Skip to Content

Inzage document wapen in B2B-conflict

Marc Janssen sectie mededing & regulering B2B-conflict Sectie Procedures & Geschillenbeslechting

Inleiding

Op 1 januari 2025 is in werking getreden de Wet Vereenvoudiging en Modernisering Bewijsrecht. In het kader van de verzameling van bewijs in B2B-conflicten bevat deze nieuwe Wet interessante instrumenten, waaronder een regeling voor inzage in gegevens. Op dit instrument in B2B-conflicten ga ik hierna in.

De verzoeker moet voldoende belang hebben bij het verkrijgen van de gegevens. De gegevens moeten relevant zijn voor de rechtsbetrekking waarbij de verzoeker partij is. Ten slotte moet verzoeker voldoende concreet kunnen omschrijven om welke gegevens het gaat.

Voorlopige bewijsverrichtingen

Op grond van artikel 196 lid 1 Rv kan de rechter, voordat een zaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven, op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen (bijvoorbeeld een voorlopig getuigenverhoor) bevelen.

Het verzoek tot inzage, afschrift of uittreksel van stukken

Een van de in artikel 196 Rv bedoelde voorlopige bewijsverrichtingen betreft ook het verkrijgen van inzage in of afschrift van bepaalde gegevens, een en ander als ook bedoeld in artikel 194 Rv. In dat artikel is bepaald dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover diegene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft.

Rechtsbetrekking

Onder een ‘rechtsbetrekking’ worden alle civielrechtelijke betrekkingen tussen twee of meer partijen verstaan. Hieronder vallen de rechten en plichten van partijen bij een tussen hen gesloten overeenkomst en bij een onrechtmatige daad.

Vaak zijn bepaalde feiten die van belang zijn voor het bestaan, de inhoud of de omvang van de rechtsbetrekking (nog) niet helder. Precies om die reden kan een partij aanspraak maken op bepaalde gegeven waarover zij niet zelf beschikt maar een ander wel.

In de parlementaire geschiedenis is verwoord dat het bestaan van een rechtsbetrekking nog niet in rechte hoeft vast te staan. Ook jegens degene die zich op het standpunt stelt dat er helemaal geen rechtsbetrekking bestaat waarbij hij partij is, kan aanspraak worden gemaakt op bepaalde gegevens om dat aan te tonen. De inzet van een procedure kan juist bestaan in de vraag of tussen partijen al dan niet een rechtsbetrekking bestaat. Vaak zijn bepaalde feiten die van belang zijn voor het bestaan, de inhoud of de omvang van een rechtsbetrekking nog niet helder. Precies om die reden kan een partij aanspraak maken op bepaalde gegevens waarover zij beschikt, maar een ander wel. Uit de verkregen informatie kan ook blijken dat een partij die meende bij een rechtsbetrekking betrokken te zijn, dat toch uiteindelijk niet is, waardoor een potentieel geschil tussen partijen vroegtijdig kan worden beëindigd. Gelet op het doel om opheldering van de feiten te verkrijgen en geschillen zo effectief mogelijk op te lossen, moet het begrip ‘partij bij een rechtsbetrekking’ in de optiek van de wetgever ruim worden opgevat.

Uit de parlementaire geschiedenis kan verder worden afgeleid af dat geen al te hoge eisen mogen worden gesteld aan de mate waarin het bestaan van een rechtsbetrekking moet worden onderbouwd. Tegelijk blijft mijns inziens gelden dat, ook al hoeft de partij die om inzage verzoekt niet eerst aannemelijk te maken dat zij daadwerkelijk een vorderingsrecht heeft, de verzoekende partij wel enige onderbouwing moet geven, in de vorm van aanknopingspunten van haar stelling dat een rechtsbetrekking (mogelijk) bestaat, en feiten en omstandigheden moet aandragen die als aanknopingspunten voor dat bestaan kunnen dienen. Immers de in artikel 194 en artikel 196 Rv tot uitdrukking gebrachte voorwaarde luidt dat de verzoekende partij afdoende belang moet hebben bij haar verzoek. Wanneer iedere aanwijzing tot het bestaan van een rechtsbetrekking ontbreekt, zal in de regel onvoldoende belang bestaan bij inzage in stukken. Indien geen enkele onderbouwing van de verzoekende partij zou worden verlangd, wordt bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een rechtsbetrekking geen enkele rekening gehouden met de belangen van de partij die inzage zou moeten verstrekken in de gegevens. Bovendien zou de deur naar een (onwenselijke) ‘fishing expedition’ in dat geval open worden gezet.

Voldoende belang

Uit de parlementaire geschiedenis volgt verder, dat als een partij aannemelijk heeft gemaakt dat zij belang heeft bij het verkrijgen van inzage van bepaalde gegevens, inzage moet worden verstrekt, tenzij bij degene die over de verlangde gegevens beschikt, gewichtige redenen bestaan die zich tegen de gegevensverstrekking verzetten of die partij een beroep kan doen op een verschoningsrecht.

Gegevens

Onder ‘gegevens’ vallen alle vormen van bewijsmateriaal, dus niet alleen schriftelijke stukken maar ook andere vormen van informatie zowel beeld- en geluidsdragers, computerbestanden en overige elektronische informatie en bepaalde voorwerpen.

Bepaalbaarheidsvereiste

Het ‘bepaalbaarheidsvereiste’ bij het verzoek tot inzage gaat niet zover dat de verzochte gegevens precies moeten worden aangeduid. Dat hangt af van de omstandigheden van het geval. Of precies moet worden aangegeven waar deze gegevens zich bevinden. Omdat een partij die om informatie vraagt niet over de informatie beschikt, kan deze concretisering niet altijd van haar worden verlangd.

Aangegeven moet worden waarom een redelijke grond bestaat dat die andere over die informatie beschikt.

Dit betekent bijvoorbeeld dat een verzoek om ‘alle onderhoudscontracten die betrekking hebben op een specifieke machine’ als voldoende bepaald kan worden beschouwd net zoals ‘alle bankafschriften van een met naam een toenaam genoemde bankrekening over een bepaalde periode’ waarover de (in te stellen) vordering zich uitstrekt. Een ander voorbeeld is het verzoek om ‘alle met een specifiek aangeduide partij gewisselde correspondentie voorafgaand aan het nemen van een bepaald besluit’ dat aan het geschil ten grondslag ligt.

Conclusie

De Wet Vereenvoudiging en Modernisering Bewijsrecht die per 1 januari 2025 in werking is getreden, bevat voor B2B-conflicten een regeling voor inzage van gegevens. Een waardevol instrument, dat kan worden ingezet om informatie te krijgen om bepaalde vermoedens en stellingen (nader) te onderbouwen.

Heeft u behoefte aan meer informatie neem dan contact op met Marc Janssen of met andere leden van de sectie EU Mededinging of Procedures & Geschillenbeslechting.

Marc Janssen