Skip to Content

Zorg voor goede exoneratieclausule in B2B-contract!

Blogs Mededinging & Regulering Procedures & Geschillenbeslechting Marc Janssen

Inleiding

Een bepaling die vaak in algemene voorwaarden of in het contract zelf is opgenomen, is die waarbij de omvang van de aansprakelijkheid van de ondernemer wordt beperkt. Een dergelijke bepaling is een exoneratiebeding.

Een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam illustreert dat een beroep op een goede exoneratieclausule in een B2B-verhouding zeker niet spoedig faalt. Wat was het geval?

De feiten

Tussen Hallo NL B.V. en Blok Enterprise Vastgoed B.V. is een overeenkomst van opdracht gesloten met betrekking tot het beheer van ICT-infrastructuur van de vestigingen van Blok. In het kader van die opdracht is aan Hallo NL opdracht gegeven regelmatig cloud back-ups te maken ten aanzien van een aantal van de servers. In 2022 is een overeenkomst gesloten voor een upgrade van de server waarop een essentiële applicatie draait, omdat de nieuwe versie van die applicatie, die door een derde partij geleverd en geïnstalleerd zou worden, meer ruimte nodig had en daarom niet op de oude server kon draaien. 

In 2024 is de nieuwe server gecrasht, waarna bleek dat na 2022 geen cloud back-ups meer waren gemaakt van de nieuwe server. 

Blok stelt dat Hallo NL daarmee toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en houdt haar aansprakelijk voor de schade die zij als gevolg van het ontbreken van die cloud back-ups heeft geleden en nog zal lijden. Zij vordert in kort geding vergoeding van die schade bij wijze van een voorschot, en zegt daarbij een spoedeisend belang te hebben. 

Volgens Hallo NL is de vordering onvoldoende aannemelijk, omdat zij niet is tekortgeschoten en bovendien een beroep kan doen op de exoneratie in de algemene voorwaarden. Blok stelt dat het beroep op de exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zij stelt daartoe dat Hallo NL gedurende tweeëneenhalf jaar geen back-ups heeft gemaakt, terwijl op haar de verplichting rustte dat wel te doen en dat dagelijks te controleren. Gelet op de grote gevolgen, die ook voor Hallo NL kenbaar waren, moet dit als bewust roekeloos worden aangemerkt. Ook wijst zij op het feit dat Blok vertrouwde op de deskundigheid van Hallo NL, die haar ten onrechte in de waan heeft gelaten dat er wel back-ups werden gemaakt, althans haar nooit heeft gewezen op het ontbreken daarvan. Hallo NL is bovendien een grote partij met een vermogende aandeelhouder, terwijl Blok een relatief klein bedrijf is. Tot slot stelt Blok dat Hallo NL is verzekerd, terwijl de verzekeraar van Blok geen dekking biedt voor deze schade.

Het oordeel van het hof

Het hof stelt voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat partijen zijn gehouden aan de tussen hen gesloten overeenkomst. Dat betekent dat Hallo NL in beginsel een beroep toekomt op de tussen partijen overeengekomen exoneratie.

Een exoneratie dient slechts buiten toepassing te blijven, voor zover die toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dat zal in het algemeen het geval zijn als de schade is te wijten aan bewuste roekeloosheid van de schuldenaar. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang en in bijzonder hoe laakbaar het verzuim dat tot aansprakelijkheid zou moeten leiden, is geweest en wat de gevolgen van dit verzuim zijn. 

Het bepaalde in de hier aan de orde zijnde exoneratieclausule dat de uitsluitingen komen te vervallen indien en voor zover de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de bedrijfsleiding van de leverancier, is in overeenstemming met de vaste rechtspraak.

Volgens het hof kan in dit kort geding niet worden vastgesteld dat Hallo NL toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Zelfs als in de bodemprocedure zou komen vast te staan dat Hallo NL, in strijd met haar verplichtingen uit de overeenkomst, heeft verzuimd de nieuwe server op te nemen in het back-up systeem, kan dat verzuim, alsook het feit dat zij dat verzuim lange tijd niet heeft opgemerkt, naar het oordeel van het hof niet worden gekwalificeerd als bewust roekeloos handelen van (de bedrijfsleiding van) Hallo NL. Er zijn geen aanwijzingen dat het niet opnemen van de nieuwe server berust op bewust handelen van (de bedrijfsleiding van) Hallo NL. Hallo NL heeft voorts adequaat toegelicht dat bij de controles niet is opgemerkt dat geen back-ups werden gemaakt van de nieuwe server om de eenvoudige reden dat deze server niet in het systeem van Hallo NL voorkwam. 

Mede in dat licht is niet voldoende gemotiveerd gesteld dat de bedrijfsleiding van Hallo NL bewust maatregelen heeft achterwege gelaten ter voorkoming van aanzienlijke schade. Dat Hallo NL Blok bewust in de waan zou hebben gelaten dat er wel back-ups werden gemaakt is, zoals hiervoor reeds overwogen, evenmin gebleken. Van roekeloos handelen is dan ook geen sprake.

Blok heeft volgens het hof ook overigens geen bijzondere bijkomende omstandigheden gesteld die aanleiding zouden geven tot het voorlopige oordeel dat de exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de overeenkomst is gesloten tussen twee professionele partijen. Dat Blok ervoor heeft gekozen zich daarbij niet te laten adviseren door een jurist, kan niet worden beschouwd als een dergelijke bijzondere omstandigheid. De door Blok gestelde ongelijkheid in grootte tussen de contractspartijen, voor zover die al relevant zou zijn, is bovendien door Hallo NL weersproken door erop te wijzen dat deze verhouding ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst juist omgekeerd was. Dat de verzekeraar van Blok geen dekking biedt voor de geleden schade is evenmin een bijzondere omstandigheid die aan het beroep op een exoneratie in de weg staat. 

Het hof acht het daarom niet aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het beroep van Hallo NL op de exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Dat leidt het hof tot de conclusie dat de vordering waarop Blok zich beroept onvoldoende aannemelijk is en de vordering moet worden afgewezen. De discussie over de (omvang van) de schade kan bij deze stand van zaken in het midden blijven.

Advies voor de praktijk

  1. Zorg voor – de toepasselijkheid van – de algemene voorwaarden met daarin een goede exoneratieclausule. De exoneratieclausule kan ook in het contract zelf worden opgenomen.

  2. Een beroep op een goed geformuleerd exoneratiebeding in algemene voorwaarden of in het contract wordt niet snel als onaanvaardbaar beschouwd in een verhouding tussen twee commerciële partijen.   

 

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of andere leden van de sectie EU Mededinging of  Procedures & Geschillenbeslechting.

Marc Janssen