Bij raamovereenkomst verplicht doorcontracteren?

vrijdag, 24 maart 2017

Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat een rechtspersoon die een raamovereenkomst sluit, verplicht is ook de nadere overeenkomsten te sluiten die daarin zijn voorzien. In dit geval is dat niet gebeurd, zodat sprake is van wanprestatie. De andere contractant heeft recht op schadevergoeding (ter hoogte van het positieve contractsbelang).

In 2012 sluit een Duitse vennootschap, EWG, twee overeenkomsten met een Sloveense opdrachtnemer, SM Montaza. Die moest montage- en laswerkzaamheden gaan uitvoeren in de Eemshaven van Rotterdam (EUR 1.580.040) en op de Maasvlakte (EUR 1.291.500). De overeenkomsten worden omschreven als “Rahmenwerkvertrag”. De bedoeling was om binnen deze raamovereenkomst nadere overeenkomsten te sluiten voor iedere concrete opdracht. Hoewel de transactie in het Duits verloopt, is Nederlands recht van toepassing.

Na het sluiten van deze overeenkomsten laat EWG volgens SM Montaza niets meer van zich horen. Er worden geen (nadere) opdrachten verstrekt. Er wordt ook niets betaald.

SM Montaza vordert daarom bij de rechter dat beide overeenkomsten worden ontbonden (artikel 6:265 BW) wegens wanprestatie (artikel 6:74 BW). EWG moet bovendien worden veroordeeld tot betaling van EUR 1.112.244, te vermeerderen met rente en kosten. SM Montaza stelt daartoe onder meer dat ze, vooruitlopend op de opdrachten van EWG, 60 werknemers (voor iedere lasser twee pijpfitters) naar Nederland heeft laten overkomen. Ze heeft winst gederfd en kosten gemaakt ter voorbereiding van de werkzaamheden.

Beoordeling

Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat de beide overeenkomsten EWG verplichten om de daarin beschreven montage- en laswerkzaamheden op te dragen aan SM Montaza. De overeenkomsten laten EWG niet, althans niet zonder meer vrij om zonder enig rechtsgevolg van het opdragen van deze werkzaamheden af te zien.

Het feit dat is bepaald dat de opdrachten voor de werkzaamheden in concreto op basis van nadere overeenkomsten zullen worden verstrekt, impliceert als zodanig niet dat er geen verplichting zou bestaan om die nadere overeenkomsten aan te gaan, respectievelijk de desbetreffende opdrachten te verstrekken. Bij gebreke van een relevante verklaring voor het niet-verstrekken van de in de overeenkomsten bedoelde opdrachten, moet dan ook worden aangenomen dat EWG gehouden was om die opdrachten te verstrekken en de aanneemsommen te betalen.

Commentaar

Betekent dit arrest dat elke raamovereenkomst verplicht tot het sluiten van de daarin voorziene opdrachten, orders, nadere overeenkomsten, etc.? Nee. Afhankelijk van de omstandigheden, zijn er allerlei manieren om een raamovereenkomst (tussentijds) te beëindigen. Ook kan een partij bijvoorbeeld de eigen contractuele verplichtingen opschorten, indien de daar tegenoverstaande verplichtingen niet (deugdelijk) worden nagekomen.

Het punt van dit arrest is dat een bedrijf niet zomaar kan contracteren en vervolgens niets meer van zich kan laten horen. Dat leidt tot ongelukken. In dit geval mogelijk een zeer kostbaar ongeluk. Op een totaal contractbelang van bijna EUR 3 miljoen, vordert SM Montaza ruim EUR 1,1 miljoen schade. Het gaat om het positieve contractsbelang, dat wil zeggen: de winst die SM Montaza had kunnen behalen (vgl. HR 8 juli 2011, LJN BQ1684 (G4 Beheer / Hanzevast)). Het hof accepteert in principe dat SM Montaza recht heeft op dit positieve contractsbelang. Partijen moeten alleen nog even steggelen over de hoogte van het schadebedrag.

Bron

Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:21 (EWG Rohr- und Kesselbau / SM Montaza).

Meer informatie?

Neem contact op met één van onze specialisten contractenrecht en civiel procesrecht, Adriaan Buyserd (Linkedin).