Passende of Bedongen Arbeid: Als Werkgever Duidelijkheid Creëren …

expertise:

Arbeidsrecht

nieuwsbrief:

Wilt u meer weten over dit onderwerp, schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

02 mei 2018

Wanneer een werknemer langdurig ziek is, wordt vaak verwacht dat hij passende werkzaamheden verricht bij zijn eigen werkgever als onderdeel van zijn re-integratieproces. Maar wat gebeurt er als een werknemer jarenlang dezelfde passende arbeid verricht, de verplichting van de werkgever om twee jaar loon te betalen eindigt, en er feitelijk niet meer gesproken wordt over re-integratie? Dan ontstaat de vraag: is de passende arbeid nu de nieuwe eigen arbeid van de werknemer, met alle financiële gevolgen van dien?

Vaker zal een werknemer beweren dat het de eigen arbeid betreft. Want bij ziekte betekent dit dat de werkgever wederom voor twee jaar verplicht is om loon te betalen. Voor de werknemer om dit te bewijzen, moet hij kunnen aantonen dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat de passende arbeid nu als eigen arbeid wordt beschouwd. Tijdsduur alleen is volgens de rechtspraak hierbij onvoldoende.

Ook de werkgever kan het standpunt innemen dat de aangeboden passende arbeid nu de afgesproken arbeid is geworden. Maar welk beoordelingskader moet dan worden gebruikt? Deze situatie deed zich voor in een recente uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 april 2018.

De feitelijke situatie was als volgt: een werknemer, werkzaam als koerier sinds 2000, raakte betrokken bij een verkeersongeluk in januari 2006, waarbij hij ernstig gewond raakte. Aan het einde van de wachttijd, op 7 januari 2008, bepaalde de UWV dat de werknemer arbeidsongeschikt was en in aanmerking kwam voor een WIA-uitkering. Sinds februari 2009 verrichtte de werknemer aangepaste werkzaamheden in zijn functie als koerier voor 20 uur per week. Verdere re-integratie vond vanaf dat moment niet meer plaats.

In de rechtbank eiste de werknemer dat hij in zijn eigen functie voor 40 uur per week te werk gesteld zou worden. De werknemer beweerde dat zijn arbeidsovereenkomst ongewijzigd was gebleven. Hij wilde meer uren werken zodra hij dat kon. De werkgever beweerde echter dat de omvang van het dienstverband slechts 20 uur per week was. Uiteindelijk werd de eis van de werknemer door de kantonrechter afgewezen.

Dit vonnis werd door het hof bevestigd: de werknemer accepteerde in februari 2009 het aanbod om passende arbeid te verrichten, en hij voerde deze aangepaste werkzaamheden meer dan vijf jaar uit. Bovendien werd eind 2014 volgens het UWV aangenomen dat de medische toestand van de werknemer niet verder zou verbeteren. Onder deze omstandigheden kwam het hof tot het oordeel dat bij de werkgever het gerechtvaardigde vertrouwen was ontstaan dat de passende arbeid de nieuwe eigen arbeid van de werknemer was geworden.

Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke afspraken tussen werkgever en werknemer, met name na de tweejarige periode van loonbetaling. Het helpt onduidelijkheid te voorkomen over de status van uitgevoerde werkzaamheden.

Als je vragen hebt naar aanleiding van dit artikel of andere vragen over het arbeidsrecht, neem dan gerust contact op met Raisa Ramaker of andere leden van onze sectie arbeidsrecht.