Skip to Content

Geen verzuim, geen schadevergoeding

Marc Janssen Ingebrekestelling sectie EU-mededinging Verzuim

Inleiding

Ingevolge de wet (art. 6:265 lid 1 BW) geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Daarbij geldt dat, voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, de bevoegdheid tot ontbinding pas ontstaat, wanneer de schuldenaar in verzuim is.

Verzuim kan ook zonder ingebrekestelling intreden. De wet (art. 6:83 BW) noemt drie gevallen waarin het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt, maar dit is geen limitatieve opsomming. Mede in verband met de hanteerbaarheid in de praktijk van het wettelijk stelsel, kan onder omstandigheden een beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn of kan worden aangenomen dat op grond van de redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege kan blijven en de schuldenaar zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt.

Een hierna te bespreken uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland d.d. 15 juli 2026 (ECLI:NL:RBNHO:2026:8138) illustreert het belang van een goede ingebrekestelling. De rechtbank wees de schadevordering af, omdat de wederpartij niet in verzuim was.

Waar gaat de zaak over?

X heeft een woning van Y gekocht. Ruim twee jaar na de levering constateert X lekkage aan het dak. Hij heeft een dakdekkersbedrijf ingeschakeld om het gebrek te onderzoeken en te herstellen. Hij vordert dat de rechtbank Y veroordeelt tot vergoeding van de schade dat door het gebrek is veroorzaakt.

X legt aan zijn vordering ten grondslag dat Y de door hem geleden schade moeten vergoeden, omdat de woning niet aan de overeenkomst beantwoordt. Volgens X is sprake van een verborgen gebrek van het dak van de woning dat ten tijde van de levering van de woning bestond, omdat voor de levering van de woning eerder sprake is geweest van een lekkage op dezelfde plaats. Volgens de rapportage van een door X ingeschakelde deskundige is sprake was van een bouwkundig gebrek in de dakconstructie.

Y niet in verzuim

De rechtbank oordeelt dat, voor zover al sprake zou zijn van een gebrek ten tijde van de levering, dat Y niet in verzuim is geraakt. Om die reden bestaat geen verplichting voor Y om de schade van X te vergoeden.

Verzuim vereist

Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, is voor de aansprakelijkheid voor schade door een toerekenbare tekortkoming (wanprestatie) vereist dat de schuldenaar in verzuim is. Verzuim treedt in wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft.

Voor zover vanwege de spoedeisendheid van het herstel een schriftelijke ingebrekestelling met termijnstelling niet mogelijk of niet zinvol is, zal de schuldeiser wel het in de betrokken situatie redelijkerwijs mogelijke moeten doen om de schuldenaar in de gelegenheid te stellen om het gebrek in de geleverde prestatie en de erdoor veroorzaakte schade te herstellen.

Indien de schuldenaar door hem niet bereikt kan worden - ook niet op een aan de spoedeisende situatie aangepaste wijze zoals per telefoon - of, bereikt zijnde, niet in staat is of zich niet bereid toont om met de noodzakelijke spoed afdoende maatregelen te nemen, brengen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid mee dat ten aanzien van de bedoelde, spoedeisende herstelwerkzaamheden verzuim intreedt zonder dat een ingebrekestelling heeft plaatsgevonden.

Geen verzuim in deze zaak

Y heeft gesteld dat X hen geen redelijke mogelijkheid heeft gegeven om zelf tot herstel over te gaan. De rechtbank stelt vast dat X enkele dagen na de lekkage, op 9 september 2025, Y daarover heeft geïnformeerd. Vervolgens enkele dagen daarna heeft X Dakenheer ingeschakeld om het dak te onderzoeken en reparatiewerkzaamheden aan het dak uit te voeren. Het blijkt niet dat X Y heeft geïnformeerd dat hij Dakenheer ging inschakelen of dat hij daarover overleg heeft gevoerd met Y , laat staan dat zij Y de gelegenheid heeft geboden om het gebrek zelf te (laten) onderzoeken en te herstellen.

Ook heeft X Y niet geïnformeerd over of betrokken bij de tweede offerte van Dakenheer van 24 september 2025. Voor het eerst op 25 september 2025 heeft hij Y bericht dat tot vervanging van het dak zou worden overgegaan, opnieuw zonder Y de gelegenheid te geven zelf het gebrek te (laten) onderzoeken en te herstellen. Toen Y op 26 september 2025 bij de woning is gaan kijken, waren de herstelwerkzaamheden al in uitvoering.

De brief van de advocaat van X van 27 oktober 2025 kan volgens de rechtbank niet als ingebrekestelling worden aangemerkt, want ook in die brief worden Y niet in de gelegenheid gesteld het gebrek zelf te (laten) herstellen. Dat was ook niet meer mogelijk, want de werkzaamheden waren al verricht. Kortom, X heeft Y niet in gebreke gesteld.

X heeft nog gesteld dat sprake was van een noodsituatie en dat hij met spoed Dakenheer heeft moeten inschakelen om verdere schade te voorkomen, waardoor hij geen gelegenheid had om Y in gebreke te stellen. Dat sprake was van een noodsituatie heeft X tegenover de betwisting van Y volgens de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Tussen het moment van de ontdekking van de lekkage en het volledig open maken van het dak door Dakenheer lagen ongeveer drie weken, zodat volgens de rechtbank ook niet zonder meer aannemelijk is dat X geen gelegenheid had om Y het gebrek te laten onderzoek of te laten herstellen. Daarnaast had X in die periode wel contact met Y over de daklekkage via WhatsApp, zodat hij ook via die weg Y de gelegenheid had kunnen geven om het gebrek te (laten) onderzoeken en te herstellen, voor zover de spoedeisendheid aan een schriftelijke ingebrekestelling in de weg zou staan.

Omdat X Y niet in gebreke heeft gesteld en X een ingebrekestelling ook niet achterwege heeft mogen laten, is Y niet in verzuim.

De rechtbank wijs daarom de vordering van X om Y te veroordelen zijn schade te vergoeden, af.

Praktijktip

Het is van belang om -tijdig- advies in te winnen over de vraag wat te doen bij een tekortkoming van de wederpartij: Is het noodzakelijk de wederpartij (opnieuw) in verzuim te stellen door een ingebrekestelling? Wat moet daar dan precies instaan?

Uw verdere rechtspositie als crediteur (e.g. schadevergoeding en/of ontbinding) wordt daardoor bepaald.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of met een van de andere leden van de sectie EU-Mededinging

Marc Janssen