De positie van de gevolmachtigde ten opzichte van de erfgenamen van de overleden volmachtgever

donderdag, 30 mei 2013

Ouderen hebben regelmatig de behoefte om hun belangen door een ander te laten behartigen. Vaak lukt het ze zelf niet goed meer om hun eigen administratie te voeren en is het een grote opgave om allerlei rechtshandelingen te verrichten. Het verstrekken van een algemene volmacht aan bijvoorbeeld één van de kinderen, kan dan uitkomst bieden. Het kind is dan bevoegd om namens de volmachtgever alle rechtshandelingen te verrichten. Daartoe behoren onder andere alle rechtshandelingen die betrekking hebben op het beheren van en beschikken over het vermogen van de ouder. Gelukkig zijn er vele kinderen die zich behoorlijk van deze taak kwijten. Er kleven echter ook risico’s aan het verstrekken van een algemene volmacht. Een onjuist gebruik of zelfs misbruik van de volmacht ligt immers op de loer. Blijkt na het overlijden van de ouder ineens dat de erfdelen substantieel zijn verkleind, of dat de gevolmachtigde zichzelf ten nadele van de nalatenschap heeft begunstigd, dan zal hij het een en ander aan de overige erfgenamen hebben uit te leggen. Wanneer er geen bevredigende uitleg volgt, liggen gerechtelijke procedures in het verschiet. Maar is de gevolmachtigde wel verplicht om rekening en verantwoording af te leggen over het door hem tijdens het leven van de volmachtgever gevoerde beleid?

In titel 3 van boek 3 BW is de volmacht wettelijk geregeld. Daarin is geen bepaling opgenomen waaruit een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording blijkt. Toch wordt de gevolmachtigde regelmatig gevraagd om rekening en verantwoording af te leggen. Vloeit deze verplichting dan voort uit de jurisprudentie?

Rechtbank en gerechtshof
De lagere rechtspraak (rechtbanken en gerechtshoven) kent in het algemeen wel een recht op rekening en verantwoording toe aan de volmachtgever, maar niet aan zijn erfgenamen. Zelden komt de erfgenamen wel een recht op rekening en verantwoording toe. De redenen dat dit recht in het algemeen niet aan de erfgenamen toekomt en die volgen uit deze rechtspraak, zijn:

  • Het recht op rekening en verantwoording volgde niet uit de inhoud van de volmacht en niet bleek dat de volmacht was gebruikt op een wijze die niet door de volmachtgever gewenst werd.
  • Omdat de volmachtgever zelf geen rekening en verantwoording had gevraagd, welke bevoegdheid wel bestond, en er dus vanuit moest worden gegaan dat de volmachtgever had ingestemd met het gebruik van de volmacht en/of het door de gevolmachtigde gevoerde beleid.
  • Het gegeven dat aan de volmachtgever wel verantwoording verschuldigd was, betekende nog niet dat er rekening en verantwoording verschuldigd was aan de erfgenamen.   

In de meerderheid van de gevallen oordeelt de lagere rechter dat de volmachtgever wel een recht op rekening en verantwoording heeft, maar laat hij na om van dit recht gebruik te maken, dan wordt verondersteld dat hij tevreden is met de uitoefening van de volmacht en hebben zijn erfgenamen geen recht op rekening en verantwoording.[1]

Hoge Raad 
Nu de verplichting tot rekening en verantwoording niet volgt uit de lagere rechtspraak is het van belang te onderzoeken hoe de Hoge Raad over deze verplichting oordeelt.
Reeds in 1971 oordeelde de Hoge Raad[2] dat die verplichting:

“onderstelt een rechtsverhouding tussen pp. krachtens welke de een jegens de ander verplicht is zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te rechtvaardigen”.

De Hoge Raad bepaalde in een arrest uit 1995[3] dat een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording slechts kan worden aangenomen:

“indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden. Een rechtsverhouding die een dergelijke verantwoordingsplicht impliceert, kan, zoals in casu, voortvloeien uit hetgeen onder bepaalde omstandigheden volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.”

In 2005 oordeelde de Hoge Raad[4] over volmachtverleningen met betrekking tot bankrekeningen dat:

“nu de volmachtgever bij leven kennelijk geen aanleiding heeft gezien (verweerder) ter verantwoording te roepen omtrent de wijze waarop hij met de machtiging is omgegaan, (eiseres) als erfgenaam evenmin het recht toekomt (verweerder) ter verantwoording te roepen.”         

In laatstgenoemde uitspraak concludeert de Hoge Raad dat volmachtverlening op zich, geen rechtsverhouding schept op grond waarvan de gevolmachtigde gehouden is zich te verantwoorden. De genoemde jurisprudentie toont aan dat, zolang de volmachtgever niet ontevreden is over de handelingen van de gevolmachtigde, hij geen recht heeft op rekening en verantwoording. De rechtsverhouding waarop een recht op rekening en verantwoording is gebaseerd, ontstaat dus kennelijk eerst als de volmachtgever te kennen heeft gegeven bezwaren te hebben tegen de wijze waarop de volmacht is uitgeoefend.

Uit de aangehaalde uitspraken kan geconcludeerd worden dat cruciaal is de vraag of er tussen de volmachtgever en de gevolmachtigde een rechtsverhouding is ontstaan die een verplichting tot rekening en verantwoording doet ontstaan. De Hoge Raad biedt echter geen aanknopingspunten aan de hand waarvan een dergelijke rechtsverhouding kan worden vastgesteld op basis van het in het maatschappelijk verkeer betamelijke.

Conclusie op grond van jurisprudentie
Slechts als de volmachtgever niet tevreden is met het gebruik van de volmacht zou er volgens de Hoge Raad sprake zijn van een recht om rekening en verantwoording te vragen, dat na het overlijden van de volmachtgever zou kunnen overgaan op de erfgenamen. Dat is een engere opvatting dan in de lagere jurisprudentie wordt gehanteerd, aangezien daarin in vrijwel alle gevallen de volmachtgever een recht op rekening en verantwoording wordt toegekend. Zowel uit de lagere rechtspraak als uit die van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat als de volmachtgever zelf geen rekening en verantwoording heeft gevraagd, de erfgenamen dit ook niet kunnen verzoeken.

Overigens zijn er auteurs die bepleiten dat het in het maatschappelijk verkeer betamelijk is om als gevolmachtigde rekening en verantwoording te geven over het gevoerde beleid, welk recht vatbaar is voor overgang op erfgenamen van de volmachtgever. Echter, wet noch jurisprudentie bieden hiervoor aanknopingspunten.

Tot besluit
Het bovenstaande laat onverlet dat de gevolmachtigde in rechte kan worden betrokken, wanneer hem verweten wordt misbruik van de volmacht te hebben gemaakt. De (overige) erfgenamen dienen dan wel voldoende feiten en omstandigheden te stellen waaruit het misbruik kan worden afgeleid. Dat betekent dat de (zware) bewijslast van het vermeende misbruik op de (overige) erfgenamen blijft rusten. Doordat de gevolmachtigde meestal niet verplicht is tot het afleggen van rekening en verantwoording, kunnen de erfgenamen in bewijsnood komen. Het vermeende misbruik is dan moeilijk, zo niet onmogelijk, aan te tonen.

[1] Zo oordeelde ook de Rechtbank Arnhem in 2006 in een zaak waarin de gevolmachtigde in vijf jaar tijd ruim 390.000 gulden van de bankrekening had opgenomen. Rechtbank Arnhem 1 november 2006, LJN: AZ4052.
[2] HR 3 december 1971, NJ 1972, 338 m. nt. EAAL
[3] HR 8 december 1995, NJ 1996, 274
[4] HR 13 mei 2005, LJN: AS4167