Nieuwe regels voor kartelclaims gepresenteerd door Brussel –…

expertise:

Mededinging & Regulering

nieuwsbrief:

Wilt u meer weten over dit onderwerp, schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

09 juni 2013

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) beschikt over een aanzienlijke beleidsvrijheid als het gaat om het opleggen van boetes voor overtredingen van de Mededingingswet (Mw). Afhankelijk van de zaak wordt deze beleidsvrijheid in grotere of kleinere mate toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende boete-verhogende en -verlagende factoren. In het besluit dat op 30 december 2011 (Besluit 6888 LHV) werd genomen, heeft de NMa een ‘nieuwe’ boeteverhogende factor overwogen. Daarin legde NMa een boete op aan de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) van ruim € 7,7 miljoen voor overtreding van het kartelverbod. Ook werden twee functionarissen persoonlijk beboet met respectievelijk € 50.000 en € 25.000 omdat NMa hen persoonlijk aansprakelijk stelde voor de aanbevelingen van de LHV aan haar leden. De boete voor de LHV werd met 5% verhoogd omdat de organisatie had aangegeven eventuele boetes voor haar functionarissen te zullen dragen, nadat NMa haar onderzoek had gestart.

Hoewel de redenering van NMa in zekere zin begrijpelijk is, menen we dat het betalen van een persoonlijke boete door de werkgever niet altijd in strijd hoeft te zijn met de Mw. In dit artikel willen we enkele kanttekeningen plaatsen bij de handelswijze van NMa. Daarbij zullen we allereerst kort het wettelijk kader van feitelijk leidinggeven bespreken. Vervolgens gaan we in op de LHV-zaak. Tot slot zetten we het eerdergenoemde standpunt van NMa in perspectief door zowel de wetshistorie als werk gerelateerde normen te belichten in het licht van goed werkgeverschap.