Auteursrecht geen belemmering voor publiceren programmagegevens

woensdag, 11 juni 2014

De Telegraaf kan niet op grond van het auteursrecht worden verboden programmagegevens te publiceren. In de eerste plaats niet omdat een lijst van programmagegevens enkel feitelijke gegevens weergeeft die niet worden beschermd door het auteursrecht. In de tweede plaats komt aan lijsten met programmagegevens geen zogenoemde geschriftenbescherming toe. Dit oordeelde zowel het hof Amsterdam in kort geding als de rechtbank Amsterdam in de bodemprocedure tussen de Telegraaf en de Nederlandse publieke omroepen. De rechtbank in de bodemprocedure besliste bovendien dat de programmagegevens geen bescherming toekwamen op grond van de Databankenwet en dat geen sprake was van ongeoorloofde mededinging.

De feiten
De Telegraaf was met de Nederlandse publieke omroepen overeengekomen dat zij slechts programmagegevens van deze omroepen mag publiceren die betrekking hebben op programma’s die worden uitgezonden binnen 24 uur na publicatie van de betreffende editie van de Telegraaf. Voor programma’s uitgezonden op zon- en feestdagen gold een norm van 48 uur. In 2012 publiceerde De Telegraaf in een op zaterdag verschenen editie een compleet overzicht van de programmagegevens voor de daaropvolgende week. De Telegraaf gaf aan voornemens te zijn in de toekomst steeds dit soort wekelijkse overzichten te willen publiceren.

Hierop stapten diverse omroepen, waaronder de Stichting Nederlandse Publieke Omroep (‘Stiching NPO’) naar de rechter. De omroepen eisten een verbod op het publiceren van programmagegevens door De Telegraaf op een wijze waarvoor de krant geen toestemming had gekregen van de omroepen. Zowel het hof Amsterdam in kort geding als de rechtbank Amsterdam in de bodemprocedure wezen de vorderingen van de Stichting NPO af.

Oordeel hof Amsterdam in kort geding
In eerste aanleg oordeelde de voorzieningenrechter in kort geding dat de programmagegevens niet worden beschermd door het auteursrecht nu de gegevens slechts een beschrijving vormen van welk programma op welk tijdstip wordt uitgezonden. Hierbij worden geen creatieve keuzes gemaakt, een vereiste voor auteursrechtelijke bescherming. Wel kwam aan de gegevens volgens de voorzieningenrechter geschriftenbescherming toe. Op grond van artikel 10 lid 1 sub 1 Auteurswet komt namelijk bescherming toe aan alle geschriften, zelfs indien bij het opstellen hiervan geen creatieve keuzes zijn gemaakt. De voorzieningenrechter legde De Telegraaf daarom een verbod op de gegevens meer dan 24 respectievelijk 48 uur voor de uitzending te publiceren. Het door De Telegraaf aangevoerde standpunt dat de omroepen in strijd handelen met het mededingingsrecht en hun machtspositie misbruiken door De Telegraaf niet toe te staan de gegevens verder van tevoren te publiceren werd door de voorzieningenrechter verworpen. In een eerdere bodemprocedure tussen De Telegraaf en de omroepen was dit standpunt namelijk al verworpen door de bodemrechter en de voorzieningenrechter dient zich te richten naar dit eerdere oordeel (conform rechtspraak van de Hoge Raad op dat vlak).

Met de voorzieningenrechter oordeelde het hof op 20 mei 2014 oordeel dat er geen auteursrecht rust op de programmagegevens, nu de gegevens alleen feitelijke informatie weergeven en er geen sprake is van creatieve keuzes bij het opsommen van programmagegevens.

Vervolgens oordeelt het hof – anders dan de voorzieningenrechter – dat de programmagegevens ook geen geschriftenbescherming toekomen. De opsomming van programmagegevens zoals gepubliceerd door De Telegraaf moet worden beschouwd als een databank in de zin van de Databankenwet. Het Hof van Justitie EU heeft geoordeeld in de Football Dataco uitspraak dat een databank enkel bescherming toekomt indien deze oorspronkelijk is en kan worden aangemerkt als een eigen intellectuele schepping van de maker van de databank. Dit houdt in dat de maker een zekere inspanning moet hebben verricht bij het rangschikken en selecteren van de informatie die in de databank is opgenomen. Het HvJ EU baseert zijn oordeel op de bepalingen uit de Databankenrichtlijn, waar de Nederlandse Databankenwet op is gebaseerd. Het oordeel van het HvJ EU staat op gespannen voet met de geschriftenbescherming naar Nederlands recht, op grond waarvan ook databanken die niet oorspronkelijk zijn bescherming kunnen genieten. Voor het verkrijgen van geschriftenbescherming is immers slechts vereist dat er een geschrift is.

In beginsel mag een Nederlandse rechter wetten niet contra legem, dus in strijd met de wet, uitleggen. Dit betekent dat het oordeel van het HvJ EU in Football Dataco niet zou mogen worden toegepast, nu alle geschriften – inclusief niet oorspronkelijke databanken – bescherming genieten onder de geschriftenbescherming. Het hof was het hier echter niet mee eens en oordeelde dat de beslissing uit de Football Dataco uitspraak wel moet worden toegepast waardoor databanken die niet aan het vereiste van oorspronkelijkheid voldoen geen bescherming genieten. De reden hiervoor is dat de wetgever niet heeft beoogd dat de Auteurswet, waarin de geschriftenbescherming is geregeld, in strijd met de Databankenrichtlijn zou worden uitgelegd. Voor databanken geldt dus dat deze alleen bescherming toekomen indien ze voldoen aan het oorspronkelijkheidscriterium. Nu de programmagegevens die zijn gepubliceerd door De Telegraaf hier niet aan voldoen nu deze slechts een opsomming vormen van feitelijke gegevens, komen deze geen bescherming toe.

Overigens is er in het najaar van 2013 een voorstel tot wijziging van de Auteurswet ingediend bij de Tweede Kamer tot afschaffing van de geschriftenbescherming. Hierdoor zullen databanken en alle andere geschriften moeten voldoen aan de eisen van de Databankenwet en de Auteurswet om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen.

Oordeel rechtbank Amsterdam bodemprocedure
Om dezelfde redenen als en onder verwijzing naar het arrest van het hof Amsterdam, oordeelde de rechtbank Amsterdam in de bodemprocedure op 4 juni 2014 dat de programmagegegevens geen bescherming toekomen op grond van het auteursrecht, dan wel de geschriftenbescherming.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de programmagegevens geen bescherming toekomen op grond van de Databankenwet. Stichting NPO heeft immers geen substantiële investering verricht bij het opstellen van de verzameling programmagegevens, hetgeen vereist is voor databankenbescherming op grond van de Databankenwet. De door Stichting NPO genoemde kosten die zij heeft gemaakt bij het opstellen van de programmagegevens hadden volgens de rechtbank enkel betrekking op het totstandbrengen van de inhoud van de programmagegevens en niet op het creëren van de databank zelf.

Ook het beroep op ongeoorloofde mededinging door de Stichting NPO werd door de rechtbank verworpen. Volgens de Stichting NPO profiteerde De Telegraaf van de door de Stichting opgestelde programmagegevens door deze klakkeloos en zonder toestemming over te schrijven. Nu de programmagegevens echter geen bescherming toekomen op grond van een intellectueel eigendomsrecht, is volgens de rechtbank geen sprake van oneerlijke mededinging.

Tot slot
De Telegraaf mag volgens het hof en de rechtbank op grond van deze uitspraak doorgaan met haar plan om de programmagegevens voor een hele week te publiceren. In kort geding geeft het hof partijen de gelegenheid hun argumenten naar voren te brengen over de gevolgen van zijn beslissing. Het is daarom mogelijk dat argumenten die nu door het hof niet zijn behandeld, maar die wel bij de voorzieningenrechter een rol speelden, wederom een rol kunnen gaan spelen in de uiteindelijke beoordeling van deze zaak door het hof. Het is dus niet uitgesloten dat het mededingingsrecht in de einduitspraak van het hof een rol zal spelen.