Blogtitel: Het Eerste Deel van de Nieuwe Aanbestedingswet: Focus o…

10 maart 2016

Veranderingen in de aanbestedingswetgeving staan op de planning. Als onderdeel van herziene Europese aanbestedingsrichtlijnen – specifiek voor overheidsopdrachten, speciale sectoropdrachten en de nieuw ontwikkelde concessierichtlijn (Richtlijn 2014/24/EU, Richtlijn 2014/25/EU en Richtlijn 2014/23/EU) – hadden deze veranderingen uiterlijk op 18 april 2016 nationaal recht moeten zijn. Echter, deze deadline wordt niet gehaald. Tegenwoordig is het idee dat de wetten worden geïmplementeerd vanaf 1 juli 2016. Het achterliggende wetsvoorstel wacht momenteel nog op behandeling in de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2015-2016, 34 329). In deze blogserie belicht BANNING Legal & Tax enkele van de meest significante wijzigingen. In deze post vragen we ons af: mag een aanbestedende dienst aannemers vragen om een keurmerk?

De Aanbestedingswet 2012 (Aw) laat geen ruimte voor het verplichten van een keurmerk (artikel 2.76 (5) Aw). Dit strikte en nogal formalistische verbod wordt nu afgeschaft. Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven krijgen de mogelijkheid om een specifiek keurmerk te eisen, mits:

– de voorwaarden van het keurmerk nauw verbonden zijn met de taak van de overheidsopdracht en afgestemd zijn op de kenmerken van het werk, de voorziening of de dienst die de focus van de opdracht vormen;
– de voorwaarden van het keurmerk op objectieve, controleerbare en niet-discriminerende criteria zijn gebaseerd;
– het keurmerk wordt vastgesteld in een open en transparante procedure waar alle belanghebbenden – inclusief overheidsinstanties, consumenten, sociale partners, fabrikanten, distributeurs en non-gouvernementele organisaties – aan kunnen deelnemen;
– het keurmerk voor alle betrokken partijen toegankelijk is; en
– de voorwaarden van het keurmerk worden vastgesteld door een derde partij zonder beslissende invloed van de ondernemer die het keurmerk aanvraagt.

De aanbesteder moet ook altijd een ander keurmerk accepteren als uit dat alternatieve keurmerk blijkt dat de aannemer of aanbieding voldoet aan de gestelde eisen. Als de aannemer niet op tijd een specifiek keurmerk kon verkrijgen, moet ook een ander bewijs aanvaard worden.

De Memorie van Toelichting suggereert dat het vereisen van een keurmerk een goede manier kan zijn om aannemers te laten aantonen dat ze aan de gestelde eisen voldoen. De wetgever merkt hierbij echter op dat de aanbesteder zich er bewust van moet zijn dat het verkrijgen van bepaalde keurmerken hoge kosten met zich mee kan brengen voor ondernemers. Voor met name het MKB zijn de kosten van het hebben van veel keurmerken niet altijd op te brengen. De wetgever wijst er ook op dat keurmerken of certificaten innovatie kunnen belemmeren, omdat nieuwe innovatieve oplossingen (nog) niet gecertificeerd zijn.

Ik zou graag uw gedachten horen over deze veranderingen. Stuur een e-mail naar onze gespecialiseerde advocaat Martijn Jongmans (m.jongmans@www.banning.nl) als u meer wilt weten over de nieuwe Aanbestedingswet 2012.