Better safe than sorry!

dinsdag, 5 augustus 2014

Onlangs heeft het Gerechtshof Amsterdam een arrest gewezen over verjaring van een verzekeringsaanspraak van een aannemer. Deze uitspraak is ook voor de bouwpraktijk van belang. Zie de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam, 15 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1479.

Aannemer A heeft in december 2005 opdracht gekregen tot het graven, althans verdiepen en verbreden van een watergang. Aannemer A heeft deze opdracht aanvaard en heeft ZZP-er B ingeschakeld voor het benodigde graafwerk. ZZP-er B heeft een zogenaamde “werkmaterieelverzekering” bij Aegon afgesloten. Aannemer A is volgens de op deze verzekering toepasselijke voorwaarden meeverzekerd.

Het graafwerk zou worden uitgevoerd ter plaatse van het gebied waar kabels van Liander liggen. Aannemer A heeft om die reden markeringen aangebracht op de plaatsen waar de kabels lagen zodat hiermee tijdens de graafwerkzaamheden rekening kan worden gehouden. Ondanks de markeringen heeft ZZP-er B op 1 februari 2006 alsnog een kabel van Liander geraakt.

Liander heeft door de kapotte kabel schade geleden waarvoor Liander op 1 februari 2006 ZZP-er B en op 9 februari 2006 aannemer A aansprakelijk stelt. Liander wijst ZZP-er B en aannemer A op de mogelijkheid om de schade te melden bij een verzekeraar.

Aannemer A meldt de schade aan haar AVB-verzekeraar. Bij brief van 26 juni 2006 meldt de AVB-verzekeraar dat er geen dekking is omdat de schade valt onder het eigen risico van aannemer A. Daarnaast stelt de AVB-verzekeraar in deze brief de volgende vraag: “Betrof het hier een kraan/graafmachine die zich zelfstandig kan voortbewegen en dus als WAM-plichtig moet worden aangemerkt? Is deze schade reeds aangemeld op de WAM-polis/landmateriaalpolis van de bewuste kraan.” Ondanks deze vraag meldt aannemer A de schade niet aan Aegon, ZZP-er B doet dit wel.

Liander betrekt uiteindelijk aannemer A in rechte en vordert vergoeding van de schade ten bedrage van € 113.508,--. Aannemer A roept ZZP-er B en Aegon in vrijwaring op. Aannemer A stelt dat zij meeverzekerd is op de werkmaterieelpolis van ZZP-er B. Aegon verweert zich met een beroep op verjaring in de zin van artikel 7:942 BW. In dit artikel is bepaald dat een rechtsvordering tegen een verzekeraar (tot het doen van uitkering) verjaart door verloop van drie jaren na de dag, volgende op die waarop de tot uitkering gerechtigde met de opeisbaarheid daarvan bekend is geworden. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat de verjaring kan worden gestuit door – kort gezegd – een schriftelijke mededeling.

In eerste aanleg oordeelt de rechtbank dat de verjaringstermijn op 10 februari 2009 weliswaar is gaan lopen, maar dat – gelet op de omstandigheden van het geval - Aegon zich in redelijkheid niet mag beroepen op verjaring. Aegon wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade van Liander. Aegon gaat tegen dit oordeel in hoger beroep.

In hoger beroep stelt aannemer A pas in maart 2011 ermee bekend te zijn geworden dat hij een mogelijke vordering op Aegon had. Volgens aannemer A is daarom de verjaringstermijn van artikel 7:942 BW pas in maart 2011 gaan lopen. Het hof verwerpt dit verweer en oordeelt dat “van een verzekerde een zeker onderzoek mag worden verlangd ter vaststelling van de rechtsvordering op de verzekeraar. Het verdraagt zich immers niet met de rechtszekerheid en de billijkheid, die de verjaringsregels mede beogen te dienen, dat de tot uitkering gerechtigde door het nalaten van een redelijkerwijs van hem te verlangen, eenvoudig uit te voeren onderzoek, zou kunnen voorkomen dat de korte verjaringstermijn van 7:942 lid 1 BW een aanvang neemt.” Het hof neemt voor dit oordeel onder meer in aanmerking dat Liander op 9 februari 2006 al had gewezen op de mogelijkheid om de aansprakelijkheidsstelling aan de verzekeraar te zenden. Daarnaast heeft de AVB-verzekeraar aannemer A bij brief van 26 juni 2006 gevraagd of de schade al was gemeld onder de “WAM-polis/landmateriaalpolis” van de bewuste kraan. Aannemer heeft de schade toen niet aan Aegon gemeld.

Het hof oordeelt dat de rechtsvordering van aannemer A op Aegon is verjaard en veroordeelt aannemer A tot vergoeding van de schade van Liander.

Voor de dagelijkse bouwpraktijk is het hiervoor besproken arrest van het gerechtshof Amsterdam van belang. In de bouw worden namelijk allerhande verzekeringen afgesloten door verschillende partijen. Indien een aannemer wordt aangesproken tot vergoeding van schade, mag van hem worden verwacht dat hij onderzoek doet naar de aanspraken op mogelijke verzekeraars. Het gaat hierbij niet alleen om verzekeringen die hij zelf heeft afgesloten, maar ook om verzekeringen van contractspartners waarbij de aannemer is meeverzekerd. Bij twijfel is het verstandig om de schade tijdig te melden om verjaring te voorkomen: better safe than sorry!