Asbestdakenverbod

vrijdag, 15 april 2016

Het is herhaaldelijk in het nieuws, de verplichting van een eigenaar van een opstal met een asbestdak om de asbesthoudende dakbedekking vóór 2024 te verwijderen. Zover is het nog niet. Het is echter een kwestie van tijd dat het verbod ingaat.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Sharon Dijksma, heeft in een recente brief aan de Tweede Kamer laten weten dat het asbestdakenverbod op 1 juli 2017 ingaat. Dit betekent dat de eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze vóór 2024 moeten verwijderen. Het maakt niet uit of het gebouw met het asbesthoudend dak in het bezit is van een particulier, een bedrijf, een onderwijsinstelling of de overheid. Evenmin is relevant of het dak nog in goede staat verkeert.

In de brief aan de Tweede Kamer gaat de staatsecretaris nader in op het besluit tot het instellen van het verbod op asbestdaken. (Hiervoor wordt het Asbestverwijderingsbesluit gewijzigd.) Om de handhaafbaarheid van het verbod te verbeteren wordt op advies van de Raad van State een wettelijke grondslag voor het besluit opgenomen in de Wet milieubeheer. Als reden hiervoor geeft de Staatssecretaris dat een onvoldoende solide wettelijke basis er in het uiterste geval voor kan zorgen dat het verbod niet goed handhaafbaar is. Omdat het verbod op asbestdaken tot doel heeft om mens en milieu te beschermen tegen de gevaren van blootstelling aan asbest, wordt een goede handhaafbaarheid van het asbestdakenverbod essentieel geacht. Hier voegt de staatssecretaris nog een niet mis te verstane waarschuwing aan toe. “De doelstelling van dit verbod is om ondubbelzinnig aan te geven per wanneer alle asbestdaken in Nederland verwijderd moeten zijn”. Er worden forse boetes op overtreding van het verbod in het vooruitzicht gesteld.

De achtergrond voor het verbod is dat een verweerd asbestdak ervoor zorgt dat de asbestvezels in het milieu toenemen. Aangenomen wordt dat bijna alle asbestdaken in Nederland matig tot ernstig zijn verweerd. De reden dat de daken niet worden vervangen is dat de verwering niet direct het dak aantast. Bovendien is het vrijkomen van asbestvezels niet met het blote oog waar te nemen,  waardoor een verweerd asbestdak lange tijd  ongemerkt het milieu kan vervuilen.

Van belang is nog dat een dak in heel slechte, verweerde toestand nu al moet worden verwijderd.

Daarnaast geldt het asbestverbod niet voor asbest die onder het dak zit, bijvoorbeeld in het dakbeschot, maar ook hierin schuilt een gevaar. Mocht er brand uitbreken in het gebouw, dan is de kans groot dat er asbest vrijkomt. De vraag is dan wie voor de kosten gaat opdraaien voor het schoonmaken van de omgeving. In beginsel zal dit de eigenaar van de opstal zijn, waarbij het maar de vraag is of de kosten gedekt zijn door de brand-/opstalverzekering.

De enige optie is waarschijnlijk dat de eigenaren van een opstal met een asbestdak de handen ineen slaan en een plan van aanpak maken om te komen tot een sanering van de asbestdaken in de komende jaren. Dit zal ook voor de gemeenten als eigenaar van veel schoolgebouwen, voor woningcorporaties en voor eigenaren van agrarische gebouwen betekenen dat zij voorzieningen moeten gaan treffen om op tijd de daken gesaneerd te krijgen. Het terugplaatsen van een dak met zonnecollectoren kan mogelijk nog een voordeel opleveren. De (in het vooruitzicht gestelde) subsidie is vrijwel zeker een druppel op de gloeiende plaat.