Betere omgang grootouders met kleinkind na scheiding

dinsdag, 3 maart 2015

Het CDA presenteerde afgelopen week een plan waarbij grootouders bij problematische echtscheidingen van hun kinderen meer juridische mogelijkheden krijgen om contact met hun kleinkind(eren) af te dwingen.  

Onderzoek uit 2008 wijst namelijk uit dat voor 53 procent van de grootouders het contact met de kleinkinderen na een scheiding verandert, vaak in negatieve zin. Twaalf procent van de grootouders ziet de kleinkinderen zelfs helemaal niet meer terug. Dat zou volgens de onderzoekers, uitgaande van (destijds) 33.000 echtscheidingen per jaar, neerkomen op circa 4000 grootouders per jaar.

Initiatiefnemers verzoeken de Kamer in te stemmen met het voorstel om de regering te verzoeken dat zij bevordert dat:

  • in het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig de systematiek in de ons omringende landen, het omgangsrecht voor grootouders met hun (klein)kinderen expliciet wordt vastgelegd;
  • de enige ontvankelijkheidtoets voor het in aanmerking komen van een omgangsregeling voor grootouders is dat zij de juridische afstammingsband kunnen aantonen. Initiatiefnemers zouden er geen bezwaar tegen hebben wanneer (evenals dat in België het geval is) de rechter tevens aandacht besteedt aan de mate waarin sprake is van een persoonlijke band. Dit kan dan geen struikelblok meer vormen voor ontvankelijkheid maar kan vervolgens wel mee worden gewogen bij de inhoudelijke toetsing;
  • de inhoudelijke toets zich – evenals in het huidige systeem – richt op het belang van het kind. De bewijslast rust op de grootouders. Zij dienen aannemelijk te maken dat omgang in het belang van het kind is;
  • in het Burgerlijk Wetboek het recht op een informatieregeling voor grootouders wettelijk mogelijk wordt gemaakt, en;
  • in het ouderschapsplan ook al afspraken worden gemaakt over een eventuele omgangsregeling van het kind met grootouders.

Lees de initiatiefnota hier.

Auteur