Inleiding
Een recente uitspraak van de kort gedingrechter van de Rechtbank Noord-Nederland is de aanleiding voor deze blog over (de gevolgen van) afgebroken onderhandelingen in een B2B-verhouding. Wat was het geval?
Het geschil
De bestuurder van X B.V. en de bestuurder van Y B.V. vorderen dat Z B.V. actief en voortvarend moet doorhandelen over de voorwaarden van een verkoop van haar aandelen aan ofwel de bestuurder van X B.V. en de bestuurder van Y B.V. (zodat zij alle aandelen in de Holding B.V. aan Yellow Hive B.V. kunnen verkopen) ofwel (in het kader van de drag along) rechtstreeks aan Yellow Hive B.V.
De norm voor onderhandelingen
Ieder van de onderhandelende partijen - die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen - is vrij de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen.
Oordeel kort gedingrechter
Partijen zijn het erover eens dat de huidige situatie niet houdbaar is en dat partijen uit elkaar moeten. Verkoop aan een derde partij is daarbij de enige optie, nu geen van partijen de ander wil of kan uitkopen. Beide partijen hebben diverse opties hebben onderzocht, (verkoop aan derden, onderlinge verdeling van de onderneming, uitkopen van de ander) maar dat dit om diverse redenen geen reële mogelijkheid is gebleken. De bieding van Yellow Hive is financieel de meest gunstige voor alle aandeelhouders van Holding B.V. en de enige concrete optie.
Voor zover Z B.V. meent dat er nog andere opties zijn, zijn die opties naar het oordeel van de rechter op geen enkele wijze geconcretiseerd of toegelicht. Z B.V. heeft ter zitting desgevraagd aangegeven enkel bereid te zijn haar aandelen aan een derde, zoals Yellow Hive , te verkopen en onder geen beding aan de bestuurder van X B.V. of de bestuurder van Y B.V. te willen overdragen.
Z B.V. heeft desgevraagd niet kunnen aangeven welke concrete oplossing zij wel ziet voor de onderhavige situatie, anders dan een gang naar de Ondernemingskamer. Verder acht de rechter het aannemelijk, mede gelet op de duur van de twist tussen de aandeelhouders, dat de onderneming lijdt of op korte termijn gaat lijden onder de situatie. Dit komt niet alleen de aandeelhouders niet ten gunste, maar ook de medewerkers van de onderneming niet. Een overeenkomst met Yellow Hive lijkt dan ook voor alle partijen een oplossing te geven voor alle partijen om uit de onderhavige situatie te komen.
De rechter stelt verder vast dat de bestuurder van X B.V. en de bestuurder van Y B.V. hebben onderhandeld met Yellow Hive over de verkoop van de aandelen in de Holding B.V. en dat deze onderhandelingen zijn afgebroken. Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat partijen gedurende langere periode standpunten hebben uitgewisseld over de wijze waarop de aandelenoverdracht aan Yellow Hive zou moeten plaatsvinden. Dit heeft ook geleid tot aanpassing van de voorwaarden/condities waaronder de aandelenoverdracht moet plaatsvinden. Dat deze onderhandelingen getrapt plaatsvonden (Z B.V. onderhandelde met de bestuurder van X B.V. en de bestuurder van Y B.V., die op hun beurt weer in overleg traden met Yellow Hive) maakt dat volgens de rechter niet anders. Bij de afgebroken onderhandelingen over de aandelenoverdracht van Holding B.V. was Z B.V. dus (ook) betrokken.
De onderhandelingen zijn in dit geval echter niet afgebroken door de partij tegen wie de vordering tot (kort gezegd) dooronderhandelen is ingesteld. Weliswaar hebben de bestuurder van X B.V. en de bestuurder van Y B.V. aannemelijk gemaakt dat Yellow Hive de onderhandelingen had afgebroken omdat zij op basis van de opstelling van Z B.V. in het onderhandelingsproces er geen vertrouwen meer in dat alle aandeelhouders akkoord zouden gaan met een aandelenoverdracht, omdat Z B.V. op essentiële punten en momenten standpunten innam die ofwel een nieuwe blokkade opwierpen dan wel tegenstrijdig waren met een eerder ingenomen standpunt. De (voorlopige) terugtrekking van Yellow Hive was daarvan een gevolg.
Dat Z B.V. de onderhandelingen met Yellow Hive frustreerde, vindt naar het oordeel van de voorzieningenrechter steun in het feit dat Z B.V. in deze procedure enkel heeft volstaan met aan te geven waar zij bezwaar tegen heeft en waar zij niet mee akkoord wil gaan. Z B.V. heeft niet kunnen aangeven wat zij wel wil en welke oplossing voor de huidige situatie zij wel zag (zitten).
De vraag is echter of er in deze kort gedingprocedure sprake is van (i) een wederpartij (ii) die gerechtvaardigd op de totstandkoming van de overeenkomst zou mogen vertrouwen. Daargelaten of gesproken kan worden over een wederpartij als hiervoor bedoeld, aangezien Yellow Hive de wederpartij is in het kader van de aandelenoverdracht maar niet de wederpartij is in deze procedure, geldt naar het oordeel van de rechter dat niet gesproken kan worden van een gerechtvaardigd vertrouwen op de totstandkoming van de overeenkomst als hiervoor bedoeld.
Het vertrouwen dat uit de onderhandelingen een overeenkomst zal resulteren mag niet lichtvaardig worden aangenomen. In dit geval geldt dat partijen nog geen overeenstemming hadden over de essentialia van een aandelenoverdracht. Ook waren de onderhandelingen nog niet zo ver gevorderd dat overeenstemming binnen handbereik lag. Bestuurder X B.V. en bestuurder Y B.V. hebben verregaande concessies willen doen om Z B.V. te laten instemmen met een aandelenoverdracht aan Yellow Hive , maar het is onvoldoende gebleken dat zij er ook vanuit konden en mochten gaan dat Z B.V. zou instemmen. Dat de bestuurder van X B.V. en de bestuurder van Y B.V. de houding en stellingname van Z B.V. als onbegrijpelijk of zelfs onredelijk hebben ervaren, bevestigt eerder dat geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden aangenomen. Omdat niet aan de eis is voldaan van een wederpartij die gerechtvaardigd op de totstandkoming van de overeenkomst mocht vertrouwen.
Het voorgaande betekent dat de rechter de vordering tot dooronderhandelen afwijst.
Advies voor de praktijk
Gelet op het vorenstaande is het zinvol om afspraken te maken over het al dan niet verschuldigd zijn van een (bepaalde) kosten en/of schadevergoeding in de onderhandelingsfase. In de praktijk wordt gesproken van een ‘break-up fee’ of ‘termination fee’. In dat geval wordt er een bepaalde vergoeding vastgelegd voor het geval de onderhandelingen niet resulteren in een (definitieve) overeenkomst. Afhankelijk van het overeengekomen bedrag, verzekert een dergelijke bepaling dat in ieder geval de in het kader van de onderhandeling gemaakte kosten worden vergoed, heeft het een afschrikkende werking ten aanzien van onderhandelingen met een derde en wellicht het voornaamste voordeel, heeft het een afschrikkende werking ten aanzien van het afbreken van de onderhandelingen.
In plaats van het vastleggen van een bepaalde vergoeding, kan ook een beding (in de intentieverklaring) worden opgenomen, dat kort gezegd inhoudt, dat een partij bij het afbreken van onderhandelingen niet gehouden is tot vergoeding van kosten en/of schadevergoeding. Dat beding is de aangewezen oplossing om de gevolgen die volgens de rechtspraak voortvloeien uit het onzorgvuldig afbreken van onderhandelingen (zoveel mogelijk) uit te sluiten.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of andere leden van de sectie EU Mededinging of Ondernemingsrecht.