Compensatie en 'verdere compensatie' bij annulering vlucht

donderdag, 12 januari 2012

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 13 oktober 2011 uitspraak gedaan in een zaak met betrekking tot de annulering van een vlucht van Parijs naar Vigo (Spanje). De desbetreffende vlucht is vanuit Parijs vertrokken, maar na enkele minuten weer teruggekeerd naar de luchthaven vanwege een technische storing. Het Hof oordeelde dat hiermee sprake is van annulering van de vlucht. Van annulering is dus niet alleen sprake als het vliegtuig helemaal niet vertrekt, maar ook als het vliegtuig wel vertrekt, maar gedwongen is terug te keren naar de luchthaven van vertrek.

Nu sprake is van annulering, hebben passagiers recht op schadevergoeding. Op basis van een Europese Verordening ((EG) nr. 261/2004) hebben passagiers recht op terugbetaling van de ticketprijs of op omboeking op een andere vlucht, alsook op een bedrag voor de vertraging, welke afhankelijk is van de afstand van de vlucht.

Naast deze compensatie hebben passagiers ook recht op bijstand en verzorging. Indien de vervangende vlucht dezelfde dag nog vertrekt, krijgen passagiers twee telefoongesprekken (dit mag ook het verzenden van telex-, fax- of e-mailberichten zijn) en maaltijden en drankjes, in redelijke verhouding tot de wachttijd. Indien de passagiers omgeboekt zijn naar een vlucht die een dag later vertrekt, krijgen passagiers naast deze telefoongesprekken, maaltijden en drankjes, tevens hotelaccommodatie en vervoer tussen de luchthaven en de plaats van de accommodatie. Passagiers hoeven zich niet te beroepen op bijstand en verzorging, zij behoren dit te krijgen van de luchtvaartmaatschappij. Indien de luchtvaartmaatschappij geen bijstand en verzorging verleent aan de passagiers, kunnen passagiers de gemaakte kosten terugvorderen op grond van de verordening.

Naast deze vergoedingen op basis van de verordening kunnen passagiers tevens recht hebben op ‘verdere compensatie’. Onder dit begrip valt volgens het Hof de schadevergoeding waarop de passagier recht heeft op grond van het nationale recht en op grond van het Verdrag van Montreal. Dat kan ook vergoeding van immateriële schade betreffen.