Afsluiting van het Agentschap (6): Snel Reageren bij Dringende Sit…

22 juni 2016

Vertrouwensbreuk leidt tot ontbinding van agentuurovereenkomst

Recentelijk heeft de rechtbank in Limburg een agentuurovereenkomst ontbonden als gevolg van een ‘vertrouwensbreuk’, beter gezegd, ‘verandering van omstandigheden’. Er was door beide partijen beweerd dat er sprake was van een ‘dwingende reden’ voor beëindiging, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was. De beëindigingsvergoeding bedroeg €70.000, rekening houdend met (1) de looptijd van de agentschap en (2) de gerealiseerde provisie in de vijf voorafgaande jaren. Boetes voor schending van non-concurrentie en geheimhoudingsclausules moeten niet met een verzoekschrift worden ingeleid, maar door middel van een dagvaarding.

In deze zaak was AHA, de handelsagent, sinds 1999 werkzaam voor haar principaal, Vossen Laboratories, een producent van agrarische en levensmiddelen. De agentuurovereenkomst bevatte onder andere een geheimhoudingsclausule en een non-concurrentiebeding. Het contract bevatte ook een bepaling waardoor Vossen Laboratories unilateraal de overeenkomst kon ontbinden, indien AHA niet slaagde om minimaal 65% van het totale jaarlijkse verkoopbudget te realiseren.

De vertrouwensbreuk ontstond toen de bestuurder van AHA per ongeluk een email naar Vossen Laboratory verzond, die bedoeld was voor een derde partij. Vossen Laboratories vroeg daarna om ontbinding van de overeenkomst om dwingende redenen vanwege overtreding van de agentuurovereenkomst, en om AHA te veroordelen tot betaling van €50.000 en €25.000 voor respectievelijk het schenden van het geheimhoudingsbeding en het non-concurrentiebeding, plus rente en kosten. Aan de andere kant verzocht AHA om ontbinding op grond van een dwingende reden met € 22.349,77 ex BTW of, als alternatief, ontbinding wegens verandering van omstandigheden met € 157.497,67 ex BTW. AHA argumenteerde dat het haar verkooptarget niet had gehaald door de schuld van Vossen Laboratories.

De rechter oordeelde dat er geen dwingende reden voor ontbinding was en ontbond daarom de overeenkomst op grond van veranderende omstandigheden. De rechter wees een beëindigingsvergoeding toe van €70.000 ex BTW, op grond van de duur van de agentuurovereenkomst en de gerealiseerde provisie in de vijf voorafgaande jaren.

Deze zaak demonstreert dat een ‘dwingende reden’ voor beëindiging van een agentuurovereenkomst lastig te bewijzen is. Bovendien blijkt dat de uiteindelijke beëindigingsvergoeding in de praktijk lastig te voorspellen is.

Wilt u meer weten over beëindiging van een agentuurovereenkomst? Lees onze eerdere bijdragen over dit onderwerp: 1, 2, 3, 4 en 5.

Wilt u op de hoogte blijven van recente ontwikkelingen? Download onze eBooks en nieuwsbrieven hier.

Vragen over een agentuurovereenkomst? Neem vrijblijvend contact op met een gespecialiseerde advocaat, Adriaan Buyserd via e-mail of op LinkedIn.