A-G Hof van Justitie: Geen verschoningsrecht (legal privilege) voor de advocaat in loondienst

donderdag, 6 mei 2010

Advocaten in loondienst moeten zich niet kunnen beroepen op het verschoningsrecht. De communicatie tussen een bedrijfsjurist en zijn werkgever moet met andere woorden niet worden beschermd. Dat concludeert de advocaat-generaal van het HvJ EU in de zaak-Akzo Nobel op 29 april jl.

Achtergrond

In 2003 zijn er door de Europese Commissie invallen ('dawn raids') gedaan bij de Britse vestiging van Akzo Nobel en haar dochter Akcros. De Commissie wilde een aantal documenten inzien. Akzo weigerde inzage en deed een beroep op het verschoningsrecht van de advocaat (legal privilege). De betreffende advocaat was destijds werkzaam (en in loondienst) bij Akzo. De reikwijdte van het verschoningsrecht werd vervolgens onderwerp van een langslepende juridische procedure.

In 2007 heeft het Gerecht van Eerste Aanleg (het 'Gerecht') de Commissie in het gelijk gesteld. Akzo is vervolgens in beroep gegaan bij het Hof van Justitie (het 'Hof'). Voordat het Hof uitspraak zal doen in deze zaak heeft de Advocaat-Generaal (de 'A-G') afgelopen week haar conclusie gegeven. Het Hof dient nog uitspraak te doen maar volgt in haar uitspraken vaak de conclusie van de A-G.

Conclusie Advocaat-Generaal

Het Gerecht heeft in 2007 bepaald dat de advocaat van Akzo geen verschoningsrecht had, omdat hij in loondienst was van Akzo. Enkel externe advocaten hebben volgens het Europese recht een verschoningsrecht. De A-G is in haar conclusie niet afgeweken van dit standpunt en verwijst hierbij ook naar eerdere uitspraken waaronder de AM[AMP]S zaak. De A-G stelt kort gezegd dat een advocaat in loondienst niet in dezelfde mate onafhankelijk is als een externe advocaat. De advocaat in loondienst is economisch afhankelijk van zijn werkgever en zal zich mede daardoor ook vereenzelvigen met zijn werkgever. Dit is voor de A-G het belangrijkste argument om geen verschoningsrecht toe te kennen aan advocaten in loondienst. Akzo wordt door de A-G dus in het ongelijk gesteld.

Huidige situatie in Nederland

In Nederland kunnen alle advocaten een beroep doen op hun verschoningsrecht als de NMa een inval doet. Het maakt voor de nationale wetgeving niet uit of het een externe advocaat is of een advocaat in loondienst. Het gaat er om of hij is ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten (de balie). Een bedrijfsjurist die niet tevens advocaat is, heeft ook in Nederland geen verschoningsrecht.

Tot slot

Het bovenstaande leidt tot de vreemde situatie dat als een inval door de NMa wordt gedaan, een advocaat in loondienst een beroep kan doen op zijn verschoningsrecht. Wordt de inval echter gedaan door de Europese Commissie, dan is het voor deze advocaat niet mogelijk om zich op zijn verschoningsrecht te beroepen.