Publicatie

De commissaris anno 2013

woensdag, 24 april 2013

De ontwikkelingen op het gebied van corporate governance en de snel veranderende omgeving waarin commissarissen functioneren hebben ertoe bijgedragen dat de rol van de raad van commissarissen in de afgelopen jaren steeds zwaarder is geworden. De besluitvorming is ook complexer geworden. Niet alleen door de veelheid aan wet- en regelgeving, maar ook door de veelheid aan informatie, de veelheid aan spelers en de snelheid en intensiteit waarmee besluiten moeten worden genomen. Anno 2013 rechtvaardigt dit een nadere blik op de positie van de individuele commissaris. Het streven naar verbetering van de kwaliteit en de effectiviteit van het toezicht in de toekomst vergt niet alleen maatregelen om de positie van de individuele commissaris te versterken, maar noopt ook tot een herziening van de (kwaliteits)eisen die aan een individuele commissaris worden gesteld.

In deze bijdrage staat de positie van de individuele commissaris anno 2013 centraal. De rol en het functioneren van de raad van commissarissen is de laatste jaren, mede onder invloed van het corporate governance debat en de Nederlandse wetgeving, zowel bij beursvennootschappen als bij niet-beursvennootschappen, aanzienlijk verzwaard. Meer toezicht, verbetering van de kwaliteit van  het toezicht en verzwaring van verantwoordelijkheid lijken hierbij de rode draad te zijn. In dit verband staan de taakverdeling en taakvervulling door de raad van commissarissen in de ‘two tier board’ en de niet-uitvoerende bestuurders in de ‘one tier board’ volop in de belangstelling. Minder aandacht wordt echter besteed aan de individuele commissaris. Dit is opmerkelijk. Wanneer er hoge eisen worden gesteld aan het functioneren van de raad van commissarissen voor wat betreft diens deskundigheid als voor wat betreft de zorgvuldigheid van de besluitvorming en toezicht op het bestuur, zoals wordt geïllustreerd door de Ondernemingskamer in de Landis-beschikking, raakt dit ook de individuele commissaris. Dat maakt in de praktijk de rol van de individuele commissaris anno 2013 en de vraag wat zijn rechten en verplichtingen zijn er niet eenvoudiger op. Dat de kwaliteit van de evaluatie van het functioneren van de raad van commissarissen en de individuele commissarissen uit hoofde van de corporate governance code in de praktijk een punt van aandacht blijft is dan ook niet vreemd. Dat advocaten als commissaris worden benoemd, verbaast ook niet. Het voorgaande maakt de vraag actueel of de individuele commissaris anno 2013 wel geschikt is om zijn (toezichthoudende) taak naar behoren te vervullen. Biedt het huidige vennootschapsrecht in dit verband wel voldoende houvast? Sluiten de huidige eisen die aan de individuele commissarissen worden gesteld nog wel aan bij de snel veranderende en complexe omgeving waarin zij moeten functioneren? Daaraan is mijn bijdrage gewijd. Eerst zal ik aandacht besteden aan de rol die van de raad van commissarissen wordt verlangd. Voorts wijd ik enige beschouwingen aan de positie van de individuele commissaris en niet-uitvoerende bestuurder en besteed ik aandacht aan de huidige eisen die aan hen worden gesteld. Tot slot doe ik enkele suggesties die (wellicht) kunnen bijdragen aan het beter functioneren van commissarissen.

Gepubliceerd in tijdschrift Vennootschaps- en rechtspersonenrecht 24 april 2013