mening is dat deze van rechtswege geëindigd is bij het aangaan van de mondeling overeengekomen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit betoog treft volgens het hof geen doel. Er is echter geen rechtsregel die vereist dat onder deze omstandigheden bij voortzetting van een voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomst het concurrentiebeding opnieuw moet worden vastgelegd.

Het hof is eveneens als de kantonrechter van oordeel dat werknemer het concurrentiebeding heeft geschonden. Thans is de vraag aan de orde of de door voormalig werkgever gevorderde boete dient te worden gematigd. Een rechter kan de bedongen boete immers matigen, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist.

Het hof heeft geoordeeld dat onverkorte toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, waardoor de boete gematigd kan worden. Het hof is het echter niet met het oordeel van de kantonrechter eens de boete te matigen tot nihil. Dit gezien het feit dat werknemer met het overeengekomen concurrentiebeding heeft ingestemd en daarmee in strijd heeft gehandeld door binnen een jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst in dienst te treden bij zijn huidige werkgever zonder voorafgaande toestemming van zijn voormalig werkgever.

Het hof heeft gelet op de aard van de overeenkomst, de aard van de functie, de inhoud en strekking van het beding, de hoogte van de bedongen boete en de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen, geoordeeld de boete te matigen tot € 5.000,-.  

Het hof vernietigt het bestreden vonnis en veroordeelt werknemer tot betaling van een bedrag van € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juli 2009. De proceskosten worden dusdanig gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.

www.rechtspraak.nl, LJN: BU6406

Anneloes de Graaf-Ardts, LL.B

Auteur