Europese Commissie start kartelonderzoek naar schaatsbond ISU

maandag, 5 oktober 2015

De Europese Commissie is als kartelwaakhond een formeel mededingingsrechtelijk onderzoek gestart naar internationale schaatsbond International Skating Union (ISU). Die blijkt schaatsers (levenslang) uit te sluiten van evenementen als de Olympische Winterspelen, wanneer zij hebben deelgenomen aan niet door de ISU goedgekeurde wedstrijden.

De Nederlandse schaatsers Mark Tuitert en Niels Kerstholt hebben bij de Europese toezichthouder geklaagd over deze ISU regels. De Europese Commissie gaat nu onderzoeken of deze regels niet disproportioneel zijn en ongerechtvaardigd jegens schaatsers. Het vermoeden bestaat dat de ISU met deze regels de markt voor schaatsevenementen afsluit voor andere organisatoren. De klagers willen vrij zijn om ook deel te nemen aan andere evenementen, zoals het Zuid-Koreaanse Icederby voor shorttrackers en langebaanrijders, waarbij de atleten een veelvoud kunnen verdienen van het prijzengeld dat zij bij de ISU kunnen opstrijken. Mogelijk maakt ISU met deze regels inbreuk op het Europese kartelverbod (artikel 101 VWEU) en/of het Europese verbod op misbruik van een dominante positie (artikel 102 VWEU). Eurocommissaris Margrethe Vestager laat in een persbericht weten:

"For many, sport is a passion – but it can also be a business. We recognise and respect the role of international sports federations to set the rules of the game and to ensure proper governance of sport, notably in terms of the health and safety of the athletes and the integrity of competitions. However, in the case of the International Skating Union we will investigate if such rules are being abused to enforce a monopoly over the organisation of sporting events or otherwise restrict competition. Athletes can only compete at the highest level for a limited number of years, so there must be good reasons for preventing them to take part in events."

  Commentaar Europese en nationale mededingingsregels kunnen van toepassing zijn op regels van (internationale) sportbonden, zoals de ISU. Dat zal met name het geval zijn, wanneer de sportbond en de betrokken personen een ‘economische activiteit’ verrichten. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU blijkt dat regels van sportbonden kunnen worden toegelaten, als zij een legitieme doelstelling nastreven en daarbij enkel inherente, proportionele beperkingen opleggen. Hoewel er veel geld omgaat in sommige sporten, blijft de verhouding tussen economische en sportactiviteiten schuren. Reden waarom er altijd veel debat ontstaan, wanneer de (Europese) mededingingsregels op sport worden toegepast. Volgens prof. mr. Ben van Rompuy, een Belgische hoogleraar die de klagers adviseert, is het inmiddels 13 jaar geleden dat de Europese Commissie nog eens een sportmonopolie heeft onderzocht. Echter het komt vaker voor dat partijen bezwaar maken tegen de – in hun ogen – disproportionele regels van een sportbond. En niet altijd zonder succes. Op 27 juli 2015 bijvoorbeeld heeft de Belgische mededingingsautoriteit in een vergelijkbaar geval, in afwachting van definitieve besluitvorming, verordonneerd dat de Internationale Paardenbond (FEI) één van haar uitsluitingsregels diende te schrappen ten aanzien van de Global Champions League. Anders dan in ISU, waar atleten met potentiële levenslange uitsluiting worden bedreigd, kon de FEI paarden en atleten uitsluiten voor een evenement, indien zij in de voorafgaande 6 maanden in een niet-gesanctioneerde wedstrijd waren gestart. En zelfs die beperktere uitsluitingsmogelijkheid was voor de Belgische kartelwaakhond al reden een voorlopige maatregel op te leggen, in afwachting van verdere besluiten.