Geen sprake van kennelijk onredelijk ontslag, wegens aanbieding redelijke vergoeding

donderdag, 9 december 2010

Op 10 november 2010 heeft de kantonrechter te Tilburg uitspraak gedaan over het feit of werkgever de opzegging van de arbeidsovereenkomst met werknemer kennelijk onredelijk heeft opgezegd. Werknemer is van oordeel dat gezien de lengte van zijn dienstverband en zijn leeftijd het aan hem gegeven ontslag zonder enige vergoeding, kennelijk onredelijk is.

De feiten

Werknemer is ruim 11,5 jaar in dienst geweest bij werkgever. Op 18 mei 2009 heeft werkgever aan werknemer een brief overhandigd, welke werknemer heeft getekend, waarin kenbaar is gemaakt dat hij per 31 mei 2009 met een opzegtermijn van drie maanden wordt ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen.

Hierop heeft de gemachtigde van eiser bezwaar gemaakt met als gevolg dat werkgever een ontslagvergunning bij het UWV heeft aangevraagd. Ondanks het verweer van werknemer heeft het UWV aan werkgever toestemming verleend de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer per brief van 25 augustus 2009 opgezegd tegen 1 december 2009. Werknemer was vanaf 31 augustus 2009 vrijgesteld van zijn werkzaamheden, daar er niet voldoende opdrachten waren en om hem in de gelegenheid te stellen te solliciteren.

Verweer werknemer

Werknemer stelt bij dagvaarding dat o.a. gezien de lengte van zijn dienstverband, zijn leeftijd, en zijn slechte positie op de arbeidsmarkt het aan hem gegeven ontslag, zonder enige vergoeding, kennelijk onredelijk is. Hij is ook van mening dat de opzeggingsgrond bedrijfseconomische redenen in de risicosfeer van werknemer ligt, dat hij al die jaren goed heeft gefunctioneerd en dat werkgever geen inspanningen heeft verricht ander passend werk te vinden.

Op grond van zijn verweer vordert werknemer een schadevergoeding van € 30.000,-, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten van € 1.158,-.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde genoodzaakt was de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens bedrijfseconomische gronden. Voorts is gebleken dat werkgever aan werknemer een vergoeding van € 4.500 bruto heeft aangeboden, dan wel het verstrekken van een suppletie op de eiser te ontvangen WW-uitkering gedurende een jaar. Hiermee is de stelling van werknemer dat hij geen enkele vergoeding heeft ontvangen / aangeboden gekregen, onjuist.

Daar deze vergoeding in de gegeven omstandigheden als redelijk kan worden aangemerkt, is de eventuele grond voor een kennelijk onredelijk ontslag weggenomen.

Kortom, de kantonrechter wijst de vordering van werknemer af en veroordeelt hem in de proceskosten.

www.rechtspraak.nl, LJN: BO4397

Anneloes de Graaf-Ardts, LL.B

Auteur