Right to be forgotten? That depends

expertise:

IT & Privacy

17 mei 2018

Blog gebaseerd op de uitspraak van de rechtbank Den Haag d.d. 19-4-2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:4672)

In beginsel heeft iedereen recht op privacy en het recht om vergeten te worden (‘right to be forgotten’). Dat recht is niet absoluut. Wanneer er andere belangen bij komen kijken, moet het recht op privacy daar in sommige gevallen voor wijken. Steeds vaker buigen rechters zich over deze vraag met wisselende uitkomsten (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 april 2018 waarin een google verwijderverzoek wel werd toegewezen, ECLI:NL:RBAMS:2018:1644). In een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag werd anders geoordeeld, namelijk dat Google zoekresultaten die werden gevonden door te zoeken op de naam van specifieke personen, niet van de zoekmachine hoefde te worden verwijderd. In deze blog staan we onder meer stil bij de vraag in welke gevallen Google gehoor zou moeten geven aan een verwijderverzoek.

Welke soort zoekresultaten moet Google in bepaalde gevallen verwijderen?
Om relevante zoekresultaten te tonen worden in sommige gevallen persoonsgegevens verwerkt. Onder persoonsgegevens vallen een breed scala aan gegevens die aan personen gekoppeld worden. In de zaak die voorlag bij de rechtbank Den Haag  ging het om zoekresultaten aan de hand van de namen van personen, hoewel persoonsgegevens nog veel meer andere gegevens omvatten. Te denken valt aan de woonplaats, de postcode, de leeftijd, het geslacht, en zelfs het IP-adres van een gebruiker.

In veel gevallen mogen aan de hand van specifieke persoonsgegevens, waaronder een naam van een persoon, gewoon zoekresultaten worden getoond. In de meeste gevallen zijn deze gegevens in beginsel ook niet schadelijk voor een persoon: vaak kan relatief eenvoudig een social media profiel worden gevonden, bijvoorbeeld op Twitter, Facebook of LinkedIn. Echter het kan ook zo zijn dat een zoekterm resultaten oplevert die men liever niet gevonden wil laten worden. Dat was ook het geval in de recente uitspraak van de rechtbank Den Haag.

In die zaak waren eerdere verwijderverzoeken meermaals door Google afgewezen, alvorens de verzoekers zich tot de rechtbank wendde in een poging Google via die weg te dwingen de zoekresultaten te verwijderen. Een van de verzoekers is de oprichter van een netwerk van ‘goede doelen’. Dit netwerk werd door het televisieprogramma Argos ontmaskert: het bleek om malafide stichtingen te gaan die zich voordeden als (andere) goede doelen. Voor verschillende andere media was dat reden om hier aandacht aan te besteden. Zo verschenen ook op verschillende websites artikelen, waarbij de naam van de betrokkene veelal werd vermeld.

De rechtbank Den Haag oordeelde dat de zoekresultaten die Google toonde wanneer op de naam van de betrokkene werd gezocht niet “onnauwkeurig, ontoereikend, niet of niet meer ter zake dienend of bovenmatig zijn voor de doeleinden” van Google, noch dat er sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden op grond waarvan de zoekresultaten niet door Google zouden mogen worden getoond. De rechtbank oordeelde bovendien dat een aantal URL’s waarvan verwijdering werd verzocht, niet uitsluitend betrekking hebben op de naam van de verzoekers en dat deze derhalve niet binnen de reikwijdte van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vallen.

Volgens de rechtbank was hier sprake van een bijzonder geval. Het belang dat het publiek erbij heeft dat toegang tot deze informatie beschikbaar en vindbaar blijft prevaleert volgens de rechtbank boven het recht op privacy van de betrokkene. Dat kwam volgens haar mede doordat een van de verzoekers aan te merken was als publiek persoon en de zoekresultaten met name betrekking hebben op zijn zakelijke handelen. De verzoekers hadden de publicaties en de publieke belangstelling die daarvan het gevolg waren over zichzelf afgeroepen. Het verwijderen van de zoekresultaten zou ertoe lijden dat die – voor het publiek relevante – informatie in de praktijk moeilijk(er) vindbaar wordt, hetgeen de rechtbank in dit geval niet wenselijk acht.

Belang van natuurlijke personen om zoekresultaten te laten verwijderen
Indien Google resultaten weergeeft die bijvoorbeeld feitelijk onjuist, onvolledig of in strijd met de wet zijn, dient Google die in beginsel te verwijderen. Bijzonder gewicht komt toe aan het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In veel gevallen zal dat recht prevaleren boven het belang van Google en derden aan wie de resultaten worden weergegeven.

 De Hoge Raad bepaalde in 2007 al (X/Google) aan de hand van een arrest van het Europees Hof uit 2014 (Cartesio), dat grondrechten van een natuurlijke persoon met betrekking tot eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens in de regel zwaarder wegen dan het economisch belang van de exploitant van een zoekmachine en het gerechtvaardigde belang van de internetgebruikers die mogelijk toegang willen krijgen tot de desbetreffende zoekresultaten. Echter voegt de Hoge Raad daar nog aan toe dat het in bijzondere gevallen anders kan zijn, of dat het geval is, is afhankelijk van: “de aard van de betrokken informatie en de gevoeligheid ervan voor het privéleven van de betrokkene en van het belang dat het publiek erbij heeft om over deze informatie te beschikken, wat met name wordt bepaald door de rol die deze persoon in het openbare leven speelt.”

Auteurs: Silvia Vinken / Marco van Zutphen

Meer weten? Neem vrijblijvend contact op met de auteurs of een van de andere leden van het Privacyteam van BANNING.