Check consumentenbescherming - voor alle wederpartijen

donderdag, 16 juli 2015

In Bocura v Bancpost, arrest in zaak C-348/14 (enkel nog beschikbaar in het Roemeens en Frans), staat de prejudiciële vraag centraal of Europese consumentenbescherming zich ook kan uitstrekken over personen die niet de primaire contractspartij zijn, maar als medeschuldenaar meetekenen (“codébiteur”). Bijvoorbeeld door zich garant te stellen bij een kredietovereenkomst. Dat blijkt het geval - en dat betekent dat de professionele partij er alert op moet zijn dat zij ook jegens de medeschuldenaar aan alle eisen van consumentenbescherming voldoet.

Het HvJEU oordeelt dat indien de medeschuldenaar ook voldoet aan het juridische begrip ‘consument’, en bij het sluiten van de overeenkomst zelf niet handelde in de uitvoering van beroep of bedrijf, de bepalingen over consumentenbescherming inderdaad ook op die medeschuldenaar van toepassing zijn.

De rechter dient dit onderzoek ambtshalve uit te voeren (uit eigen beweging, dus ook zonder dat partijen zich op Europese consumentenbescherming hebben beroepen).

Het HvJEU acht bij de beoordeling of sprake is van een oneerlijk beding alle omstandigheden van het geval relevant. In het bijzonder speelt daarbij een rol of de contractsvoorwaarden voor een normaal geïnformeerde, redelijk oplettende consument duidelijk zijn geweest. Dat geldt specifiek voor de (totale) kosten die een partij onder de overeenkomst moet dragen. Obscuur taalgebruik is riskant. De essentialia moeten helder en begrijpelijk zijn geformuleerd:

“[...] dans le cadre de son appréciation du caractère abusif, au sens [...] de cette directive, des clauses d’un contrat de crédit à la consommation, le juge national doit tenir compte de l’ensemble des circonstances entourant la conclusion de ce contrat. À cet égard, il lui incombe de vérifier que, dans l’affaire en cause, ont été communiqués au consommateur l’ensemble des éléments susceptibles d’avoir une incidence sur la portée de son engagement lui permettant d’évaluer, notamment, le coût total de son emprunt. Jouent un rôle décisif dans cette appréciation, d’une part, la question de savoir si les clauses sont rédigées de manière claire et compréhensible de sorte qu’elles permettent à un consommateur moyen, à savoir un consommateur normalement informé et raisonnablement attentif et avisé, d’évaluer un tel coût et, d’autre part, la circonstance liée à l’absence de mention dans le contrat de crédit à la consommation des informations considérées, au regard de la nature des biens ou des services qui font l’objet de ce contrat, comme étant essentielles, et en particulier celles visées à l’article 4 de la directive 87/102”.

Een consequentie van deze uitspraak lijkt te zijn dat indien de medeschuldenaar kan hardmaken dat jegens hem of haar de informatieplichten niet zijn nagekomen, die uit de consumentenbescherming voortvloeien, mogelijk de hele overeenkomst terzijde geschoven kan worden of (deels) aangetast kan worden.

Bedrijven die overeenkomsten gebruiken waarbij meer dan één wederpartij is betrokken, doen er daarom goed aan hun contractsvoorwaarden te toetsen aan deze nieuwe rechtspraak. Temeer nu rechters ambtshalve moeten vaststellen, of er sprake is van oneerlijke bedingen. Daardoor wordt de kans groter dat die kwestie in rechte aan bod komen.

De prejudiciële vraag werd beoordeeld aan de hand van Richtlijn 87/102 en Richtlijn 93/13.