Kennisbank

Woning verhuurd? Pas op met een voorgenomen verkoop!

Geschreven door Banning | 9-feb-2026 8:13:40

Zoals Mariam Evadgian ook al in haar eerdere blog uiteenzette, zijn verhuurders van woonruimten in Nederland gebonden aan de strikte regels die huurders aan het Nederlandse huurrecht ontlenen. Zeker met de inwerkingtreding van de Wet vaste huurcontracten geldt dat verhuurders in beginsel voor onbepaalde tijd aan huurders gebonden zijn. 
 
Echter, in sommige gevallen kan de verhuurder wél op eigen initiatief de huurovereenkomst rechtsgeldig opzeggen. De wet biedt de verhuurder daarvoor een aantal opzeggingsgronden. Dringend eigen gebruik is één daarvan, waarop zowel de particuliere (individuele) verhuurder als de grote (bedrijfsmatige) verhuurder een beroep kan doen.

Voor een geslaagd beroep daarop dient de verhuurder aannemelijk te maken dat hij het gehuurde zo dringend nodig heeft voor eigen gebruik (daaronder wordt soms ook renovatie begrepen), dat van hem niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst voortduurt. Wat onder dringend eigen gebruik wordt verstaan, wordt niet met zoveel woorden in de wet gedefinieerd. Hierdoor betreft het een ruim criterium. Wél noemt de wet expliciet dat de verkoop van de woning in ieder geval níet onder dringend eigen gebruik wordt verstaan. 

Nu is er geen man over boord als de verhuurder in een eerder stadium heeft laten vallen dat hij de woning wil verkopen, mits zich daarna een gewijzigde situatie voordoet waardoor het eerdere voornemen van de baan is. De rechtspraak laat zien dat een beroep op dringend eigen gebruik in geval van een dergelijke gewijzigde situatie nog steeds kan slagen. Maar let op: niet altijd! 

Zo ging de verhuurder in deze uitspraak daarop nat. Niet alleen buitengerechtelijk, maar zelfs na de datum van de dagvaarding bleef hij nog consequent aanvoeren de woning te willen verkopen.  Weliswaar nam hij op enig moment het standpunt in dat deze voorgenomen verkoop van de baan was, maar doordat hij eerder consequent en meermaals een ander standpunt had ingenomen, kon hij bij de rechter niet meer de overtuiging wekken dat hij de verhuurde woning zélf wilde gaan bewonen. De rechter wees de vordering van de verhuurder af en de huurder mocht de huur blijven voortzetten. 

Het is dus goed om als verhuurder alert te zijn op de in te nemen standpunten, zeker tijdens een gerechtelijke procedure, maar óók daarvoor al in de buitengerechtelijke fase.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog of bent u op zoek naar een advocaat gespecialiseerd in het huur- en/of vastgoedrecht, neem dan gerust vrijblijvend contact op met Mariam Evadgian.