Bouwmachinebedrijf aansprakelijk ondanks ontbreken feitelijke leiding

donderdag, 11 augustus 2011

Begin augustus 2011verscheen er een interessante uitspraak van de rechtbank Haarlem met betrekking tot de aansprakelijkheid van een groot bouwmachinebedrijf. De rechtbank Haarlem oordeelde dat ondanks het ontbreken van feitelijke leiding tijdens de vervanging van een onderdeel van een bouwkraan, waarbij de bouwkraam omviel en aanzienlijke schade veroorzaakte, de leverancier, wiens personeel aanwezig was, aansprakelijk was jegens de verzekeraar van het aannemersbedrijf.

Medio 2008 kocht een aannemersbedrijf een bouwkraan van een onderneminng gericht op de verkoop van bouwmachines. Bij de verkoop van de bouwkraan werd afgesproken dat de leverancier de controlebeurten zou uitvoeren alsook verleende zij een jaar garantie op alle materiaal en constructiefouten. Na levering van de bouwkraan werd er door het aannemersbedrijf een scheur in het onderste ballastblok ontdekt. Hiervoor werd een vervangend ballastblok geleverd en werd dit blok tezamen met de medewerkers van de leverancier vervangen. Bij deze werkzaamheden ging het echter mis. De bouwkraan raakte bij het vervangen van het ballastblok in onbalans en viel om. Er was sprake van onherstelbare schade aan de bouwkraan, alsook als gevolg van de val schade ontstaan op het terrein aan de afrastering, wegdek, schuttingen en een personenauto. Het aannemersbedrijf had zich tegen dergelijk risico verzekerd. De verzekeraar betrekt zowel de verkoper als de leverancier in rechte.

De betrokken verzekeraar stelt dat de leverancier jegens het aannemersbedrijf onrechtmatig heeft gehandeld omdat de bouwkraan is omgevallen en beschadigd tijdens de werkzaamheden uitgevoerd door de werknemers van de leverancier. Deze werknemers zouden ten onrechte en in strijd met de instructies van de handleiding, de giek van de bouwkraan niet hebben ingeklapt. Door deze fout zou de kraan zijn omgevallen. Daarnaast stelde de verzekeraar de verkoper van de bouwkraan aansprakelijk op grond van de omstandigheid dat zij als verkoper van de bouwkraan en verantwoordelijke voor de aftersales tekort is geschoten in haar verplichtingen.   

In deze kwestie is mijns inziens vooral de discussie omtrent de aansprakelijkheid van de leverancier interessant. De leverancier betwistte de stellingen van verzekeraar met als argument dat weliswaar haar personeel betrokken was bij de werkzaamheden doch er ontbrak feitelijke leiding bij deze werkzaamheden. Bovendien deed de leverancier een beroep op eigen schuld aan de zijde van het aannemersbedrijf.

De rechtbank stelt voorop dat niet alleen sprake kan zijn van aansprakelijkheid van de leverancier indien komt vast te staan dat de vervangingswerkzaamheden door, dan wel onder leiding van haar werknemers zijn uitgevoerd, maar dat daarvan ook dan sprake is, indien de waarschijnlijkheid van het ongeval als gevolg van de gedragingen van de werknemers van de leverancier zo groot is, dat die werknemers zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag hadden moeten weerhouden. Bij de beoordeling van dit onrechtmatigheidscriterium zijn alle omstandigheden van het geval een rol. In het bijzonder zijn relevant de kans op onvoorzichtigheid en op ongevallen, de ernst van de gevolgen, de aard van de te treffen voorzorgsmaatregelen, de toereikendheid van de getroffen voorzorgsmaatregelen, de kennis, hoedanigheid en onvoorzichtighed van de benadeelde en de aard van het belang dat met de gevaarzetting is gediend.

UIt het overgelegde expertiserapport blijkt dat de kans op een ongeval aanzienlijk is indien de ballastblokken zonder de giek in te klappen worden verwijderd. Hier wordt in de handleiding expliciet voor gewaarschuwd. De betrokken werknemers van de leverancier waren op de hoogte van de werking van de bouwkraan alsook van de inhoud van de handleiding. Ondanks deze wetenschap hadden de betreffende werknemers niet tijdig ingegrepen. Het nalaten in te grijpen in een dergelijke gevaarzettende situatie moet onder de omstandigheden als onrechtmatig handelen worden aangemerkt, aldus de rechtbank. De omstandigheid dat de feitelijke leiding van de operatie bij het aannemersbedrijf berustten doet echter niet af aan de onrechtmatigheid! Bovendien was de rechtbank van oordeel dat het onrechtmatig handelen ook aan de (werknemers van de) leverancier kon worden toegerekend nu het veroorzaken van de gevaarscheppende situatie aan hun schuld te wijten is.

De leverancier was dan ook voor het onrechtmatig handelen van haar ondergeschikten (ex artikel 6:170 BW) aansprakelijk.     

Rechtbank Haarlem 27 juli 2011, LJN: BR4073