De verstrekkende gevolgen van het faillissement van één der echtgenoten

zondag, 7 maart 2010

Op 19 augustus 2009 heeft de Rechtbank Rotterdam (LJN: BJ8456) een vonnis gewezen in een faillissementskwestie. Deze uitspraak laat zien dat een faillissement voor echtgenoten zeer verstrekkende gevolgen kan hebben, waarvan zij (en hun adviseurs) zich meestal niet bewust zullen zijn.

Het volgende was er aan de hand. Partijen waren op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd, inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen maar met een periodiek (Amsterdams) verrekenbeding. Gedurende het huwelijk kocht de vrouw een woning. De aankoop van deze woning werd gefinancierd met een hypothecaire geldlening, waarvoor beide partijen hoofdelijk aansprakelijk waren. Gedurende het huwelijk werd niet op deze hypothecaire geldlening afgelost. De rente werd ten laste van het inkomen van de vrouw voldaan.

De man ging tijdens het huwelijk van partijen failliet. In het kader van dat faillissement stelde de curator zich op het standpunt dat de woning in de failliete boedel viel. De vrouw stelde zich op het standpunt dat zij de woning kon terugnemen uit het faillissement. Zij had immers de volledige rentelasten verbonden aan de hypothecaire geldlening voldaan. Bovendien was de woning haar eigendom en was op de hypothecaire geldlening in het geheel niet afgelost (laat staan met geld van de man). Toch oordeelt de Rechtbank Rotterdam dat de woning in de failliete boedel valt. Daarvoor is volgens de rechtbank voldoende dat de failliete echtgenoot hoofdelijk aansprakelijk was voor de hypothecaire geldlening.

Deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam gaat mijns inzien te ver. De vrouw was eigenaar van de woning. De volledige koopsom was van de bank geleend en de rente werd volledig door de vrouw voldaan. Bovendien was op de lening niet afgelost. Ik zie niet in waarom de woning in dat soort gevallen in de failliete boedel zou vallen. Dit ligt anders wanneer de failliete echtgenoot heeft meebetaald aan de rente van de hypothecaire geldlening of wanneer hij uit zijn vermogen/inkomen op de schuld heeft afgelost. In dat geval heeft de failliete echtgenoot mede geïnvesteerd in de woning en valt de woning op grond van de Faillissementswet in beginsel volledig in de faillissementsboedel.

Veel echtgenoten veronderstellen dat zij via het opstellen van huwelijkse voorwaarden de andere echtgenoot kunnen vrijwaren van de gevolgen van een mogelijk faillissement. Voorzichtigheid is echter geboden. Zelfs als echtgenoten onder huwelijkse voorwaarden met elkaar zijn getrouwd, en de echtelijke woning uitsluitend eigendom is van de niet- gefailleerde echtgenoot, valt de woning in beginsel volledig in de failliete boedel. Alleen wanneer middels schriftelijke bewijsstukken kan worden aangetoond dat de woning door de niet-failliete echtgenoot volledig met eigen middelen is gefinancierd, bestaat een recht op terugneming. De bewijslast ligt daarbij bij de echtgeno(o)t(en). Het is dus van groot belang dat echtgenoten een goede administratie voeren. Alleen op die manier kan worden aangetoond dat vermogensbestanddelen van de niet-gefailleerde echtgenoot buiten het faillissement dienen te blijven, zelfs als die echtgenoten op huwelijkse voorwaarden met elkaar zijn gehuwd!