Einde agentuur (2): Wat kunt u als principaal claimen?

woensdag, 21 oktober 2015

Het eindigen van een agentuurovereenkomst gaat meestal niet zonder slag of stoot. Met name als de wettelijke regels die gelden bij beëindiging niet in acht worden genomen, ligt een procedure in het verschiet. De rechtspositie van de handelsagent bij beëindiging van de agentuur is nauwgezet wettelijk geregeld. Maar welke rechten hebt u als principaal?

De indruk bestaat dat veel partijen die een agentuurovereenkomst hebben onvoldoende geïnformeerd worden over de financiële mogelijkheden bij beëindiging, en dus veel laten liggen. In een eerste post hebben wij een overzicht gegeven van de vergoedingen waar dehandelsagent aanspraak op kan maken bij einde agentuur, afhankelijk van de omstandigheden. In de praktijk komen wij het echter ook geregeld tegen dat de principaalvergeet zijn wettelijke rechten in te roepen. Daarover deze bijdrage. Elders leest u meer over opzeggen en beëindigen (derde post).

Uitgangspunt

De wettelijke regeling bij beëindiging van een agentuurovereenkomst is geschreven in het voordeel van de handelsagent. Die moet worden beschermd. Dat is de gedachte die ten grondslag ligt aan de Europese Agentuurrichtlijn – en daarop is ook de Nederlandse wet gebaseerd. Toepassing van de wettelijke regeling leidt er niet altijd toe dat de principaal vergoeding(en) is verschuldigd aan de agent. Soms kan ook het omgekeerde het geval zijn.

Voorkom onnodige schadeclaims

De principaal, of het nu een producent is, een leverancier of distributeur, kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, voorkomen dat hij bij een afscheid schadevergoeding of klantenvergoeding moet betalen aan zijn handelsagent.

  • De handelsagent heeft in principe recht op provisie voor doorgegeven orders. Ook als de order niet leidt tot een overeenkomst, of als de klant uiteindelijk niet betaalt. De principaal kan daaraan ontkomen. Dan moet hij ‘binnen een redelijke termijn’ meedelen dat de order niet wordt geaccepteerd, of dat deze onder voorbehoud wordt geaccepteerd (bijvoorbeeld onder voorbehoud van betaling). Zorg ervoor dat deze mogelijkheid op voorhand schriftelijk wordt overeengekomen (artikel 7:432(1) BW).
  • Beëindig de agentuurovereenkomst altijd regelmatig. Laat de looptijd verstrijken en bevestig één en ander op schrift. Of zeg de agentuurovereenkomst op. Dat moet tegen het einde van de kalendermaand, met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn. Als er geen overeengekomen opzegtermijn is, geldt de wettelijke opzegtermijn (artikel 7:437 BW). Wie dit niet doet, en bijvoorbeeld met onmiddellijke ingang de overeenkomst met een handelsagent eindigt, kan worden veroordeeld tot een gefixeerde of volledige schadevergoeding (artikelen 7:439 io. 7:441 BW). Zie nader de derde post in deze serie.
  • Ga goed na hoeveel klantenvoordeel overblijft. De handelsagent heeft in principe recht op een klantenvergoeding (goodwill) na einde agentuur. Die kan maximaal één jaar commissie bedragen. Maar bijvoorbeeld niet als onduidelijk blijft welk voordeel er nog genoten wordt van nieuw aangebrachte of ‘geïntensiveerde’ klanten; als de handelsagent (sterk) verwijtbaar heeft gehandeld; als de handelsagent onder omstandigheden zelf de handdoek in de ring heeft gegooid; of rechten aan een derde worden overgedragen (artikel 7:442 BW).
  • Spreek non-exclusiviteit af. De handelsagent heeft in principe recht op provisie voor een overeenkomst die tijdens de agentuur tot stand is gekomen, indien deze wordt afgesloten met iemand uit de klantenkring of het verkoopgebied van de agent. Maar niet als uitdrukkelijk is overeengekomen dat de agent daar geen alleenrecht heeft. Zorg er dus voor dat u schriftelijk overeenkomt dat ook anderen in de klantenkring of het verkoopgebied mogen verkopen (artikel 7:431(1)(c) BW).
  • Zorg ervoor dat een handelsagent actief blijft. Ook bij ruzie. Want als een handelsagent zich beschikbaar houdt voor werkzaamheden, maar de principaal er geen of aanzienlijk minder gebruik van maakt, kan dit ook tot een schadeclaim leiden (artikel 7:435 BW).
  • Herverdeel provisie over opeenvolgende partijen. De handelsagent heeft in principe recht op provisie voor een overeenkomst die na de agentuur tot stand is gekomen, indien de agent daar – kort samengevat – aanzienlijk toe heeft bijgedragen. Maar niet als het billijk is de provisie tussen de vorige en huidige handelsagent te verdelen. Dit levert voor de principaal onder de streep geen winst op, maar de provisie kan zo wel (grotendeels) naar de agent worden doorgeleid met wie nu wordt samengewerkt (artikel 7:431(3) BW).
  • Check of schadeclaims en dergelijke niet verjaard of vervallen zijn. Veel van de wettelijke bescherming voor de handelsagent verjaart of vervalt na één jaar. Daarna kan de handelsagent er weinig meer mee, tenzij hij in de tussentijd de verjaring heeft gestuit (artikelen 7:444 en 7:442(3) BW).

Principaal kan soms zelf schade claimen

De principaal kan de zaken soms omdraaien en zelf schade claimen bij de handelsagent. Daarvoor is in zijn algemeenheid wel vereist dat de handelsagent (sterk) verwijtbaar handelt.

  • Schadeplichtig is de handelsagent die een agentuurovereenkomst (1) voortijdig beëindigt, of (2) zonder inachtneming van de opzeggingstermijn, en (3) zonder dat de principaal daarin toestemt. Dit is anders als de handelsagent voor de beëindiging een ‘dringende reden’ heeft, mits hij die onverwijld aan de principaal reden heeft medegedeeld (artikel 7:439(1) BW).
  • Schadeplichtig is de handelsagent die een principaal dwingt de agentuurovereenkomst te beëindigen, wegens een ‘dringende reden’ die aan de handelsagent valt te verwijten.
  • ‘Dringende redenen’ zijn in dit verband omstandigheden van zodanige aard dat van de beëindigende partij redelijkerwijs niet gevergd kan worden de overeenkomst in stand te laten, zelfs maar tijdelijk (artikel 7:439(2) BW).

Als één van deze situaties zich voordoet, en de principaal dus zelf schade kan vorderen bij de handelsagent, biedt de wet twee mogelijkheden. Volledige schadevergoeding (artikel 7:441(3) BW) of gefixeerde schadevergoeding (artikel 7:441(1) BW). Deze laatste is gemakshalve vastgesteld op de beloning over de tijd dat de agentuurovereenkomst bij regelmatige beëindiging had behoren voort te duren. Bij een agentuur van 6 jaar, kan het dan bijvoorbeeld gaan om een halfjaar commissie en overige beloning.