De redelijkheid van het recht of het redelijkheidsgevoel van de rechter?

donderdag, 3 december 2009

In het recht kunnen de redelijkheid en billijkheid een rol spelen. Zo ook in het familierecht. Maar waar in het verbintenissenrecht strenge criteria gelden, lijkt de familierechter weinig terughoudendheid te betrachten bij het toepassen van deze normen. 

In één van de gratis kranten die Nederland rijk is, las ik onlangs de column van mr. S. Dikhoff, advocaat te Amsterdam. Hij sprak zijn verbazing uit over een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (7 oktober 2009), waarin een oud-bestuurder van ABN AMRO een ontslagvergoeding van 6,2 miljoen euro claimde. Hoewel dat bedrag toegezegd was, wilde ABN AMRO maar 2,6 miljoen euro betalen. De bank vond dat zij rekening moest houden met nieuwe opvattingen in maatschappij en politiek over de hoogte van bonussen en afvloeiingsregelingen. De rechter oordeelde dat de bankier op de toezegging mocht vertrouwen. Maar hij voegde daaraan toe, en dat was Dikhoff ‘een doorn in zijn juristenoog’, dat het claimen van dat recht ‘naar normen van redelijkheid en billijkheid’ onaanvaardbaar was.

Ook in het familierecht speelt de redelijkheid en billijkheid vaak een rol, bijvoorbeeld in een recente zaak uit mijn eigen praktijk. Aan die zaak moest ik denken bij het lezen van Dikhoffs column. De man in kwestie betaalde alimentatie aan zijn ex-vrouw. Zij had verzwegen dat haar inkomen sinds 2005 hoger was dan bij de vaststelling van de alimentatie, in datzelfde jaar. Het was al de tweede keer dat zij haar hogere inkomen had verzwegen. De eerste keer verlaagde de rechtbank de alimentatie, deze keer stelde de rechtbank de alimentatie op nul: de vrouw voorzag inmiddels volledig in haar eigen behoefte. De door de man te veel betaalde alimentatie hoefde zij van de rechtbank niet terug te betalen.

In beroep erkende het Gerechtshof 's-Gravenhage (23 september 2009) dat de vrouw voor de tweede keer informatie over haar inkomen had verzwegen. Maar ook het hof vond het ‘niet redelijk’ de vrouw te verplichten het bedrag dat zij teveel had ontvangen, ruim 17.000 euro, terug te betalen. Dit zou volgens het hof voor de vrouw onaanvaardbare financiële gevolgen hebben. Het geld was op, en het inkomen of vermogen van de vrouw was niet zodanig dat zij tot terugbetalen in staat was.

In het verbintenissenrecht en in het bijzonder het overeenkomstenrecht is de redelijkheid en billijkheid - naast de wet, gewoonte en rechtshandeling - een bron van rechten en verplichtingen. De redelijkheid en billijkheid kunnen de andere bronnen aanvullen, maar ook beperken. Van dit laatste was sprake in de door Dikhoff aangehaalde uitspraak. In dat geval werd ongewijzigde nakoming van de toegezegde ontslagvergoeding naar normen van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht.

Bij de vraag wat redelijkheid en billijkheid meebrengen, moet rekening worden gehouden met - kort gezegd - de algemeen heersende opvattingen. De vereiste ‘onaanvaardbaarheid’ laat zien dat hoge eisen worden gesteld aan de omstandigheden. De rechter moet dan ook de nodige terughoudendheid betrachten.

De rol van redelijkheid en billijkheid in het familierecht is wettelijk geregeld, bijvoorbeeld voor overeenkomsten van huwelijkse voorwaarden. De Hoge Raad heeft, in een oude uitspraak uit 1982, de werking van de redelijkheid en billijkheid (toen nog ‘goede trouw’) ook erkend voor alimentatieverplichtingen tussen ex-echtgenoten. Maar waar in het verbintenissenrecht hoge eisen worden gesteld, lijkt de rechter in het familierecht niet erg terughoudend te zijn in het toepassen van de redelijkheid en billijkheid.

Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, dat de rechter met behoedzaamheid gebruik moet maken van zijn bevoegdheid met terugwerkende kracht de alimentatie te wijzigen. Als dit leidt tot een terugbetalingsverplichting, dient de rechter te beoordelen in hoeverre terugbetaling in redelijkheid van de onderhoudsgerechtigde kan worden verlangd. Maar wat is redelijk? Ik betwijfel of het een algemeen heersende opvatting is dat een vrouw, die de kluit voor een tweede keer belazert, ten onrechte betaalde alimentatie niet aan haar ex-man hoeft terug te betalen.

Stelt u zich de omgekeerde situatie voor: een man verzwijgt al jaren dat hij een aanzienlijk hoger inkomen heeft dan bij de vaststelling van de alimentatie. Hij is al lang in staat de alimentatie te betalen, waaraan de vrouw eigenlijk behoefte heeft. Maar het geld is op en de man heeft geen vermogen om de onbetaalde alimentatie alsnog naar zijn ex-vrouw over te maken. Zou het hof het dan ook ‘niet redelijk’ hebben gevonden de man toch tot betaling te dwingen? Ik waag het te betwijfelen.

Bij de toepassing van de werking van de redelijkheid en billijkheid in het familierecht zou een rechter de strenge criteria uit het verbintenissenrecht beter voor ogen moeten houden. Vooral de vraag of de beslissing zonder de corrigerende werking van de redelijkheid en billijkheid tot een onaanvaardbare uitkomst zou leiden, is cruciaal. Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen moeten - kort gezegd - de algemeen heersende opvattingen worden betrokken. De wijze waarop nu wordt omgegaan met de toepassing van de redelijkheid en billijkheid, waarvan de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage slechts één voorbeeld is, kent het gevaar dat de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid in het geding komen.