Ruimere toegang tot de bestuursrechter bij omgevingsrechtelijke besluiten

Ruimere toegang tot de bestuursrechter bij omgevingsrechtelijke besluiten

expertise:

Vastgoed, Bouw & Overheid

26 april 2021

Op 14 april jl. heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gewezen. Met deze uitspraak worden namelijk de mogelijkheden voor belanghebbenden om op te komen tegen besluiten van de overheid op het gebied van het omgevingsrecht, bijvoorbeeld tegen de vaststelling van een bestemmingsplan, sterk verruimd.

Deze uitspraak kan daarom gevolgen hebben voor (lopende) infrastructurele projecten, maar bijvoorbeeld ook voor het realiseren van wind- en zonneparken en andere projecten die invloed hebben op de omgeving.

De uitspraak van de Raad van State is een gevolg van de uitspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg van 14 januari van dit jaar, het zogenoemde ‘Varkens in Nood’-arrest. Hier speelde (onder andere) de vraag of op grond van Europese wetgeving de Stichting Varkens in Nood, die geen zienswijze had ingediend tegen de verlening van een milieuvergunning voor de uitbreiding van een varkenshouderij, toch toegang moest worden geboden tot de rechter.

Voorwaarden voor toegang tot de rechter, artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Artikel 6:13 Awb bepaalt wanneer belanghebbenden de mogelijkheid hebben om  besluiten op het gebied van het omgevingsrecht aan de rechter voor te leggen.

Ten eerste bepaalt dit artikel dat alleen belanghebbenden die tijdens de voorbereidingsprocedure een zienswijze naar voren hebben gebracht, de mogelijkheid hebben om beroep in te stellen bij de bestuursrechter.

Een tweede gevolg van dit artikel is dat in beroep (in beginsel) alleen kan worden opgekomen tegen dezelfde onderdelen van het besluit die naar voren zijn gebracht in de zienswijze. Dit wordt de ‘onderdelentrechter’ genoemd.

Hiermee wordt voorkomen dat belanghebbenden pas in een latere fase in de procedure met hun bezwaren komen. Feitelijk beperkt dit artikel dus de mogelijkheden tot het instellen van beroep.

Oordeel van de Raad van State

Naar het oordeel van de Raad van State maakt het Varkens in Nood-arrest van het Hof van Justitie het noodzakelijk dat artikel 6:13 Awb wordt aangepast, omdat – kort gezegd – artikel 6:13 Awb het beroepsrecht van belanghebbenden te ver inperkt.

Het gevolg van de uitspraak van de Raad van State is dat als je belanghebbende bent bij een bestemmingsplan, omgevingsvergunning of natuurvergunning, je niet meer eerst een zienswijze hoeft in te dienen tegen het ontwerpbesluit om je recht op beroep bij de bestuursrechter veilig te stellen.

Heb je als belanghebbende wel gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen in het kader van de voorbereidingsprocedure, dan mag je bij de bestuursrechter altijd tegen het hele besluit procederen, ook als je in de voorbereidingsprocedure alleen een zienswijze hebt ingediend tegen een of meerdere aparte onderdelen van het besluit.

Het bijzondere van de uitspraak van de Raad van State is verder dat een oplossing wordt geboden voor de periode dat artikel 6:13 Awb nog niet in overeenstemming is gebracht met het ‘Varkens in Nood’-arrest.

Daarnaast bepaalt de Raad van State dat, hoewel niet voor alle besluiten de toegang tot de bestuursrechter door het Varkens in Nood-arrest moet worden verruimd, in afwachting van een oplossing van de wetgever het ruimere beroepsrecht geldt voor alle besluiten op het gebied van het omgevingsrecht.

Samenvatting

In afwachting van een wetswijziging wordt dus het beroepsrecht van een belanghebbende in omgevingsrechtelijke zaken niet meer afhankelijk gesteld van het eerder indienen van een zienswijze. Dit heeft ook gevolgen voor de zogenoemde onderdelentrechter die tot nu toe werd gebruikt. Ook die wordt in het omgevingsrecht in afwachting van een wetswijziging niet toegepast door de bestuursrechter in zaken waarin je zienswijzen moet indienen. Dit betekent dat je als belanghebbende in het omgevingsrecht ook beroep mag indienen bij de bestuursrechter tegen onderdelen van het besluit waar je niet eerder een zienswijze over hebt ingediend.

Gevolgen voor de praktijk

De vrees is nu dat belanghebbenden, vaak milieuorganisaties en omwonenden, de kaarten tegen de borst gaan houden en pas tijdens de procedure bij de Raad van State hun argumenten naar voren gaan brengen. Dit zou tot verdere vertraging kunnen leiden.

Het kan echter ook zo zijn dat het oppikken van het ‘signaal’ dat het Varkens in Nood-arrest afgeeft, namelijk dat de rechtsbescherming voor milieuorganisaties en omwonenden serieus geborgd dient te zijn, juist een versnelling met zich meebrengt. Indien deze belangen van meet af aan worden meegenomen bij de (plan-)ontwikkeling, dan zou de uitkomst ook kunnen zijn dat hiermee juist procedures worden voorkomen.

Hier komt bij dat belanghebbenden vaker beter weten wat er speelt en daarom een zinvolle bijdrage kunnen leveren om de gevolgen van de besluiten in kaart te brengen en alternatieven aan te dragen. Ook het (meer) gebruik maken van de wetenschap, over wat op de lange termijn echt werkt en wat niet, zou de besluitvorming ten goede kunnen komen.

Naast het OMT ter bestrijding van COVID-19, en het recent opgerichte OMT voor de onderwijssector, is het wellicht zaak dat er een OMT komt op het gebied van de ruimtelijke ordening, om de ruimteclaims, zoals voor 1 miljoen woningen, nieuwe infrastructuur, nieuwe bosaanplant en een duurzamere landbouw in goede banen te leiden.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Of heeft u vragen op het gebied van Vastgoed? Neem dan vrijblijvend contact op met Marga van Gerwen of één van de andere leden van de sectie Vastgoed, Bouw & Overheid.